GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

TEGEN HET SLOT.

Als de vrienden en vriendinnen dit blad ontvangen, weten ze meteen, dat het de laatste Heraut is van 1891, welke in hun handen komt. Ze hebben 't Kerstfeest voor zich, »drie Zondagen" en daarna de wisseling van den tijd, van het jaar. Zoo de Heere wil, gaan we weldra van het oude over in het nieuwe.

Dat zijn voor vele kinderen vroolijke dagen; ten minste ze kunnen dat zijn. Toch zijn het ook dagen die ons herinneren aan ernstige en groote dingen en 'tis goed dat we daaraan denken. Of we jong zijn of oud, we mogen niet maar gedachteloos voortleven, als ware er niets beter te doen dan te eten en te drinken en vroolijk te zijn. Want wij zijn geschapen om den Heere te verheerlijken en dat kunnen we niet, als we alleen letten op het aardsche dat voorbijgaat, en niet op het heraelschc dat blijft.

Het Kerstfeest verkondigt ons elk jaar wederom de groote liefde onzes Heeren en Heilands Jezus Christus, die daar Hij rijk was arm is geworden, opdat Hij velen rijk maken zou, erfgenamen van het eeuwig en heerlijk rijk Gods.

Vele kinderen — en ook menschen — hebben dat meer dan eens, ja vele malen gehoord en toch nooit bedacht wat heerlijke tijding hun telkens gebracht wordt. Als he u ook zoo gaat, vrienden, en dat kon wel, bedenkt dan toch hoe het de Heere is, die u zijn woord liet brengen, niet een mensch; hoe de tijd kort is, ook voor u al zijt ge jong, en eindelijk dat het schrikkelijk zal zijn als wij de stem versmaden van Hem die zegt: »Kom tot Mij"; die gesproken heeft: „Laat de kinderen tot Mij komen." »Hoe zullen wij ontvlieden", zegt de Schrift, «indien wij op zoo groote zaligheid geen acht geven ? '' Het Kerstfeest, het Christusfeest verkondigt ons. dat God alzoo lief de wereld heeft gehad dat Hij zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, die mensch is geworden voor ons. Hij die de sterke God was werd een arm kindeke. En dit alles deed Hij opdat Hij de menschen zou verlossen van de ellende, waarin zij gekomen waren door hun eigen schuld.

Van God waren zij afgevallen, maar de Heere Christus kwam om de zondaren weder te stellen in gemeenschap met den Heere, hun Schepper. Daarom zegt Hij: »Ik ben de weg, de deur; daarom heet Hij AQ Middelaar en zoo ook kan Hij volkomenlijk zalig maken allen die door Hem tot God gaan.

Dat hebben de lezers zeker reeds vele malen, al is 't niet met dezelfde woorden gehoord. Een geheel jaar lang heeft de Heere het hun des Zondags en in de week doen vernemen, want er staat geschreven: Hij wil niet dat er een eenige verloren ga.

Hebt gij nu ook geluisterd ?

Dit moet ge u zelf afvragen nog in dit oude jaar. En is het zoo dan moogt gij den Heere danken. Maar zoo niet, bidt Hem dan dat Hij in dit nieuwe jaar u ook leere te komen tot een nieuw leven en u de grootste gave schenke: een nieuw hart!

Een goede vriend schreef ons pas dit, waarmee we besluiten:

»Welk antwoord was het beste? "

^Een Zondagsschoolonderwijzer had zijn leerlingen verzocht op 't Kerstfeest een j briefje mee te brengen, waarop de namen geschreven stonden, waarmee in den Bijbel de Heiland aangeduid wordt. Ze moesten natuurlijk die namen zooveel mogelijk zelf zoeken. Enkele leerlingen hadden het hierin ver gebracht. Een had er meer dan twintig namen.

Kunnen onze jeugdige lezers er ook zooveel vinden ?

Eén kind was er — 'twas een meisje, dat slechts één naam op 't briefje had.

En die naam luidde ? »Mijn eigen lieve

Jezus". Wat dunkt u van dit briefje?

Welk antwoord was het beste ? Kunt ge van harte nazeggen, wat op dit briefje te lezen stond, dan kunt ge ook zonder f eestgeschenken een gezegend Kerstfeest vieren."

WAT VREEST GIJ?

' Twee duizend jaar geleden streden de Romeinsche veldheeren Julius Cesar en Pompejus om de heerschappij der wereld. De legers van Pompejus waren in Macedonië en die van i Cesar bij Brundisium gelegerd. I

Cesar, die wist, dat zijn tegenwoordigheid bij de soldaten volstrekt noodig was, besloot over te varen, hoewel 'them bekend was, dat 't vaarwater door de schepen van Pompejus bewaakt werd. Daarbij kwam nog, dat er op denzelfden tijd een storm woedde. Hij verkleedde zich, stapte in een visschersboot, en dacht, van 't gewicht zijner onderneming vervuld, aan geen gevaar. Hij was toch reeds menigmaal den dood in storm en veldslag ontkomen, zoodat hg op de bijzondere bescherming der goden meende te mogen rekenen.

De schippers dachten echter anders, want, hoewel zij aan de gevaren der zee gewoon waren, wilden zij toch in zulk een storm 't waagstuk niet ondernemen.

Cesar, die vreesde door oponthoud alles te zullen verliezen, nam nu eensklaps een gebiedende houding aan, ontdeed zich van zijn vermomming en riep, terwijl hij zich tot den schipper der boot wendde:

»Wat vreest gij? Gij hebt Cesar en zijn geluk bij u!"

De uitwerking was even krachtig als onverwacht. Door die moedige houding getroffen, schaamden de schippers zich over hun vrees en begaven zich onverschrokken in 't gevaar. Mei de uiterste inspanning werkten zij zich door de voortgezweepte golven heen, en brachten hun voornamen reiziger op den anderen oever aan land.

De gemeente des Heeren wordt ook wel eens het scheepken van Christus genoemd. Het door de varenslieden in Cesar gestelde ver trouwen is echter beschamend voor vele Christenen. Zij weten toch, wij zijn des Heeren eigendom. In alle omstandigheden, in alle nooden is er voor versaagdheid, voor wankelmoedigheid en zwakheid geen reden, want de Heer der heeren en Koning der koningen, op wiens schouder de heerschappij Jigt, heeft gesproken : »Ziet, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld."

AAN VRAGERS.

Op een vraag van onzen lezer B. te B. kunnen we antwoorden, dat Trichinen of gekron kelde haarwormen, zijn een soort draadwormen, die als woekerdieren leven in enkele dieren en menschen; sommige in de spieren, andere in de darmen. De eerste worden ongeveer één streep (mM.) lang; de tweede die vol ontwikkeld zijn 3 a 4 streep. Deze worm brengt wel een paar honderd jongen voort. Zij komen voor bij menschen, varkens, katten, dassen, ja bij ratten en muizen, en veroorzaken een ziekte die doodelijk kan zijn. Vooral moet men oppassen voor rauw varkensvleesch. De varkens zelf echter worden van de trichinen niet ziek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 december 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 december 1891

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken