GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Generale Synode der Geref. kerken te Arnhem.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Generale Synode der Geref. kerken te Arnhem.

32 minuten leestijd

Avondzitting.

De avondzitting werd geopend met samenzang van Psalm 81 : 11 en 12.

De voorzitter stelde aan de orde de punten betreffende den uitbouw der belijdenis. Dr W. A. van Es rapporteerde namens Commissie I over dit rapport van Deputaten der Generale Synode van Groningen inzake deze materie. •

De Commissie stelde de Synode voor: lo. den Deputaten dank te zeggen voor hun belangrijken arbeid;

2o. uit te spreken, dat er aan uitbreiding der Belijdenis, inzonderheid in zake de leer van de Heilige Schrift, behoefte is; 3o. te besluiten, dat in deze behoefte het best kan worden voorzien door een nieuw symbool, en dit op een wijze als door de Deputaten wordt aanbevolen;

4o. opnieuw Deputaten te benoemen, die de opdracht hebben:

a. het overleg met de buitenlandsche kerken over deze uitbreiding der Belijdenis voort te zetten;

b. den kerken alsnog gelegenheid te geven tot een nader door hen te bepalen datum opmerkingen en wenschen. naar aanleiding van de aangeboden proeve bij hen in te zenden;

c. de proeve tot een concept nader uit te werken, daarbij rekening houdende met de opmerkingen en wenschen, die reeds zijn ingezonden, en nog zullen worden ingezonden, en den kerken dit concept een half jaar vóór de a.s. Generale Synode te doen toekomen.

De bespreking en beslissing over dit onderwerp werden uitgesteld.

Prof. Dr A. G. Honig rapporteerde namens Commissie IV over het schrijven van „de bijzondere vergadering van Miss. Dienaren des Woords op Soemba", waarbij ter goedkeuring door de Generale Synode, naar Art. 16 Z. O. een in het Maleisch gesteld en in het Nederlandsch vertaald doopsformulier werd aangeboden.

Uitgesproken werd, dat het gewenscht is, dat dit conceptformulier nog eens worde overwogen in verband met opmerkingen van de commissie en dat daarna het concept ter goedkeuring aan de Synode aangeboden worde.

Ds J. A. C. Rullmann rapporteerde over de visitatie der Zendingsposten en stelde voor, dank te zeggen aan de algemeene vergadering van Zendingsarbeiders op Midden-Java en Soemba over de toegezonden visitatie-rapporten.

Ds W. Breukelaar rapporteerde over het bezwaarschrift van den oud-zendeling J. J. van Alphen.

Besloten werd, de handelingen van Deputaten voor de Zending terzake goed te keuren en deze zaak thans - de heer van Alphen is overleden - als geëindigd te beschouwen.

Ds Breukelaar rapporteerde verder over de herziening Zendingsorde.

Besloten werd: Ie. de voorstellen tot herziening van eenige artikelen, , der Zendingsorde thans niet in behandeling te nemen;

2e. aan de te benoemen Deputaten voor de Zending op te dragen, de volgende Generale Synode te dezer zake te dienen van gemotiveerd advies.

Tenslotte rapporteerde Ds W. Breukelaar over het telegram van Ds W. van Dijk te Karoeni, waarin deze bezwaar indiende

tegen de besluiten inzake de polygamie en het ambt, genomen door de Generale Synode van Arnhem (1902). Overeenkomstig het voorstel van de commissie besloot de

Synode:1. ongegrond te verklaren het bezwaar van Ds W. van Dijk te Karoeni tegen de uitspraak van de Generale Synode van 1902 (Art. 96), „dat iemand, zoolang hij meer vrouwen heeft dan eene tegelijk, niet kan benoemd worden tot eenig kerkelijk ambt" en zulks, omdat de beteekenis der woorden „eener vrouwe man" in 1 Tim. 3 : 2 en Titus 1 : 6, waar de vereischten zijn genoemd, die voor de ambtsdragers gelden, niet toelaat, dat iemand, die in polygamie leeft, tot ambtsdrager

wordt benoemd:2. deze verklaring ter kennis te brengen van Ds W. van Dijk te Karoeni.

Dr K. Dijk rapporteerde over de nota van Prof. Dr H. Bouwman, inzake het ongedoopt laten van kinderen van doopleden in het Noorden des lands.

Besloten werd bij de Kerkeraden er op aan te dringen, dat zij zich houden aan de bepaling der Generale Synode van 1908, art. 86, en uit te spreken dat, wanneer de ouders geen doopgetuigen kunnen stellen, de kerkeraad zoo mogelijk een lid der gemeente als getuige doe optreden, opdat het kind niet ongedoopt blijve, aan de Classes op te dragen ernstig toe te zien, dat deze bepalingen worden nageleefd en ten slotte Prof. Dr H. Bouwman hartelijk dank te betuigen voor zijn zaakrijk en uitvoerig advies en voor zijn waakzaamheid in deze zaak.

Ds J. de Vries van Tilburg deelde mede, dat het rapport van Deputaten inzake echtscheiding niet is ingekomen. Nader zal overwogen worden wat er in dezen te doen zij. De vergadering ging hierna in comité-generaal.

; ^-; > -; r'-. ^ jjig zitting. '> ''£•'•]

"Dé zittil^ van "Donderdag 18 September werd 'geopend met samenzang van Psalm 48 : 1 en 6, waarna de praeses voorging in gebed.

Na appèl nominaal volgde vaststelling der acta. Op voorstel van Prof. Hoekstra werd in het eerste lid van de conclusie met betrekking tot het kerkgezang een wijziging

aangebracht, zoodat deze thans luidt: a. „Den bestaanden bundel „Eenige Gezangen" uit te breiden met eenige berijmde en onberijmde Schriftgedeelten of liederen, die zich aan de Heilige Schrift ten nauwste aansluiten, om den Kerken te worden aangeboden ten gebruike inzonderheid op de Christelijke feestdagen, op de dagen, die bestemd zijn voor de herdenking van het lijden en sterven van Christus, bij de bediening der Heilige Sacramenten, de bevestiging van ambtsdragers en huwelijksbevestigingen".

De praeses stelde hierna aan de orde de besprekingen over het rapport inzake den uitbouw der belijdenis.

Achtereenvolgens spraken Ds N. Duursema, Ds W. Breukelaar, Prof. Dr A. G. Honig, Ds R. J. v. d. Veen, ouderling C. Keizer, Dr K. Dijk, de praeses, Dr H. Kaajan, Ds W. W. Meijnen, ouderling P. Rijsdijk, ouderling K. Glastra van Loon en Ds T. Gerber.

Dr H. A. van Andel legde de volgende verklaring af: „Naar aanleiding van het debat over deze zaak tusschen Prof. Hoekstra en Prof. Greydanus aan den eenen kant en mij aan den anderen kant, is bij nadere samenspreking gebleken, dat hun woorden niet de bedoeling hadden, eenig bezwaar in te brengen tegen de zuiverheid van leer of practijk der missionaire Dienaren des Woords op Java. Die verklaring heb ik gaarne en dankbaar aangenomen, en het verheugt me, dat die missionaire Dienaren des Woords verder door mij geen verdediging behoeven". Ds W. W. Meijnen rapporteerde nader over het bezwaarschrift van Ds K. van Dijk te Keboemen.

De Synode besloot:1. over het gerezen geschil tusschen Ds K. van Dijk en de afzonderlijke vergadering van Missionaire predikanten inzake het onderzoek van het Psalmboek van Ds van Dijk, geen oordeel uit te spreken, aangezien er blijkbaar misverstand

heeft bestaan; haar leedwezen uit te spreken, dit dit geschil is gerezen; en er bij Ds K. van Dijk en de afzonderlijke vergadering op aan te dringen dit geschil door nader onderling overleg in der minne weg te ruimen;

2. met de commissie der afzonderlijke vergadering groote waardeering uit te spreken voor den omvangrijken arbeid door Ds van Dijk aan de bezorging van een volledig Psalmboek besteed, maar tevens instemming te betuigen met de Deputaten voor de Zending; dat Ds van Dijk beter had gedaan het geschil tusschen hem en de afzonderlijke vergadering niet publiek in de pers te bespreken, maar zich te hebben bepaald tot een behandeling daarvan alleen in kerkdijken weg;

3. aan de te benoemen deputaten voor de Zending op te dragen de afzonderlijke vergadering van missionaire predikanten op Midden-Java te verzoeken, dat zij overeenkomstig art. XVI der Zendingsorde en de uitspraken der Generale Synode van 1905 te dier zake, ter bevordering van meerdere uniformiteit tusschen wat op de verschillende terreinen in den dienst der Zending gezongen wordt, alsmede ter bevordering van het gebruik der psalmen, voorstellen betreffende wat gezongen behoort te worden, in te dienen bij de Deputaten der Generale Synode voor de Zending, zoo mogelijk voor den Isten Januari 1933, welke voorstellen dan door deze Deputaten met hun advies ter beoordeeling en beslissing aan de volgende Generale Synode zullen worden voorgelegd;

4. van dit besluit kennis te geven aan I3s K. van Dijk te Keboemen en aan de afzonderlijke vergadering van Missionaire Dienaren des Woords op Midden-Java.

Middagzitting.

In de middagzitting, geopend met samenzang van Psalm 97 : 1 en 7, betuigde Ds L. P. Krijger, die zitting nam als secundus van Dr H. A. van Andel, door opstaan instemming met de belijdenisschriften. De besprekingen over den uitbouw der belijdenis werden voortgezet. Prof. Dr V. Hepp en Prof. Dr J. Ridderbos voerden achtereenvolgens het woord. De laatste adviseerde tot indiening van het volgende voorstel, dat door den praeses werd overgenomen: De Synode besluit: e. den Deputaten danlc te zeggen voor hun belangrijken arbeid; 2e. uit te spreken dat uit het ingediende rapport en de daaraan toegevoegde proeve de noodzakelijkheid van uitbreiding der belijdenisschriften niet voldoende is gebleken om daartoe over te gaan; 3e. geen nieuwe Deputaten voor deze zaak te benoemen." Dr W. A. van Es beantwoordde het debat als rapporteur. Nog spraken Ds C. B. Bavinck, Ds J. J. Miedema, Dr K. Dijk en Ds W. Breukelaar. De zitting werd hierna tegen 5 uur geschorst tot half acht.

Avondzitting.

In de avondzitting, geopend met het zingen van Psalm 135 : 1 en 12, werd de bespreking over den uitbouw der belijdenis

voortgezet. Nadat Prof. Hepp, Prof. Ridderbos en Dr Van Es het woord hadden gevoerd, werd door Ds H. Meijering mede namens Dr K. Dijk, Ds C. B. Bavinck, Dr H. Kaajan Ds W. W. Meijnen, Ds H. de Bruijn, Ds J. A. C. Rullmann, Ds J. J. Miedema, ouderling M. Schalekamp en ouderling W. Hummelen het volgende voorstel ingediend:

De Generale Synode:

kennis genomen hebbende van het rapport inzake de uitbreiding der Belijdenis, gehoord de discussie over dit rapport; van oordeel, dat door de indiening van tal van andere voorstellen de overweging van deze gewichtige aangelegenheid in de kerken niet voldoende tot haar recht gekomen is, zoodat een definitieve beslissing door deze Synode geen genoegzame bevrediging kan geven;

besluit: Ie. bedoeld rapport nogmaals aan de kerken ter overweging over te geven;

2e. de Deputaten voor deze zaak te continueeren en hen op te dragen:

a. den kerken alsnog gelegenheid te geven tot een nader door hen te bepalen datum opmerkingen en wenschen betreffende de uitbreiding der belijdenis inzake de Heilige Schrift bij hen in te zenden;

b. het overleg met de buitenlandsche kerken over deze zaak voort te zetten;

c. rekening houdende met hetgeen in de discussies is naar voren gebracht, hierover aan de volgende Generale Synode te rapporteeren en dit rapport een half jaar te voren den kerken te doen toekomen.

Dr W. A. van Es deelde mee, dat hij, in overleg met den voorzitter der commissie, de conclusies der commissie terugnam en het voorstel Ds Meijering c.s. overnam.

Het voorste! Schouten-Ridderbos, het eerst in stemming gebracht, werd aangenomen met 28 steemmen voor en 25 tegen; 3 leden waren afwezig. Van de adviseerende leden waren twee voor en één tegen.

Ds A. Schweitzer rapporteerde nader over de bezwaren van de Particuliere Synode van Friesland-Noord tegen het rapport van Deputaten inzake Art. 13 K. O. (emeritaatsregeling).

Besloten werd: De Generale Synode, kennis genomen hebbende van wat voorkomt op het agendum aan voorstellen van de Particuliere Synode van Groningen en van Friesland-Noord;

van oordeel: dat de bezwaren tegen de door de Generale Synode van Utrecht in 1923 vastgestelde bepalingen inzake de z.g. onderlinge verzekering en tegen de wijze waarop de generale Deputaten het hulpbetoon hebben behandeld, ongegrond zijn, voorts van oordeel, dat op het voorstel van de Particuliere Synode van Groningen om de instructie van Deputaten te herzien, moet worden ingegaan;

besluit:1. te weerspreken, dat na 1923 het hulpbetoon ad art. 13 der K. O. meer regel dan uitzondering is geworden;

2. af te wijzen de voorstelling, dat er bij handhaving van de z.g. „onderlinge verzekering" geen plaats overblijft voor hulpbetoon;

hulpbetoon; 3. de te benoemen Deputaten te machtigen, gedurende de eerstvolgende drie jaren bij de regeling van het hulpbetoon, hun toegepaste methode te blijven volgen; en voorts aan hen op te dragen een nieuwe instructie voor Generale Deputaten te ontwerpen en de volgende Synode dienaangaande te dienen van advies;

van advies; 4. van haar besluit kennis te geven aan de Particuliere Synode van Groningen en aan die van Friesland N. G. Nog rapporteerde Ds. Schweitzer over voorstellen van de Particuliere Synode van Noord-Holland en de Kerk van Harmeien betreffende de wijze van emeriteering. Hierover werd uitgesproken:

De Generale Synode,

kennis genomen hebbende van het voorstel van de Particuliere Synode van Noord-Holland om „het daarheen te leiden, dat de uitvoering van art. 13 K. O. in de richting van de z.g. onderlinge verzekering generaal geregeld worde", en de door de Particuliere Synode voor deze zaak aanbevolen bepalingen vast te stellen;

voorts kennis genomen hebbende van het voorstel van de kerk van Harmeien om Deputaten te benoemen, die op de volgende Synode rapporteeren over de wenschelijkheid om voor de verzorging van de emeriti-predikanten, - weduwen en - wezen de classicale en provinciale kassen af te schaffen, en te komen tot een Generale kas en alsdan tot een uniforme regeling in deze zaak te geraken;

van oordeel, dat de bepalingen door de Generale Synode van Utrecht 1923 betreffende z.g. „onderlinge verzekering" vastgesteld, geen wijziging of uitbreiding behoeven, besluit:1. op het voorstel van de Particuliere Synode van Noord-Holland en op dat van de kerk van Harmeien, niet in te gaan; 2. van haar besluit kennis te geven aan de Particuliere Synode van Noord-Holland en aan de kerk van Harmeien. De Synode ging hierna in comité-generaal.

20e zitting.

De laatste zitting van Vrijdag 19 September werd geopend met het zingen van Psalm 105 : 2 en 3 en gebed.

Appèl nominaal werd gehouden, de acta worden vastgesteld. Bij de ingekomen stukken was o.m. een brief, waarin er op werd aangedrongen, bij de eventueel komende Internationale Synode gebruik te maken van het Esperanto. Het werd voor kennisgeving aangenomen.

Op voorstel van den praeses werd besloten, een brief te zenden aan de Particuliere Synode van Overijssel, met mededeeling, dat noch de primus-afgevaardigde, ouderling H. Morsink G.Hz., noch een der secundi aanwezig geweest zijn gedurende vele dagen.

Ds A. Schweitzer rapporteerde nader naar aanleiding van het gerezen geschil tusschen Deputaten van Art. 13 K. O. en de Particuliere Synode van Friesland-Noord. Besloten werd, het moderamen de afwikkeling dezer aangelegenheid op te dragen.

Ds. D. P. Koopmans rapporteerde over een bezwaarschrift van de Particuliere Synode van Friesland-Noord, tegen een verhooging van het percentage-cijfer voor de verzorging van emeriti.

De Synode sprak uit, geen aanleiding te vinden in de ingebrachte bezwaren, om wijziging te brengen in de te Groningen vastgestelde betrekkingscijfers.

Ds W. W. Meijnen rapporteerde over het financieel beheer van Deputaten voor de Zending onder Heidenen en Mohammedanen.

Besloten werd:1. den dank der Synode te betuigen aan de heeren N. v. d. Grampel, N. D, van Meyenveldt en R. C. van Vulpen, te Amsterdam, voor den gewaardeerden arbeid door hen, bij 't nazien der boeken, belangeloos verricht;

2. aan de te benoemen Deputaten voor de Zending op te dragen naar Art. XXVI Zendingsorde quaestores te benoemen en te instrueeren;

3. al de Kerken met bijzonderen nadruk ernstig op te wekken om van alle inkomsten voor de Zending van welken aard ook 10 pet. te storten in de Generale Kas, en daartoe namens de Generale Synode een door Deputaten voor de Zending en tevens door het Moderamen der Synode geteekend schrijven te richten;

4. de te benoemen Deputaten voor de Zending te machtigen met bekwamen spoed van alle Kerken een bijzondere collecte te vragen voor den bouw van het hospitaal te Wonosobo en het moderamen der Synode op te dragen, die aanvrage mede te teekenen;

5. aan de te benoemen Deputaten voor de Zending op te dragen om, als dit noodig blijkt, namens de Generale Synode van de Kerken één of meermalen een extra-collecte te vragen voor de Generale Kas.

6. de te benoemen Deputaten voor de Zending machtiging

387 te verleenen, om even als de vorige Generale Synodes dit deden, ingeval van besliste noodzakelijkheid ter voorkoming van stagnatie in den gang der zaken kasgeld op te nemen voor rekening van de gezamenlijke kerken tot een maximum van ƒ 24.000;

7. vriendelijk dank te zeggen aan Ds W. G. Harrenstein voor de welwillende hulp;

8. ter uitvoering van Art. XVIII alinea 2 der Zendingsorde aan te benoemen Deputaten voor de Zending instructie te geven, zooals die is vastgesteld door de Generale Synode van 1902 en door latere Synodes is gewijzigd;

9. de deputaten voor de Zending onder de Heidenen en Mohammedanen van den arbeid naar Art. XVIII te dechargeeren en aan hen en bijzonder aan den quaestor Ds W. Breukelaar dank te betuigen voor de in dezen verrichte gewichtige diensten.

Prof. Dr A. G. Honig bracht het eindrapport over den arbeid der Zendingsdeputaten uit. Overeenkomstig de door hem voorgestelde conclusie werd besloten:

10. met dank aan den Heere te gedenken den veelvuldigen arbeid van den overleden deputaat Dr J. Hania;

2o. Aan de afgetreden deputaten de verzekering te bieden, dat de Synode gaarne goedkeurt en hoogelijk waardeert den zoo omvangrijken arbeid, die, belangeloos, met groote kunde en toewijding onder den rijken zegen Gods door hen verricht werd;

3o. In den geest een groet en heilbede te brengen aan al de broeders en zusters, die namens de kerken op onze Zendingsvelden werkzaam zijn.

Ds H. Meijering rapporteerde over een verzoek van de classis Batavia om de kassen ad Art. 13 van de Deputaten en van de classis Batavia gescheiden te mogen houden en bij emeriteering zelfstandig te mogen optreden en van de kosten van de emeritaatsvoorziening der Nederlandsche Kerken te worden vrijgesteld.

Besloten werd, op het verzoek van de classis Batavia thans niet in te gaan, maar voorloopig met handhaving van het bepaalde door de Generale Synode van Groningen aan de te benoemen Deputaten ad Art. 13 K. O. op te dragen, hierover met de classis Batavia nader te correspondeeren en een zoodanige regeling van de verhouding dezer classis tot de Nederlandsche Kerken te dezer zake trachten te treffen, die geacht mag worden de meest profijtelijke te zijn.

Ds J. J. Miedema rapporteerde over de herziening van de bepalingen betreffende de toekemiing van emeritaatsgelden en pensioenen.

Na eenige discussie besloot de Synode de bepalingen betreffende de toekenning van emeritaatsgelden en pensioenen overeenkomstig het concept van Deputaten te aanvaarden, echter met invoeging van de volgende passage:

„Terwijl voorts mag vertrouwd worden, dat Kerken, die tot „gunstiger financieele bepalingen in staat zijn, niet zullen „blijven staan bij de minimum bedragen, waartoe een ontwerp, „dat ook voor minvermogende kerken bestemd is, zich wel „moet bepalen. Dit alles echter met dien verstande, dat door „geene voor de toekomst vast te stellen regeling, kan worden „te kort gedaan aan de rechten, die de thans gepensioneerden „door de bepaling van hun pensioen reeds verkregen hebben, „of van rechten, die aan eenigen dienaar des Woords reeds zijn „toegekend door een formeel besluit aan de Kerk waaraan hij „verbonden is."

De heer Schalekamp drong bij dit punt aan op emeriteering op 65-jarigen leeftijd, in plaats van 70-jarigen leeftijd. Deze gedachte werd ter bestudeering aan Deputaten gegeven.

Op voorstel van Dr Van Es werd nog besloten, alle zaken, waarover tusschen Deputaten ad Art. 13 K. O. en de Particuliere Sjmode van Friesland-Noord verschil bestaat, in handen te stellen van een commissie, als hoedanig het moderamen werd aangewezen.

Ds T. Gerber rapporteerde nader over de verzorging van de geestelijke belangen der Zuiderzeearbeiders. Besloten werd thans, om het deputaatschap voor dezen arbeid te doen bestaan uit S leden, uit elk der Zuiderzee-kustprovincies één. De zitting werd geschorst tot 's middags half twee.

Middagzitting.

De middagvergadering, tevens slotzitting, werd geopend met samenzang van Psalm 103 : 6 en 7. De praeses dankte met een enkel woord de ter Synode aanwezige broeders van de pers, die als betuiging van dank voor de hun betoonde welwillendheid een bloemstuk zonden, terwijl hij hun tevens dank bracht voor hun arbeid. Op voorstel van het moderamen werden de verschillende deputaatschappen als volgt samengesteld:

1. Inzake het nieuwe leerboek voor de catechisatiën: Prof. Dr A. G. Honig, Ds J. L. Schouten, G. Meima te Groningen; secundi: Dr K. Dijk en J. van der Waals.

