GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Maria, de moeder van onzen Heere Jezus Christus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Maria, de moeder van onzen Heere Jezus Christus

ZALIG IS DE SCHOOT, DIE U GEDRAGEN HEEFT.

5 minuten leestijd

(XII)

Toen de Engel Gabriel aan Maria de geboorte van den Heiland heeft aangekondigd, heeft hij haar genoemd: e begenadigde (Luc. 1 : 28). De woorden: ij zijt gezegend onder de vrouwen, die in onze St. Vert, bij dit vers voorkomen, vinden we niet in den grondtekst. Enkele handschriften slechts hebben deze woorden, die wel uit vs 42 zullen zijn ingevoegd.

Wanneer Maria bij Elisabeth komt, wordt deze met den Heiligen Geest vervuld en zegt: ezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht uws schoots (Luc. 1 : 42). Maria zelf zegt in haar lofzang: ant zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten (Luc. 1 : 48).

Uit deze Schriftplaatsen heeft men gepoogd de Mariavereering af te leiden. In het gebed, dat in de Roomsche Kerk zoo veelvuldig wordt opgezonden, worden dan ook deze woorden telkens herhaald: gij zyt gezegend onder 'de vrouwen en gezegend is de vrucht uws schoots.

De vraag is echter, of dit gebed zich laat verdragen met het heerlijke, dat van Maria is gesproken. Daarom zullen we er goed aan doen om te overwegen een woord, dat we alleen bij den Evangelist Lucas aantreffen hs. 11 : 27, 28. De Heiland wordt beschuldigd de duivelen uit te werpen door Beëlzebul, den overste der duivelen. Jezus wijst daarentegen er op, dat een Koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, niet kan bestaan. Indien de Joden dit tegen Hem aanvoeren, brengen zij hun eigen kring in gevaar. Want ook hun leerlingen werpen dui-

velen uit. Door wie doen zij dit ? Soms OOIJ door Beëlzebul?

Je2ais dient zich aan als de sterkere, die den duivel heeft overwonnen.

Alleen in Zijn gemeenschap wordt het kwaad overwonnen. Want duiveluitbanning is alleen maar negatief. Komt er niets anders voor in de plaats, dan keert de booze macht in versterkten vorm terug. Dan wordt het laatste van een mensch erger dan het eerste, Luc. 11 : 14U-26.

Door deze wederlegging van Jezus wordt een vrouw getroffen. „Deze vrouw zag de uitnemendheid van 's Heeren wederlegging in. Het was maar niet eene handigheid van woord door schranderheid van redeneering, doch de schoone voorstelling van eene uitnemende zaak en de openbaring van de grootheid van Zijn Persoon" ^).

Daarom prijst deze vrouw de moeder, die zulk een Kind heeft voortgebracht.

Zalig is de schoot, die U gedragen heeft en de borsten, die Gij hebt gezogen, vs. 27.

In dit woord van deze onbekende vrouw gaat dus in vervulling, wat Maria in haar lofzang heeft gezegd. Van nu aan zullen mij zalig spreken alle geslachten, Luc. 1 : 48.

Voor den Heiland moet dit woord van deze vrouw tot een vertroosting en een bemoediging zijn geweest. Want de vijandschap is nu wel tot een hoogtepunt gekomen. Het werk, dat Hij door den Geest des Heeren verricht wordt toegeschreven aan den duivel.

Het is geen wonder, dat in de andere Evangeliën wordt gemeld, dat de Heere Jezus in dit verband heeft gesproken van de onvergefelijke zonde, van de lastsring tegen den Heiligen Geest. Gods lankmoedigheid en vergevensgezindheid is groot, maar er is een grens. Zooals onder het oude verbond er was de zonde met opgeheven hand, die niet met offeranden goed te maken was, zoo is er ook onder de nieuwe bedeeling een grens aan Gods genade. En in dit verband is die grens bereikt.

Wat zou men nu eerder venvachten, dan dat de Heiland een vrouw, die in zoo netelige situatie het voor Hem opneemt, uitbundig zou hebben geprezen.

Maar de Heiland doet dat niet. Hij aanvaardt haar hulde. Doch Hij corrigeert meteen haar roem. Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen die het Woord Gods hooren en het bewaren.

„De Heere ontkent niet, wat deze vrouw zeide. Maar Hij noemt terstond iets anders, waar het maar alleen op aankomt, en dat het voorrecht van allen zonder onderscheid kan zijn"^).

Zoo zien wij, dat de Heere Jezus zijn gemeente niet heeft geleid in den weg van de maria-vereering, maar in den weg van het hooren naar het Woord. En juist daarin is Maria ten voorbeeld. Niet als voorspraak bij Jezus. Maar als de geloovige, die heeft gezegd: ie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar Uw woord, Luc. 1 : 38. Daarom heeft ook Elisabeth haar geprezen. Zalig is zij die geloofd heeft, want de dingen, die haar van den Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden.

„Als Martha zich druk maakt met het bedienen van Jezus, noemt Hij het hooren van Zijn Woord het goede deel. Als deze vrouw Hem prees stiet Hij dezen lof van zich en gaf Zijn „zalig" aan hen, die Gods Woord hooren. Met onvermoeide trouw wijst Hij op het Woord. Dat is de gave des heils. Daar is het Hem om te doen, hoorders van Gods Woord te maken. Alleen wanneer deze zijn wil verstaan, is, wat Hem groot maakt, erkend. Hij verlangde iets anders dan bewondering en vereering, namelijk geloof. Die vrouw dacht, zooals allen in de gemeente, als zij meende, dat Hij dit voor het hoogste en kostelijkste hield, alle succes en roem van zijn leven aan de voeten van Zijn moeder te leggen. Maar de menschelijke gescheidenheid van God, voor welke God voortdurend in de verte staat, toonde zich ook hier. Jezus heeft niet voor zichzelf en daarom ook niet voor Maria, maar voor God geleefd ^).

Jezus heeft door Zijn onderwijs geen reden gegeven tot de vereering van Maria.

, , Het hier door Jezus gesproken woord houdt het juiste midden tusschen de kleinaohting en de vereering van zijn moeder Maria; het stelt deze op zeer hooge plaats, maar plaatst tevens elk die gelooft en gehoorzaamt onmiddellijk naast haar"*).


1) Greijdanus, a.w. I, p. 551.

2) Greijdanus, a.w. I, p. 552.

3) A. Schlatter, a.w. I, p. 510.

4) J. V. Andel, a.w. p. 262.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 maart 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

Maria, de moeder van onzen Heere Jezus Christus

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 maart 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken