GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De wetenschap van den Logos - pagina 39

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wetenschap van den Logos - pagina 39

Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

33 Maar die staat der rechtheid is niet gebleven; de mensch is gevallen;

de zonde, de afval van God, eenmaal ingelaten in de

• ziel, heeft haar veroverd, onderworpen, aan zich dienstbaar gemaakt. Het beeld Gods is verloren, hoewel niet vernietigd. Denkt U de prachtige schilderij van Rembrandt, die men gewoonlijk de nachtwacht noemt, door eene schendige hand met eene zwarte verfstof overdekt, zóó, dat die verf niet maar over de kleuren heen ligt en ze zelf ongeschonden heeft gelaten, maar zóó, dat ze zich met die kleuren chemisch heeft vereenigd, zoodat Ge geen middel kent om ze ooit weer te verwijderen; slechts hier en daar zietJ Ge nog eene flauwe schemering van de oorspronkelijke kleurenpracht, enkele lijnen en trekken van het heerlijke beeld, doorbreken;] zoudt Ge niet die schilderij verloren noemen, hoewel ze niet ver-J nietigd is? Verduisterd

in het verstand, vervreemd zijnde van het leven

Gods i) noemt de Heilige Schrift den mensch na den val, en dat niet in dien zin, dat de duisternis als zoodanig gekend wordt, maar zóó, dat de menschen de duisternis liever hebben gehad dan het licht (Joh. 3 : 19). '^Mi'Li,.

\l^^ •

De logos in den mensch bestaat nog, maar hij is van zijne vroegere heerlijkheid, energie, juistheid, scherpte, beroofd. Calvijn haalt de woorden uit het Evangelie van Johannes ( 1 : 5 ) aan 2): „Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen" en gaat dan voort: „met welke woorden deze twee dingen klaarlijk worden uitgedrukt, te weten, dat in des menschen verkeerde en verbasterde natuur nog eenige vonkskens lichten, die bewijzen, dat hij een redelijk wezen is en van de domme

1) E p h e s . 4 coïi

: l 8 ; éöAOWo^èyov

t:}j Suayola,

ovceg ^TTT^AP.oc^tw^f'i'Ot riji; i^o)ijq

Ofoi),

2) Instit

II,

2 :

12:

„quibus

verbis

utrumque

clare

exprimitur, in perversa et

degenere hominis natura micare adhuc scintillas, quae ostendant rationale esse animal et a brutis ,lifferre, quia intellegentia praeditum sit; at tamen hanc lucem multa ignorantiae densitate suffocari, ut efficaciter emergere nequeat. Sic voluntas, quia inseparabilis est ah hominis

natura,

non periit;

sed pravis cupiditatibus

devincta fuit, ut

nihil rectum appetere queat."

3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's

De wetenschap van den Logos - pagina 39

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's