Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

BRIEF UIT AMERIKA

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

BRIEF UIT AMERIKA

6 minuten leestijd

Protest tegen Brunner's Komst te Princeton.

In een vorigen brief schreef ik dat er wel niei veel protest tegen den invoer van het Barthianisme te Princeton gehoord zou worden. De liberalen verheugen zich in de verwording van Princeton, en de „orthodoxen", die in de Presbyteriaansche kerk zijn aclitergebleven, zijn te individualistisch om veel Ie doen. Nu echter is er een stem van protest gerezen tegen de komst van Brunner.

In The Presbyterian van 5 Mei 1938 doet dr Donald Grey Barnhouse, een fundamentalist van Philadelphia, eenige vragen aan Brunner. Barnhouse is bezorgd. Immers, Brunner zal den stoel van Warfield en C. W. Hodge bezetten. Zal hij Princeton nu nog kunnen aanbevelen aan jonge mannen die voor het predikambt willen studceren?

Dr Barnhouse doet zijn vragen naar aanleiding van Brunners boek: Der Mensch im Widers p r u c h. Dit boek is nog maar pas verschenen. Brunner zal het nog wel willen verdedigen als zijn wei'k.

Dr Barnhouse wijst op het feit, dat Brunner het Genesisverhaal niet als historisch erkent. Zegt Brunner: „Niet liet oudtestamentisch verhaal als zoodanig, maar zijn in Jezus Christus vervulde zin is het Woord Gods, in hetwelk alleen we elkander verstaan. Had de kerk dezen regel altoos gevolgd, dan had zij nooit de fout gemaakt, des menschen oorspronkelijken toestand als beschrijfbaar voor te stellen in den zin van een status integri- , tatis"i). (Op. Cit. p. 73.) Even verder voegt hij hier aan toe: „Dit gansche historisch© beeld van 'den eersten mensch' is; nu eens voor altijd restloos vernield" (Op. Cit. p. 75). Adam is geen historisch persoon geweest. Zoo wordt het scheppingsverhaal als ook de zondeval geloochend. Men moet dus wel bezorgd zijn over Princeton, meent dr Bamhoiise.

In dit alles heeft hij natuurlijk groot gelijk. We zijn dankbaar, dat daar dan toch eindelijk eens een stem wordt gehoord onder de Fundamentalisten tegen de veranderingen te Princeton.

Ban toch, we worden onmiddellijk weer teleurgesteld. Barnhouse meent, dat er een groot verschil is tusschen wat Barth en wat Brunner leert. Barth is veel dichter bij het Bijbelsch standpunt dan Brunner, meent Barnhouse. „Barth travelled the long road away from Modernism back to the simple Christian position, and while he still has some distance to go in certain lines, he sees clearly in all the great points involving man's complete ruin and God's perfect remedy in Christ". Barth heeft dus nog maar een weinig verder voort te gaan op zijn ingeslagen pad en alles is wel. Die in Utrecht de lezingen van Barth over het Credo hebben gehoord, weten wel beter. Barth houdt al even weinig van de sprekende slang in het paradijs als Brunner. De geschiedenis des heils is voor BarUi even als voor Brunner slechts een symbool van wal „boven" de geschiedenis geschiedt. Al heel weinig is er dus van een protest als dat van Barnhouse te wachten.

Dit klemt nog te meer, als we bedenken, dat het met Barnhouse alleen maar bij protesteeren blijft. Barnhouse pruttelt wel zoo nu en dan eens tegen de modernen in de Presbyteriaansche kerk. En er zijn wel meer Fundamentalisten, die nu en dan eens pruttelen. Soms dreigen ze zelfs. Ze zullen de gelden voor de zending inhouden. Ze zullen dit en ze zullen dat. Maar dan steekt moeder de kerkeven den vinger op. Daarna wordt alles doodstil. Theologisch consequent te zijn, en kerltrechtelijk door zee te gaan, daar weet men niet van.

In hetzelfde nummer van ThePresbyterian dient dr Mackay, de president van Princeton, dr Barnhouse van antwoord. Zulk een aanklacht tegen Brunner kan dr Mackay niet onbeantwoord laten. Zijn toorn is „billijk ontstoken".

Eerslens dan, wat het verscliil tusschen Barth en Brunner betreft. Mackay slaat er paf van, dat dr Barnhouse Barth voor meer orthodox aanziet dan Brunner. Barth meent, dat bet beeld Gods in den mensch door de zonde geheel en al is vernietigd. Brunner houdt zich hier dichter bij de aloude gereformeerde traditie en loochent dit. Met Calvijn wil hij van de wedergeboorte spreken als ©en hernieuwing en niet als een schepping. Brunner leert op de meest positieve wijze, dat de mensch hopeloos in zonde ligt zonder het verlossende werk van Christus.

En dan wat de verdere aanklacht van Barnhouse betreft, ook deze is geheel en al ongegrond. Barnhouse beweert, dat Brunner des menschen schepping naar Gods beeld en den zondeval durft loochenen. In antwoord hierop zegt Mackay: „Professor Brunner does nol deny these basic facts. What he does is simply tot challenge, in the name of Uie Bible, and for the sake of vindicating the authority of the Bible, certain interpretations of these facts". De exegese der Schrift, zegt hij verder, moet steeds open blijven voor verder licht dat de Heihge Geest ons schenkt. Ook moet do Sclirift uitgelegd in overeenkomst met de feiten, die ons door geschiedenis en natuurwetenschap worden geboden. In dit alles volgt Brunner slechts het voorbeeld van dr Charles Hodge in diens groote werk Systematic Theology. Hodge heeft immers gewezen op het feit, dat men vroeger den Bijbel verklaarde naar het systeem van Ptölemeus, maar later naar het systeem van 'Copernicus, zonder daardoor in het minst onrecht aan de Schrift als het Woord van God te doen.

Dit is zeker wel een van die Amerikaansclie wonderen, die men zoo in Nederland niet kent. 2) De feiten worden als historische feiten geloochend; toch worden de „feiten" als „feiten" niet geloochend. Door het loochenen van het historische van de feilen loochent men slechts een verouderde verklaring van de feiten— En dit alles zou niet andersoortig zijn dan een overgang van Ptölemeus tot Copernicus. En hiermee zou Brunner als opvolger van Hodge verdedigd zijn. De eeuwige waarheden van des menschen schepping naar Gods beeld en des menschen zondeval, zegt Mackay, worden door Brunner ten stelligste geleerd. En hiermee, meent hij, heeft hij genoeg gezegd. Bruner komt spoedig te Princeton. Men kan hem dan ooren en hem zooveel vragen stellen als men wil.

Of Barnhouse op dit alles nog weer antwoorden zal weet ik niet. Het maakt ook weinig verschil. Hij komt er wel met een vermaning af, en daarmee is alles weer in den doofpot. De Fundamrntalisten pruttelen; de modernen lachen in het vuistje, en

de Barthianen gaan hun gang.


1) Staat der rechtheid.

2) Was 't maar zoo (Redactie.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1938

De Reformatie | 12 Pagina's

BRIEF UIT AMERIKA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1938

De Reformatie | 12 Pagina's

PDF Bekijken