2. Inzake uitbreiding van den bundel „Eenige Gezangen": Prof. Dr V. Hepp, Prof. Dr T. Hoekstra, Ds J. Douma, Prof. Dr H. H. Kuyper, Dr H. Kaajan, Ds A. H. van Minnen te 's-Gravenzande.

3. Voor de revisie van de liturgie: Prof. Dr H. Bouwman, Ds T. Ferwerda, Prof. Dr J. Wille te Amsterdam.

4. Voor de oefening van het verband met de theol. faculteit van de V. U.: Ds W. Breukelaar, Ds K. Fernhout, Ds W. H. Gispen te Scheveningen, Ds J. J. Miedema, Ds J. P. Klaarhamer, Dr J. Thijs; secundi: Ds J. L. Schouten, Dr H. Kaajan en Ds H. Hummelen te Zutphen.

5. Voor radiokerkdienstuitzending: Ds J. A. Tazelaar, te Rotterdam, Ds Jac. van Nes te 's-Gravenhage, Ds W. Bouwman te Leiden, Mr A. van der Deurne te Benuekom en Ds G. Kerssies te Wildervank.

6. Voor de kas tot steun bij de uitvoering van Art. XIII K. O.: Jurrien Veldkamp te Groningen, Ds F. Wiersma te Oosterbierum, Ds D. P. Koopmans te Sneek, J. Beekman te Zuidlaren, Ds H. Meulink te Enschedé, Ds L. J. C. Kreyt te Dieren, Ds J. G. Meynen te Baarn, Ds A. Schweitzer te Buiksloot, Ds H. Meyering te Katwijk aan den Rijn, Ds D. Pol te Rijsoord, Ds A. Scheele te Kapelle-Biezelinge, ' Ds J. A. de Vries te Tilburg, en tot hunne secundi: T. G. Veenkamp te Delfzijl, Dr W. A. van Es te Leeuwarden, Ds J. op 't Holt te Bolsward, G. F. Hummelen te Assen, Ds J. H. Broek Roelofs te Vroomshoop, Ds R. M. Westerink te Velp, Ds E. Schouten te Amersfoort, Ds Y. van der Zee te Amsterdam-West, Ds A. H. van Minnen te 's-Gravenzande, Ds R. K. M. Hummelen te Gorinchem, C. P. Pouwer te Middelburg en Ds D. de Wit te 's-Hertogenbosch.

7. Inzake echtscheiding: Prof. Dr. G. Ch. Aalders, Dr K. Dijk, Dr W. A. van Es, Prof. Dr S. Greydanus en Dr H. Kaajan.

8. Voor de Zending onder de Heidenen en Mohammedanen: Ds M. Meijering te Delfzijl, Ds J. P. Klaarhamer, Ds G. M. van Rennes te Heeg, Ds N. Duursema 'te Nieuw-Amsterdam, Ds R. Hamming te Nijverdal, Ds J. Krüger te Elburg, Ds W. Verhoef te Zeist, Ds W. Breukelaar, Ds A. H. van Minnen, Ds D. Pol, Ds F. Staal te Colijnsplaat en Ds J. de Vries te Tilburg.

9. Voor de loopende zaken der Zending: Ds D. Pol, Ds W. Breukelaar, Ds J. P. Klaarhamer.

10. Voor het examen naar Art. 4 Zendingsorde: Ds W. Breukelaar, Prof. Dr H. Bouwman, Prof. Dr C. van Gelderen, Prof. Dr V. Hepp, Prof. Dr T. Hoekstra, Prof. Dr A. G. Honig, Prof. Dr H. H. Kuyper en Ds D. Pol.

11. Voor de Zending onder de Joden: Ds J. Douma, Dr J. Hoek, Ds C. Lindeboom, Ds. J. J. Miedema en Ds J. D. van der Velden, en als secundi: Ds W. Verhoef, Dr C. Bouma en Ds C. J. Sikkel te Amsterdam-Zuid.

12. Voor de Evangelisatie in België: Ds H. de Bruvij, Ds P. van Dijk te Zaandam, Ds P. N. Kruys-. k, Ds ÏV. W. Meynen en L. W. Schalekamp te KViV-Cti'.

13. Voor de correspondentie ri^t ae Hooge Overheid: Prof. Dr H. Bouwman, S'-.i.-.t-aad A. W. F. Idenburg, Prof. Dr H. H. Kuyper, c: : .H.'J secundi: S. baron van Heemstra, Commissaris ••_: • K: ; ; iingin in Gelderland, Prof. Dr A. A. van Schelven en iar J. A. de Wilde.

14. Voor de verzorging der geestelijke belangen van de militairen.: Reserve-luitenant B. Geleynse, Ds T. J. Hagen, luitenant-kolonel W. J. D. Havelaar, adj. A. van Helden, Ds A. H. van Minnen en Ds J. de Vries.

15. Voor de geestelijke bearbeiding van de verstrooide Geref. in Ned.-Indië: H. Bos Kzn. te Rotterdam, Minister van Staat H. CoHjn, Dr K. Dijk, K. Floor, Burgem. G. L. de Gaay Fortman, Dr W. G. Harrenstein, Staatsraad A. W. F. Idenburg, Ds C. Lindeboom en Ds H. A. Wiersinga.

16. Voor de correspondentie met de buitenlandsche kerken: Prof. Dr G. Ch. Aalders, Mr A. J. L. van Beeck Calkoen, Dr G. Keker, Prof. L. Lindeboom, Dr S. O. Los te Den Haag, Dr J. C. Rullmann te Wassenaar en Prof. Dr A. A. van Schelven en als secundi: Dr H. Mulder te Groningen, Ds T. Ferwerda en Dr J. W. v. d. Bosch te Harderwijk.

17. Voor de steunverleening aan Hongaarsche studenten: C. van den Bos te Amsterdam, Prof. Dr F. W. Grosheide, Ds A. Hoeneveld, Prof. Dr A. G. Honig, Ds H. A. Munnik Jr.

18. Voor den geestelijken arbeid bij de Zuiderzeewerken: Ds D. Hoek, Ds P. de Jong te Bunschoten, Ds H. H. Schoemakers, H. Tromp te Harderwijk en J. Weerstra te Cornwerd.

19. Voor de ambtelijke behartiging van de geestelijke belangen der verstrooide Gereformeerden in Noord-Fratikrijk: de kerk van Brussel.

20. Voor het uitschrijven van een bededag: de Classis 's-Gravenhage.

21. Als archiefbewarende kerk: Amsterdam of, zoo noodig, 's-Gravenliage-West.

22. Voor onderzoek inzake het Synodaal archief: Dr G. Keizer, Dr Th. Ruys Jr. te Lisse, G. van Zeggelaar te Ransdorp.

23. Als archivaris tevens voor het geven van advies inzake archieven aan kerken, classes en Particuliere Synodes: Dr Th. Ruys Jr., secundus Dr H. Kaajan.

24. Voor onderzoek inzake de zekerstelling van de bezittingen der gezamenlijke kerken: Prof. Mr A. Anema, Prof. Dr H. Bouwman, Ds W. Breukelaar, Dr K. Dijk, Mr G. H. A. Grosheide, Ds D. Pol en Ds J. L. Schouten te Amsterdam.

25. Als roepende kerk voor de volgende Generale Synode: Middelburg.

26. Inzake de moeilijkheden te De Leek: Ds W. Breukelaar, Ds H. Meyering, K. Glastra van Loon.

27. Inzake de grenskwestie Heerenveen-Oudeschoot: Ds J. J. Berends, Ds J. P. Klaarhamer, J. de Wit te Leidschendam.

28. Inzake het bezwaarschrift van de kerk van Siegerswoude: Ds J. J. Miedema, Ds D. P. Koopmans en P. Koster te Valthermond.

29. Inzake het bezwaarschrift van den heer en mevrouw J. Th. Ubbens en J. Ubbens-Wielenga te Magelang: J. Beumer te Klaten, Ds A. Pos te Djokjakarta en W. de Vries te Weltevreden.

30. Voor het schrijven aan de legerpredikanten en eyentueele hernieuwde samenroeping van de Synode: de leden van het moderamen dezer Synode.

31. Voor de verzorging der geestelijke belangen van de •Gereformeerden te Curagao: de Gereformeerde Kerk van Den Haag-West.

32. Inzake het geschil tusschen de Particuliere Synode van Friesland-Noord en de Deputaten ad Art. XIII K. O.: de leden van het moderamen dezer Synode.

(De namen van de saamroepers der onderscheiden deputaatschappen zijn cursief gedrukt, terwijl achter de namen van hen omtrent wie misverstand rijzen kan, de woonplaatsen zijn afgedrukt.)

Op voorstel van het moderamen werden verschillende besluiten genomen, noodig voor de uitvoering der verschillende besluiten en der loopende werkzaamheden. Dr W. A. van Es verzocht o.m. om voor een volgende Synode een typiste aan te stellen, die de verschillende voor te stellen conclusies kan vermenigvuldigen.

Dit voorstel werd aanvaard en de uitvoering aan het mode­ ramen opgedragen.

Van den heer T. van Dijk, schoolopziener op Soemba, kwam een schrijven in met dank voor de hem verleende gastvrijheid. De praeses hield hierop de volgende slotrede:

De slotrede van den praeses.

Aan het einde van den arbeid gekomen, richtte allereers de praeses nog een kort woord tot de vergadering en hij herinnerde aan den avond van de aankomst der Synodeleden in Gelre's hoofdstad, toen in den bidstond hen is toegeroepen: Maar geliefden, bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, biddende in den Heiligen Geest.

Wierp dit Woord Gods toen Zijn licht over wat verricht stond te worden, spoorde het ons aan tot biddend arbeiden, daar moge thans een ander Woord Gods zijn schijnsel laten vallen over den volbrachten arbeid en ons opweklcen tot aanbidden. Wij hooren nu eerbiedig naar het woord, dat wij in Psalm 40 uit den mond van den komenden Messias beluisteren; Die daar staande in de poorte der profetie bidt: „Laat in U vroolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: De Heere zij groot gemaakt!"

Waar Jezus Christus gisteren en heden dezelfde is, daar mogen wij in dit woord immers zien de saamvatting van de voorbede, die Hij gedurende al de dagen van onzen synodalen arbeid voor ons opzond. Maar dan moet dit woord ook aanbiddend natrillen in de harten van ons, die hier als Zijn knechten, gedragen door Zijn voorbede, mochten arbeiden en bidden. Iets van die aanbidding leeft thans in sprekers ziel.

Met een dankbaar, maar bevend hart heeft spr. het voorzitterschap der Synode aanvaard. Dankbaar voor de onderscheiding, die hem daarin te beurt viel, bevend bij de gedachte aan de zware verantwoordelijkheid, die daardoor op spreker rustte. Aan het einde van de samenkomsten legt spr. gaarne de verklaring af, dat het hem geen last maar een lust geweest is de vergaderingen te presideeren. Het was hem een weelde der ziel daarin den Koning der Kerk te mogen dienen. Spr

voelde zich ook in niet geringe mate gesterkt door he', medebouwen en medebidden der leden. Spr. dankt allen, assessor, scriba, prae-adviseurs etc. voor hun vriendelijke tegemoetkoming bij sprekers verantwoordelijke taak. Spr. danlrt ook de Kerk van Arnhem, die de Synode zoo zorgvuldig voorbereidde, gastvrij ontving en herbergde.

Niet zonder bezorgdheid werd ons samenkomen in de str.'l van Johannes Fontanus tegemoet geziïn. De zaak van het doctoraat aan de Theologische Scheel was op onzen synod; !tn disch de hoofdschotel, waarop al'er aandacht zich concentreerde. Daar was schier niemand, die ", an een bevredigende oplossing dorst denken. Na een breede discussie kwam er eindelijk een conclusie, die met algeme.Le stemmen kon worden asiivaard. Zij danlrt haar oorsprong a.-.n de begeerte naar rust en eenheid in onze Kerken. Dat U ook het karakter, dat zij croagt en het doel, dat zij beoog'. Vrucht van de langdurige, piscussie was, dat de afgevaardigden langzamerhand onder de leiding des H. Geestes, trekken van overeenkomst begonnen te vertoonen met „de kinderen van Issaschar, die ervaren waren iu het verstand van de tijdei, om te weten wat Israël doen m03st." Moge het nu van al de leden onzer Kerken gezegd kunn'n worden: „En al hun broeders pasten op hun woord."

De aangeno^nen conclusie dient allereerst en alk-: -meest ons te brengen eer rustige sfeer, noodzakelijke voorwaarde voor een blijmoedig bcuwen in ons allerheiligst geloof, voor een vrijmoedig bidden in den H. Geest. Wij zien in haar de vrucht van het bidden van het volk Gods met ons, van het bidden van den Middelaa, - Gods voor ons en van li; t bidden van d^n Geest Gods in ons. Wanneer allen, die in èe pers leiding zoehen te geven, haar in dat licht zien, dan zullen zij bewaard bl'..'ven voor een dwalende exegese, die verderven kan, waarin de. : • God een zegen were' .gelegd. De T'ieologische School zette rustig haar gezegenden arbeid vcort, gedragen door de liefde, het vertrouwen en de voorbede van al onze Kerken, die om des huizes des Heeren, onzes Gods wil, het goede voor haar zoeken. Wij waren het lang niet altijd eens, maar wij mogen het als een groote winst boeken, dat wij onder alles één bleven.

Wij hebben hier vruchtbaar werk verricht. Spr. denkt allereerst aan al de beslissingen inzake de Zending. Dit werk heeft een voorspoedigen loop en draagt rijke vrucht. Spr. memoreerde het verleende emeritaat aan Dr D. Bakker, de benoeming van Ds A. Pos tot docent, het besluit inzake het zendingsprofessoraat, en bracht hulde aan de commissie voor de zendingsfilm en den nestor der Generale Zendingsdeputaten, Ds W. Breukelaar, den man met het helder hoofd, het warm hart en de krachtige hand.

Spr. deed verschillende besluiten de revue passeeren en wees er op, dat dat inzake de uitbreiding van de belijdenis ongetwijfeld sommigen teleurstellen zal. Men bedenke echter, daf het belijdend karakter der Kerk niet allereerst uitkomt in het uitbreiden van haar belijdenis, maar in de betooning aan hen, die binnen en die buiten zijn, van de handhaving van haar belijdenis.

Critiek, aldus spr., zal ook nu wel niet uitblijven. Die buiten zijn zullen ook nu wel weer zeggen, dat men het niet goed deed. Men spreelrt van versteening en verstarring, als de Synode weigert nieuwe banen in te slaan zoolang zij niet zeker weet of die wel liggen in het verlengde van de oude paden. Het is onze bede, dat de Koning der Kerk Zijn heilige goedkeuring moge doen rusten op de hier genomen beslissingen. Hij do verzoening over 't zondige en bekrone het goede met Zijnen zegen. Zijn koninkrijk tot uitbreiding, zijn Kerken tot welzijn en Zijn heiligen naam tot eere.

Spr. wees op het genomen besluit terzake van een internationale Synode en de aanwezigheid van meerdere buitenlandsche afgevaardigden als evenzoo vele bewijzen van het diep doorgedrongen zijn van het internationaal karakter van de Kerk des Heeren. Spr. bracht het gemeentebestuur van Arnhem dank voor de ontvangst. Hij besloot met te wijzen op den toenemenden stroom van godverzaldng en Christusverwerping, die met sterke zuigkracht door de bedding van ons volksleven gaat. Mogen Zijne Kerken steeds meer zijn en worden een zout en een licht. De groote-afval in de Christenlanden en de machtige voortgang van het Evangelie in de heidenlanden wijst op een ras naderende toekomst des Heeren. Het worde de Kerken gegeven, dat Hij bij Zijn wederkomst zeggen kan: „Gij hebt Mijn Woord bewaard en Mijn naam niet verloochend". Zoo mogen wij gelijk zijn aan dienstknechten met omgorde lendenen en brandende kaarsen, die waken als Hij komt.

Prof. Dr A. G. Honig hield namens de hoogleeraren een korte rede, de Synode dankend voor haar vriendelijkheid en waardeering.

" Een woord tot den praeses.

Ds J. Douma richtte zich tenslotte tot den praeses. Wij als leden der Synode — aldus spreker — hebben reden te over den Heere te danken, dat Hij u bekrachtigd heeft, om u te be kwamen voor de zware taak gedurende deze vijf ingesparmen weken. En wij hebben reden te over om u te danken voor het vele goede in de wijze, waarop gij het presidium hebt vervuld.

In die wijze was iets eigens. Hoe zou het anders te verwachten zijn bij zulk een krachtige persoonlijkheid met een zoo geprononceerd karakter. De Synode heeft gevoeld, dat he presidium was in handen van een man. Gij hebt zelf den arbeid kunnen doen en ook anderen er toe aangezet. Hoe hebt gij getoond, dat gij in de zaken inzat. En wanneer de zwaar beladen agenda is afgewerkt, dan danken we dat niet in de laatste plaats aan den zegen, dien God ons in u als praeses heeft willen schenken.

Geve God u het voorrecht, de vrucht te zien van den arbeid, hier verricht. God heeft u willen gebruiken tot rijken zegen voor de Kerken. Moge nog vele jaren uw kracht blijven, opdat uw verder leven tot heil van onze Kerken en tot eere van den naam onzes Zaligmakers wezen mag.

Het plechtig „laat Uw gena ons met haar troost verrijken" was de slotzang, waarna Ds Schouten voorging in een ontroerend dankgebed, dat een der aanwezige gasten er toe bracht om de Synode en met en in haar de Kerken een zegenbede toe te zingen, welk vers door allen werd mede gezongen. De hamerslag viel. De Synode is weliswaar slechts provisorisch gesloten. Maar alleen de eventueele mogelijke benoeming van een zendingsleeraar zou haar bijeen kunnen brengen. Met die restrictie behoort de Arnhemsche Synode der Geref. Kerken thans tot de kerkhistorie.

GEREFORMEERDE KERKEN.

Tweetal te: Krabbendam: J. J. Bosma, cand. te Zuidwolda on T. Possen, cand. te Baarn. Kioiuv-Weerdinge: H. Wiersema te Oldehove en H. v. d. Zanden te Wiapenveld.

Beroepen te: Harlingcn: C. Wl. Keur te Oudowater. Middelharnis: P. A. Zeilstra te Sliedrecht. Oost-en Wiest-Souburg: J. C. J. Kuiper, cand. te Haarlem. Reitsum: S. W.agenaar, cand. te Bozum. Schiedam (vac.-C. v. d. Wioude): A. J. Bouma te Heerenveen. . ,

Intrede te: erwerd: . v. d, Werff. Tekst Efeze 3:14 en 17 a. ïei'scheUing: , . J, v. Hoek, cand, TcLkst Joh.i:35—37.

Afscheid pan: Beelgum: . Boes. Tekst Hebr. 12:28. De Bilt (ü.) (als hulppr.): . C. Burgerier, cand. Tekst Job 31:35—37.

Jubilea:15 October: . M, v. d. Berg te Vreeswijk, 25 jaar.

CHR. GEREFORMEERDE KERK.

Tweetal te: \V.ormen-: a-: J. Drenth to Broek op Langendijk en K.G. V. Smeden te Haarlem-Noord.

Beroepen te: -< . ^i|8i|S|ïê|ï||-i: -r»g(^s^i, «(i., Ürand-Bapids {Mioh. N-; A.y: ''-ïl*W%*S*ieé^%e Barandrecht.

GEREF. GEMEENTEN.

Drietal te: Tholen: J. D'. Barth te Borssele, M. Heijkoop. te Utrecht en W. C. Lamain te Leiden.

Beroepen te: Aagtekerke: M. Hofman te Krabbendijko.

Bedankt voor: Aagtekerke en Rotterdam: A. de Blois te Dirksland.

NEDERLANDSCIIE HERVORMDE KERK.

Drietal te: Haarlem (vac-L. Poot): Wi. M. A. Kalkman to Katwijk aan Zee, J. II. lil. Rappard te Dinteloord en H. , \Vj. te Winkel te Sneek.

Beroepen te: Bergschenhoek: J. E. Uitman, cand. te Zeist. Brandwijk: H. A. de Geus te Huizen (N'.H.). Denckamp: H. G. Groenewoud, cand. te Vriezenveen. Doesburg: Dr G. Ph. v. Itterzon te Alblassordam. Drachten (Evang.): H. v. d. Linde te Kleverskerke. Groede (loez.): M. J. C. Visser te W; est-ïerschel!ing. Langweer: J. W.. Noteboom te Aagtekerke. Lekkerkerk: IJ. v. Dijk te Schagen. Marum: B. Bolt te Oostvvold. Sohelluinen: A. y. Griethuysen te Zuid-Beijerland. Soest (vac.-J. C. W'. Kruishoop): A. v. Willigen te 's Grevelduin-Capelle. Steenwijkerwold: B. S. Dijkstra te Harwich. Wiijngaardon: J. G. Abbringh, cand. te. Groningen.

Aangenomen naai: : ^^^^^^^^ff-Kiclwindeweer: W. A. Wasch, Oost-Irfd.^'prèd: met verlof te Den Haag. Moercapelle: J. E. Uitman, cand. te Zeist.

Bedankt voor: Bergschenhoek, Hoornaar, Kockengen, Linschoten, Sluipwijfc en Zegveld (toaz.): J. E. Uitman, cand. te Zeist. Den Bommel: J. Enkelaar te Ouderkerk a. d. IJssel. Garijp; ïh. Hettinga te Dantumawoude. Gouderak: B. Biatelaan te Barneveld, Groot-Ammers: W'. L. Mulder te Voorthuizen. lerseko (toez.): H. S. v. Rijs te Hooge Zwaluwe. Opheusden.: J. r. Amstel te Putten o. d. Veluwe. Putten o. d, Veluwe (toez.): B. G. C. Steenbeek te Wierden. Renswoude: Wi. Rijnsburger te Polsbroek. Sommelsdijk: J. Enkelaar te Ouderkerk a. d. IJssel. Velson: C. E. A. J. Gerrits te 's Gravendeel.

Intrede te: iessendam—Nederhardinxveld: . Haring. Tekst Jer. 21:8. Mijnsheerenland: . J. Wieslra Hoekzema. Tekst Jes. 51:10. Vreewijk (Rotterdam): oh. H. 'H. v. Bieem.. Tekst Zach. 6:6.

Afscheid van: ampen; A. v. d. Kooy. Tekst Pred. 12:13 on 14. Lage Zwaluwe: . Baarslag. Tekst Jes. 50:10.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1930

De Reformatie | 8 Pagina's

Generale Synode der Geref. kerken te Arnhem.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1930

De Reformatie | 8 Pagina's