GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Een man een man, een woord een woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een man een man, een woord een woord

7 minuten leestijd

Op de 26e Nov. 1932 werd te Erlangen een briefkaart gestempeld met de volgende inhoud:

Anêr anêr, philos philos, rhêma rhêma.

Ik moet weg, daarom slechts dit weinige. Aber es genügt.

Pax magna vobiscum.

't Was in de tijd dat Schilder in Erlangen voor zijn promotie zat en de laatste hand legde aan zijn machtig proefschrift: Zur Begriffsgeschichte des „Paradoxen". 'kHad met hem een afspraak gemaakt over iets, maar voor mijzelf was ik er vrijwel zeker van, dat hij die afspraak, overladen met werk als hij was, niet zou kunnen houden.

'k Schreef hem er over en het antwoord was: Een man een man, een vriend een vriend, een woord een woord.

Das genügt. Dat is voldoende. Meer behoeven we er niet over te praten.

'kHeb mijn woord gegeven. Dat houd ik.

Dat was de Schilder van 1932.

Zó was hij in 1922, in 1912, in 1942, in 1952. T r o uw, e er lij k.

Had hij gezworen tot zijn schade, evenwel veranderde hij niet (Ps. 15 : 4).

Een man van karakter. Een der weinigen in deze decadente tijd.

Dit was beleving van wat hij leerde. Anêr anêr, rhêma rhêma, dat was de hoofdgedachte van zijn aangrijpende afscheidspreek te Oegstgeest Juni 1928 over de tekst: Maar laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit de boze (Matth. 5 : 37).

Diep drong dat woord in de ziel en we voelden het, dat het woord Gods levend en krachtig is, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard en doorgaat tot de verdeling der ziel en des geestes, en der samenvoegselen en des mergs, en een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten (Hebr. 4: 12).

Gij hebt „ja!" gezegd in de ure van uw belijdenis. Gij hebt „ja!" gezegd bij uw huwelijkssluiting. Gij hebt „ja!" gezegd bij de doop van uw kind. Gij hebt „ja!" gezegd bij talloze contacten en in talloze levensverhoudingen.

Wij werden geconfronteerd met al onze beloften en' levensuitingen en we sidderden.

Want hij stelde ons vlak voor God.

Wij kwamen naakt en geopend voor die God te liggen met wie we te doen hebben.

Ook hij zelf.

Dat was levende Woordverkondiging. Zeker! door een medezondaar, die het van dag tot dag wist: alleen genade behoudt mij — maar door een, van wie allen wisten: hij wil zijn ja, ja; zijn neen, neen, doen zijn.

Dat wisten zijn gemeenteleden in Ambt-VoUenhove, Vlaardingen, Gorinchem, Delft, Oegstgeest, Delfshaven. Dat wisten zijn studenten in Kampen: hij is trouw, hij is eerlijk, trouw aan zijn God en Zijn woord, trouw aan de belijdenis, eerlijk onder de mensen.

Wat men hem ooit ten laste heeft gelegd, nooit, dat hij niet trouw en niet eerlijk was. Zijn ja was ja! Zijn neen neen!

Anêr anêr, philos philos, rhêma rhêma.

Veel heeft hij te lijden gehad van de ontrouw, de oneerlijkheid en de gemeenheid van broeders. En nu heeft God gezegd — al menen wij hem niet te kunnen missen — 't is nu genoeg geweest mijn kind, ik neem u in Mijn vreugde op. God weet het beter dan wij dwazen.

Op de 6e Sept. 1903 maakte ik voor 't eerst kennis met Schilder.

Och neen, een echte kennismaking was 't niet. Op de 6e Sept. 1903 pleegde ik hem.

- Op 2 Sept. was de cursus begonnen. 'kWas bij de rector Ds Kapteijn in huis. Mijn werkkamer was van de studeerkamer van Ds Kapteyn gescheiden door een dubbel stel gordijnen.

Op een ogenblik hoor ik gepraat, een zware bastoon en een jongensstem.

En door de gordijnen loerend zie ik over de rug van de rector heen aan de overkant van het schrijfbureau een bleek tenger jongetje zitten.

Hij werd geëxamineerd door de rector in Ned. taal, rekenen, geschiedenis, enz.

En toen zocht ik hem van zijn stuk te brengen door gezichten tegen hem te trekken.

Maar 't hinderde hem weinig, hij gaf resoluut zijn antwoorden.

Hij was bij meester de Waal op school geweest en deze vond het jammer, dat een jongen met zo'n heldere geest op een kantoorkruk zou belanden.

Koppen werden bij elkaar gestoken en zo werd het financieel mogelijk gemaakt, dat hij naar 't gymnasium ging.

De 7e Sept. kwam hij, bleek, tenger, timide als nieuweling in een klas waarin we al een beetje op elkaar ingeschoten waren. De jeugd is vaak hard en wreed. Hij drong zich niet op, wij lieten hem veel alleen staan.

In de vijf minuten bij de wisseling van leraren, als wij op de binnenplaats joelden en ravotten, stond hij veel alleen naar de lucht te staren.

Hij kwam, hij zeide zijn lessen op — goed — hij ging, hij leerde zijn lessen, hij was braaf.

Soms was hij aanwezig afwezig, net of hij in een droomtoestand leefde.

Zijn rapporten waren goed, maar wij zagen niet iets heel bijzonders in hem.

Zijn wiskundeknobbel moest nog tot ontwikkeling komen. Op zijn rapport over 1904—1905 van de 2e naar de 3e klas dus, zie ik geschreven: Schilder — herexamen meetkunde.

Maar op zijn eind-examen haalde hij een 10 voor meetkunde, evenals tienen voor de meeste vakken.

Het grote ontwaken kwam. In de 4e klas, cursus 1906 —1907. Hij werd anders, in alles anders. Hij ging schreeuwen, hij werd brutaal soms. Hij ging zingen, al had hij geen stem. Hij ging dichten op een meisje, al had hij geen meisj e. Hij ging dichten, eerst in 't Nederlands, dan in 't Latijn en 't Grieks. Het geniale brak door. Hij ging schrijven in onze klaskrant met Van Zuylen en Rispens. Hij speelde mee in de muziekclub T.A.C.M.I.A. onder leiding van Jut.

Zijn stemmingen leefde hij uit op het orgel in de Burgwalkerk, nu eens Himmelhoch jauchend, dan weer zum Tode betrübt.

En hij was trouw en eerlijk in alles. En hij bleef dat.

Hij was trouw aan zijn moeder.

Zijn jeugd was hard, omdat zijn moeder weduwe was, een weduwe met eergevoel.

Zij werkte bij dag en nacht voor haar kinderen. Wanneer we een gezellige avond hadden, als gymna­ siasten of club of corpsvergadering als studenten, dan ging hij vaak halverwege weg, want hij wilde niet, dat zijn moeder zich zou overwerken voor hem, dan stond hij nog een paar uur aan de mangel te draaien, en daarvoor schaamde hij zich niet en wij waardeerden dat in hem.

Hij was trouw aan zijn klasgenoten. Nooit klopte je tevergeefs bij hem aan, als je zat met een moeilijke Griekse of Latijnse constructie of een zwaar wiskundevraagstuk, altijd vriendelijk en welwillend.

Wij zijn naar elkaar toe geschoven in de hoogste klassen van 't gymnasium, we hebben elkaar gevonden als student.

Onze vriendschap was hoger dan gewone vriendschap en is dat gebleven tot Zondag 23 Maart 1952.

We zagen elkaar soms in lange tijd niet, maar waren zo blij eikaars stem te horen al was 't maar door de telefoon.

Wij begrepen elkaar tot in onze diepste roerselen.

Hij stond heel ver boven ons jaar in kennis, doorzicht en inzicht.

Wij waren niet afgunstig.

Pik (afkorting van pictor, 't Lat. woord voor schilder) heeft iets geniaals, zeiaen we vaak tegen elkaar.

Dat was voor ieder duidelijk, die zijn, machtige artikelen in de studenten-almanakken las.

Dat was voor ieaer duidelijk, die meemaakte, dat prof. Hoekstra, zelf begaafd homiieet en kanseireaenaar, iwee maal zijn eigen preekschets over een bepaalde tekst achter hield en dan die van Schilder dicteerde.

Maar hij bleef die hij was, de gave, eenvoudige, vriendelijke, welwillende, gaarne helpende, medestudent, trouw en eerlijk.Nooit heeft iemand hem op' draaierij of een leugen betrapt.

Op Zondag 23 Maart 1952 heeft God hem in Zijn heerlijkheid opgenomen. 't Is goed tussen God en mij, ik ga naar Jezus zei hij Zaterdag.

Op 23 Maart 1944 werd hij geschorst als hoogleraar en emeritus-predikant.

Hij wilde niet anders dan trouw zijn aan God, aan Zijn woord, aan de belijdenis en de Kerkorde bij onderling accoord aangenomen.

Hij kon, hij wilde niet schipperen en marchanderen. Dat was voor hem trouwbreuk.

Hij had toen geen ander uitzicht dan met schrijven zijn kost te verdienen. Maar het was hem goed, want hij kon niet leven tussen ja en neen.

Maar God beloont altijd trouw en' eerlijkheid.

God heeft hem ook van 1944—1952 genade en ere gegeven.

Anêr anêr, philos philos, rhêma rhêma.

Kampen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

Een man een man, een woord een woord

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's