GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Synodes en Wetenschap

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Synodes en Wetenschap

7 minuten leestijd

(I)

Onze lezers herinneren zich, dat Adolphus Venator den brief van ds J. Bosch (zie rubriek Ad. Ven. van 17 Maart) ter bespreking heeft overgeheveld naar deze rubriek.

Juist wilden we ons zetten aan een antwoord, toen we onder oude papieren (uit de oorlogsdagen) de copie

vonden van een artikel van. wijlen ds J. S. Post van Axel, dat nooit geplaatst is, hoewel'het was ingezonden aan ons blad. De oorzaak der niet-plaatsing is duidelijk: de enveloppe draagt het stempel 21-Vm-40, en het begeleidend briefje is van 20 Aug. 1940. Ik was toen, — wat ds Post büjkbaar nog niet wist — in duitsche handen en ons blad was verboden. Vandaar dat het nooit opgenomen is.

Maar nu ik het terugvond, neem ik het meteen alsnog op. Niet alleen om den man te eeren, die in de vrijmaking zich zoo prachtig gedragen heeft — hij, vriend van dr H. H. Kuyper gedurende vele jaren, maar meer nog vriend der waarheid en strijder voor het recht der kerken; maar ook omdat het artikel de kwesties raakt, die ook ds J. Bosch te berde bracht. Het liep over het „getuigenis des H, Geestes", de opvatting van Kuyper-Hepp was bestreden door Greijdanus-Schilder, en ds Post laat zien, hoe hij erover denkt, dat een synode in dit punt de „gangbare m e e n i n g" (wetenschappelijke meening dus) zou gaan beschermen (hetgeen iets anders is dan de confessie handhaven: had men dat maar gedaan!).

Ds Post dan schreef (onder verwijzing naar een vorig artikel van zijn hand):

De leer van het Testimonium Spiritus Sancti generale (het „algemeen getuigenis van den H. Geest", K. S.) is dus niet op de Schrift gegrond. Zij is product van redeneering zonder goede onderscheiding, en berust op een dubbele denkfout: het tweemaal maken van een metabasis eis allo genos ('t overspringen op een andersoortig iets, K. S.), zooals het voorgaande betoog uitwijst.

.Daarbij heeft men, zonder den grondslag, die door andei'sn gelegd was, door te denken, getracht daarop verder te bouwen. Dit herinnert aan oorspronkelijkheidsziekte, of aan epigonisme, dat origineel poogt te zijn.

Ook is het een zeer duidelijk voorbeeld van biblicisme. , Althans volgens de omschrijving van Dr B. J. de Klerk, die zegt: Biblisisme is vir ons die rigting wat in die wetenskap tot uiting kom en wat met 'n eie Insig na die Skrif gaan, dit uit die Skrif wil bewijs, enz." i)

Geleerdheid zonder behoorlijke onderscheiding levert een groot gevaar voor de wetenschap op. Vooral dit punt, omdat het een subjectieve grond voor ons weten poogt te geven, die, misschien uit eerbied voor de theologie, bij den jongen lector aan de Vrije Universiteit zoo goed te verklaren, in de andere faculteiten als basis zou kunnen aangenomen worden, in de meening Schriftuurlijken grond onder den voet te hebbeu.

Ten slotte, deze beschouwing zou onvolledig zijn, wanneer niet nog één punt onder de aandacht werd gevat.

De leer van het Test. Spir. Sancti toch stond vóór de Synode van Amsterdam op. de, lijst van de „leergeschillen", die zooveel „onrust"' in de'kerken teweegbrachten.

Het onderhavige punt nu zou men inderdaad een leergeschil kunnen noemen, inzooverre het een duidelijk omschreven geschilpunt is, waarbij de leer in 't geding is, en de één radicaal loochent, wat de ander als leer der H. Schrift verkondigt. Dit alles toch is eisch voor een door de Kerk ernstig te nemen leergeschil.

, Waar dit evenwel geen punt is, (Jat de belijdenis raakt, zou de Synode haar taak en bevoegdheid te buiten gaan, wanneer ze als richteres in zulk een zaak ging optreden.

Daarom is het zeer goed geweest, dat dit leergeschil van de lijst is afgevoerd.

Of dit nu om die reden gebeurd is, is mij niet bekend, maar wel is het dan zeer te verwonderen, dat dit afvoeren niet geschied is met de andere punten en dat de lijst is blijven bestaan.

Immers, kan bij het punt, dat wij behandelen, nog van leergeschil gesproken worden, dit is met de andere kwesties niet het geval.

