GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

Onder den titel »Een Keerpunt», schrijft Dr. A. Kuyper Jr. in de Gereformeerde Kerkbode:

Van ouds zeide men: «de tijden veranderen», en wie acht geeft op de leekenen der tijden moet de waarheid van dit gevleugelde woord erkennen. Ook nu kunnen we het als voor oogen zien, dat het leven van den tegenwoordigen tijd op alle manier grootelijks verschilt van dat eener vroegere periode. We hebben beleefd een tij4perk waarin, voor wat het openbare leven aangaat, geen plaats was voor den godsdienst, en waarin men aan de religie het bestaansrecht ontzeide.'

Die bange periode was ingeluid in de dagen der .Fransche Revolutie. Toen had men luide het »ni Dieu, ni maïtre — geen God en geen meester uitgeroepen. Die snoode kreet is het eer%t in Parijs gehoord en te kwader ure is die Fransche geest ook ons dierbaar Vaderland binnengeloodst.

Van huis uit was ons volk godsdienstig, leefde het voor de kerk en de zaak des Heeren, vroeg bij alle ding naar de eischen van Gods W'oord en bedoelde niets anders dan de eere van Gods grooten Naam.

Men heeft vroeger wel eens gezegd: elke Nederlander is een theoloog in het klein, omdat hij geed op de hoogte was van de kwesties die aan de orde van den dag waren. In de dagen der Hervorming onderzocht men Gods Woord en wapende zich tegen de dwalingen van Rome, in de dagen der Dordtsche' Synode wist men precies te spreken over de eeuwige uitverkiezing en stond den Arminiaan, en in lateren tijd liet men zich niet verleiden door de filosofie van Cartesius, noch door de afwijkingen van Cocceius, goed als men onderlegd was door den Utrechtschen hoogleéraar Voetius.

Maar in 't begin der 19e eeuw woei hier een Fransche wind, die in ons Vaderland de lucht vergiftigde. Men aanbad niet meer den God der vaderen, maar zwoer bij de menschelijke Rede, en het Intellectualisme vierde zijn triomf. Men meende dat de mensch alleen maar zijn verstand had te gebruiken en dat alles dan van zelf terecht kwam. Botweg werden de eischen van het innerlijk gcnioedsieven genegeerd, en het oog sloot men voor de mystieke behoeften van het hart.

Als het «verstand» maar goed ontwikkeld was, dan kon men alle verschijnselen goed waarnemen en juist beoordeelen, en dan zou men den weg weten te vinden, dien men te bewandelen had. Zoo is ook in ons Vaderland de wijsheid verkondigd, dat er meer scholen gebouwd moesten worden, waar goed voor de «verstandelijke ontwikkeling» gezorgd moest worden, dan zouden de menschen beter worden, en ... . voor elke school die gebouwd werd, kon een gevangenis worden afgebroken. De ervaring, "die altoos zoo goede leermeesteres bleek te zijn, heeft wel anders geleerd. De meerdere ontwikkeling werd in dienst van de zonde gesteld en het kwaad meer verfijnd en meer geslepen bedreven.

Toen is ook opgekomen het Materialisme en men heeft gekend de dagen van de stofvergoding. Wat deze aarde en wat dit leven bood was het één en al. Het was dwaasheid aan God of aan de geestenwereld te gelooven. Er waren geen engelen en duivelen, de mensch bezat niet een onsterfelijke ziel. Er was alleen stof, hoogstens in die stof een werkende kracht.

We hebben dagen beleefd, waarin dat Materialisme in den meest stuitenden vorm zich openbaarde. Verkondigd werd, dat het denken niet een actie van den geest was, maar het zweeten van de her senen ; dat liefde niet een uiting van het zieleleven was, maar een bloeden aan het hart!

Dat Materialisme, hoe kon het anders, heeft doen herleven den geest van het Epicjtrisme. Men was stekeblind voor de geestelijke behoeften van het menschelijk hart, en alleen bedacht op aardsch zingenot. Laat ons eten en drinken en vroolijk zijn, want morgen sterven wij, was de leuze die men aanhief, want men kende geen honger en dorst naar het onzienlijke, naar het eeuwige, en vroeg alleen om brood en spelen.

In die dagen, in de dagen van het Intellectualisme en van het Materialisme, is over ons "menschelijk leven een verstikkende adem des doods uitgegaan. Vreeselijke dingen zijn gezegd en gehoord, en wij huivej'en nog bij de herinnering daarvan. Het liep. uit op wat Viviani, een Fransch minister, als de Rabsake van Parijs uitriep: wij hebben de lichten des hemels uitgedoofd, en geen menschenhand zal ze ooit weer aansteken. Ja, ook in ons Vaderland is de Godslasterlijke taal uitgebraakt, dat menden laatsten koning zou ophangen aan de darmen van den laatsten priester.

Evenwel, de tijden veranderen, en letten wij op het heden, dan mag met blijdschap en dankbaarheid geconstateerd worden, dat er een keerpunt is gekomen. De vraag: heeft het Intellectualisme of het Materialisme der vorige eeuw metterdaad de wereld veroverd ? moet stellig ontkennend beantwoord worden.

Ontegenzeggelijk, de wereld is er voor een wijle door verbijsterd, maar zij is er niet door veroverd.

Er is niet gebroken met de wereld van het onzienlijke en onzichtbai-e. Het is niet geworden een aanbidden van de stof en een zich wentelen in het stof De religiestem is niet gesmoord en de godsdienst is niet uitgeroeid. Wie acht geeft op de teekenen der tijden, weet dat juist - het tegenovergestelde waar is.

Ondanks den verstikkenden adem van het Intellectualisme en van het Materialisme, valt juist in den tegenwoordigen tijd een krachtig ontwaken van geestelijk leven, niet alleen in specifiek christelijken zin, maar in den meest algemeenen zin van het woord, te constateeren. Wij beleven heden ten dage een mystieken tijd, en de krachten en machten Van een onzienlijke wereld worden als vanzelfsprekend ondersteld.

Het eind van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw geven zoo'n heel ander beeld te aanschouwen dan de geestelijke grootmachten verwacht en voorspeld hadden. Daar is een wereldplan in duigen gevallen, en de gemaakte rekening is geheel faliekant uitgekomen.

We staan voor een keerpunt in de wereldhistorie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 mei 1914

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 mei 1914

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken