GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Bezwaarden over en onder de synodocratie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bezwaarden over en onder de synodocratie

8 minuten leestijd

De „weg terug” van ds Spier, VIII.

Wij willen ten slotte nog iets zeggen over de „positieve bijdrage'", welke Ds Spier in den dogmatischen strijd over-het verbond heeft geleverd.

Hij schonk die voornamelijk in zijn brochure „H e t mysterie des verbonds"1).

Ook waneer we die nauwkeurig lezen, kunnen we alleen maar constateeren, dat daarin geen enkel nieuw gezichtspunt geopend wordt.

Behoudens een kleine correctie, worden wij in deze brochure op de onvervalschte synodale verbondsleer getracteerd. ^)

!Ds Spier omschrijft het verbond als „de verzoende betrekking en gemeenschap met God, onzen Vader in Christus". ^) En tot dat verbond behooren „allen, die van Christus zijn en in Hem gelooven"; „de kinderen van Gods eeuwig welbehagen". „Alleen die van Christus zijn, zijn Abraham's zaad, waaraan de belofte toekomt en wordt vervuld". 4)

Na zoo het uitgangspunt van zijn theorie te hebben bepaald, gaat Ds Spier verder construeeren.

Evenals allen, die het door hem gekozen procédé volgen, mioet de Rijswijksche pastor nu zien klaar te komen met de duidelijke uitspraken der Schrift, dat de HEERE zijn verbond opricht met de geloovigen en hun zaad.

We geven enkele proeven van de wijze waarop hij zich dan uit de door hem voor zichzelf gespannen strikken tracht los te werken.

Wanneer God verzekert, dat Hij zijn verbond opricht met de geloovigen en hun zaad, moet dat z.i. zoo verstaan worden, dat de HEERE dan over de kinderen , , in het algemeen" spreekt. We hebben dus volgens Ds Spier een in dit opzicht „in het algemeen" sprekenden God. Maar wordt niet, juist in den hoek waar hij woont, met klem verzekert, dat de HEERE direct, persoonlijk, concreet en heelemaal niet „in het algemeen" spreekt? Een dergelijke algemeenheid ontdekt Ds Spier ook in Rom.. 9. In dat hoofdstuk — aldus is zijn bewering — betoogt Paulus van de Israëlieten, dat hunner „in het algemeen gesproken" is de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de beloften. Maar ieder kan zich gemakkelijk overtuigen, dat Paulus deze vaagheid werkelijk niet debiteert! 5)

Op het standpunt, dat Ds Spier koos, is het nu voorts moeilijk, ja eigenlijk onmogelijk, de juiste positie van de suEvallige kinderen des verbonds te bepalen. Wie, zooals hij, beweert dat alleen „de kinderen van Gods eeuwig welbehagen" werkelijk in het verbond des HEEREN zijn opgenomen, moet consequent leeren, dat de rest er buiten staat. Maar dat durft men toch ook weer niet goed doen: de taal der Schrift is daarover te klaar en te krachtig. En daarom voert men ons maar in nacht en nevelen.

Ds Spier doet dat aldus:

Hij stelt de vraag: zijn deze menschen nooit in Gods verbond geweest?

En dan ontvangen we de volgende bloemlezing antwoorden:

Zij hebben „heel veel te maken gehad" met de kerk (de Javanen van de dessa's waar een zendeling kwam preeken óók).

God heeft , , cok door hen s'ij n werk j'sdaan" (door Stalin niet minder).

Zij zijn „aanvankelijk in de kerk meegeteld" (door den administrateur of door God? ).

Er was een „zekere band aan God" (dat kan men van alle menschen, engelen en duivelen zeggen).

Ze stonden „nietgeheel buiten Gods verbond" (dat geldt van alle menschen, ze zijn immers allen „in Adam begrepen").

Ze zijn er „slechts zeer t ij d e 1 ij k in" (dus toch een jibos er in: is er alleen maar een verschil in den duur van het „er in zijn"? ).

Ze zijn , , i n z e' k e r e n zin" geheiligd door Christus' bloed (O, „die zekere zin"nen — die moffelen altijd net weg wat men vóór alles weten moet).

Ze zijn „grensgevallen" (links of r e c h t s van de grens, of op de grens? Neen — dat laatste kan natuurlijk niet, op een streep kun je niet staan en leven). *)

Is dit alles niet heel erg „grijs"?

[Voorts ontvangen we van Dis Spier het geheele synodale menu uit de jaren 1943/45. Een beetje anders opgediend. Met hier en daar een bloemetje. Ook overgoten met een stichtelijke saus. Maar voor de rest: net als toen!

Omtrent het in-Christus-geheiligd-zijn van de kinderen geeft I> s Spier ons zelfs niet minder dan drie „geloofsuitspraken". Dat wil dus zeggen: uitspraken van den Heere zelf. Jammer genoeg zegt hij niet waar ze alzoo in den Bijbel te vinden zijn.

No. 1 is deze: „Zé zijn in Christus geheilig d". Wanneer men dit zegt ziet ge hen als een geslacht, zonder dat ge de afvalligen onder hen in rekening brengt.

No. 2 is deze: „Ze zijn te houden voor i n - C h r i s t u s - g e h e i M g d tot dat het tegendeel blijk t". Dit zeggen we, aldus Ds Spier, als we speciaal letten op de afvalligen, die er ook onder hen kunnen zijn.

No. 3 is deze: ze zijn „in zekeren zin in Christus geheilig d". Dit geldt van alle te doopen kinderen en ziet alleen maar op „uiterlijke heiliging en afscheiding van de wereld". 7)

En dit schoons komt van een man, die „werkelijk .eenvoudig" wilde zijn en zich opmaakte „om de speculatieve geest te overwinnen, welke zooveel onheil heeft gesticht". 8)

Het spreekt van zelf, dat Ds Spier ook ten volle aanvaardt, dat de doop „inwendige genade" verzegelt.

Hij wil van de vraagstelling: verzegelt de doop Gods belofte of de inwendige genade? niets weten.

Bij allen staat immers vast, zoo zegt hij, dat de doop Gods verbondsbelofte verzegelt. Maar die belofte is de vaste, onwrikbare garantie, dat de , , inwendige genade" reeds geschonken is of zeker zal geschonken worden. Wie de belofte ontving, heeft of krijgt dus vast en zeker ook de inwendige genade. En dus: wie zegt dat de doop Gods belofte verzegelt zegt tegelijk en daardoor, dat hij de „inwendige genade" verzegelt.

En zoo kunnen we voortgaan.

Het is de oude, overbekende reeks ideeën en constructies. Met de daarmee gepaard gaande, wijl daardoor zélf veroorzaakte, tegenstrijdigheden en onoplosbare kwesties. Het hinderlijke bij Ds Spier is evenwel, dat hij wanneer hij in eigen denkgaren verward is, onmiddellijk uitroept: Hier, menschen, is het mysterie! Hier kunnen we niet verder. En zoo endosseert hij eigen denkfouten imverfroren aan Gods openbaring.

Ten slotte wijzen we ter typeering van het „nieuwe" insicht dat T)s Spier sinds de - ".TiimaWng in de moeilijkheden in verbond, belofte en doop verwierf nog eens op zijn grondstelling. Ze is deze:

„Het verbond is de verzoende betxekking, die er is in Christus tusschen God en Zijn volk".

Het spreekt van zelf, dat er niemand is, die deze stelling niet in een of anderen vorm aanvaardt.

Maar in het feit, dat we het' zoo moeten zeggen, ligt juist de narigheid!

Want de groote vraag is: wat beduidt hier het woordje IS in den zin: „het verbond is de verzoende betrekking" ?

Wie een klein beetje met de confessie der kerk op de hoogte is, weet, dat zich achter dat simpele woordje zeer groote dogmatische verschillen, ja zelfs, diepgaande kerkelijke tegenstellingen verbergen.

De bekende zinnetjes: dit brood i s mijn vleeseh, en: deze wijn i s mijn bloed, welke met het oog op het Avondmaal worden uitgesproken hebben immers een totaal anderen inhoud in den mond van een roomsche, een luthersche en een gereformeerde! Al het verschil dat tusschen de door roonischen, lutherschen en gereformeerden voorgestane avondmaalsleer gaapt is in dat ééne woordje i s verstopt.

En hierin steekt niets verwonderlijks en ook niets oneerlijks. Het woordje i s kan nu eenmaal een reeks verschillende beteekenissen hebben.

Men vergelijke maar eens zinnen alsr

De koe is

De koe is een beest

De koe is mooi

De koe is rijkdom

De koe i s kracht

De koe is die

In de logica zegt men dat het woord „is" kan aanduiden existentie, identiteit, gelijkheid, symbool, implicatie enz.

En daarom, wanneer Ds Spier betoogt dat het verbond i s de verzoende betrekking enz., dan heeft hij nog niets gezegd, dan zijn de kwesties die zich hier Voordoen nog niet eens aangeduid, laat staan opgelost.

En we vragen weer: wist Ds Spier deze dingen niet ?

Hij kent immers de vragen die zich bij de overweging van wat de Schrift omtrent het verbond leert voordoen, en weet toch wel een en ander omtrent de kwesties der logica.

Maar waarom schrijft hij dan zoo?

En waarom drijft hij zijn eenvoudige medebroeders uit het morgenlicht waarin o.a. zijn leermeester, Prof. VoUenhoven; ons door Gods genade brengen mocht weer in de avondschemering en het nachtelijk duister?

Waarom wierp hij bij de vrijmaking zooveel kostbaars, dat hij zélf eerst met kwistige hand had uit­ gedeeld, weer over boord.


1) Uitgave: J. van der Wal cv. Groningen, 1945 (J. Nlemeyer).

2) Ds Spier wijst af de daarin voorkomende stelling, dat er eerst geloof in een te doopen kind aanwezig moet zijn om dat dan daarna door deze te kunnen versterken.

3) p. 17, vgl.: p. 30.

4)• p. 10.

5) p. 21, 10.

6) p. 17, 23.

7) p. 36.

8) P. 4.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1948

De Reformatie | 8 Pagina's

Bezwaarden over en onder de synodocratie

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1948

De Reformatie | 8 Pagina's