Om dit aan te toonen neem ik als voorbeeld het punt van „het Verbond".

Dit is geen leergeschil. Zelfs nog geen meeningsverschil.

Ook in het noemen van de dingen hebben wij heldere onderscheiding van de zijde onzer woordvoerders broodnoodig. Men behoort zijn woorden te wegen. De verwarring is toch al groot genoeg.

Ter zake. Over het genadeverbond is men het allen eens.

Het verschil ontstaat hierdoor, dat de één het verbond meent te moeten zien als van de zgde Gods, en de ander het beschouwt vanaf den kant der geloovigen als behoorende tot de geopenbaarde dingen.

Doet men het eerste, zoo komen verbond en uitverkiezing samen te vallen. Deze beide worden dan verward en men heeft geen vat aan het verbond.

Doet men, In overeenstemming met het doopsformu-Uer, het tweede, dan gaat men uit van den doop en van de belijdenis der geloovigen, houdt hen aan hun geloften en God aan Zijn Woord en Sacrament.

' Het is duidelijk, dat dit een kwestie is van uitgangspunt en van accent. Het is geen geschil, zoodat de één loochent wat de ander belijdt. In het wezen der zaak is men het volkomen eens.

Zelfs zóó, dat men toestemt: de van eeuwigheid uitverkorenen komen hier uit als de geloovigen, en omgekeerd: de geloovigen zijn de uitverkorenen. Er is dus geen zweem van remonstrantisme. Omtrent het verbond zelf is zelfs geen meeningsverschiis).

Alleen gaat hij, die zich houdt aan de Gereformeerde , doopsleer, uit van de geloovigen, die hij alleen kan onderkennen, niet aan iets dat verborgen is, maar aan Iets dat openbaar is, n.l. hun doop.

Men moet elkaar trachten te begrijpen.

Heel het verschil berust op inisverstand.

Daarom doet men ook beter te spreken van „mlsverstanden" dan van „leer"-of „meeningsgeschiUen".

Immers hetzelfde kan aangetoond worden van de kwestie over de „gemeene gratie".

Niemand onder ons toch zal ontkennen, dat het licht der algemeene genade door Christus in de zondige wereld valt en dat zij door de bijzondere genade in stand gehouden wordt. Maar dit heeft van den anderen kant niet tengevolge, dat de schoone conceptie en het magistrale werk van Dr A. Kuyper te dezer zake aan waarde inboet.

Ook de leer van de z.g. pluriformiteit der Kerk is zulk een duidelijk geval van misverstand.

Degenen, die deze leer tegenspreken, doen dat, omdat ze maar één vorm van Kerkopenbaring erkennen, die overeenkomstig de Schrift is. Alles wat met deze door God bepaalde formatie der Kerk In strijd is, is deformatie der Kerk. ^

Maar daarmee wordt nog niet uitgesproken, dat er buiten de gereformeerde kerk geen kerk meer is.

In wezen is over deze dingen geen verschil, al mogen ook sommigen eens doordrijven.

Dit te mogen constateeren is, bij al het betreurenswaardige, zelfs bemoedigend, gezien ook het feit, dat zulke vraagstukken nog in het centrum der belangstelling staan.

Over de aantijgingen tegen den heer Janse en tegen prof. Vollenhoven behoeft nu wel niet meer gesproken te worden. De gedachtenwisseling heeft wel duidelijk gemaakt, hoeveel misverstand hierbij in het spel was.

Wij mogen dan ook wel uiterst dankbaar zijn voor polemiek, die het om de waarheid te doen is.

Ze kan lastig zijn, maar ze werkt toch heilzaam voor ons kerkelijk leven.

Waar wij terecht zouden komen zonder de vrije uiting over vastgezette niet op Gods Woord gegronde menschenmeeningen, wordt waarschuwend bewezen door de leer van het T.S.S. generale.

POST.

Tot zoover ds Post.

• °' De lezers, die mijn standpunt kennen, ziillen bemerkt hebben, dat ik niet in alles met het bovenstaande het - eens kan zijn.

•'• Maar dat hindert niet.

Dit stuk kan al vast dienen als inleiding op hetgeen ik in antwoord op ds J. Bosch nog hoop op te merken "IEèeii-Si^olgend artikel.

K. S.


1) B. J. de Klerk, Vorme en karakter van die Biblisisme, pag. 248.

2) Ik spreek van meenhigsverschil en niet van geschil, omdat verschil de dingen neutraal laat en meeningsgeschil' onder ons niét bestaanbaar behoort te zijn. - ^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 maart 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

Synodes en Wetenschap

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 maart 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken