GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

5 minuten leestijd

Een wonderschoon stukske schreef Ds. van Andel in de Bazuin over hetgeen de gemeente „bij den Doop onzer kinderen" te bedenken heeft.

Er geschiedt meer dan er schijnt te geschieden als een kind de vergadering der geloovigen ingedragen wordt, om den heiligen doop te ontvangen. Een deel van den dienst wordt ter wille van het kindeke ingeruimd; aller aandacht wordt voor dat kindeke gevraagd, en zijne belangen worden in een afzonderlijk gebed den Heere opgedragen. Welk eene schoone gelegenheid om een stichtelijk woord tot de gemeente te spreken, geput uit het vele, dat de doop van een kind te denken geeft!

Stofife wordt hier gegeven om iets aan de ge • meente en aan onszelven te zeggen, dat niet weinig geschikt is om in de laagte te houden. Hoe machteloos toch zijn de velen, die den doop van het kindeke bijwonen, om het iets wezenlijks toe te brengen! Zelfs het ambt staat hier machteloos. Heeft men volwassenen voor zich, dan kan men dezen nog iets toedienen, namelijk het woord, waarvan wij weten dat het 't middel is, uit welks gehoor God het geloof werkt en sterkt. Maar het woord bereikt den zuigeling niet; voor het kleine kind moet de grootste redenaar zwijgend blijven staan. God alleen kan dit kind wat wezenlijks, wat eeuwigs toebrengen. Is iets geschikt om ons, om den ambtsdrager in het bijzonder, te doen gevoelen hoe arm wij zijn, dan dit. Dat wij den wasdom niet kunnen geven, weten wij; maar hier is het planten en natmaken zelfs afgesneden; hier moet God alles zijn.

Wat schiet er voor de gemeente dan over dan het gebed? Later, als de zuigeling geen zuigeling meer is, dan, ja, moet zij, evenals de ouders, meer doen, en dienen het kind de melk des woords toe; thans kan zij slechts bidden. Hoeveel ligt er in zulk een gebed niet besloten ! Het is eene erkentenis van eigen onvermogen; God daarentegen ontvangt er de eere voor van de eenig machtige en volstrekt onmisbare te zijn, Waar het gebed, dat den dienst des Woords voorafgaat, de middelen op het-oog heeft, en op deze een zegen vraagt, onderscheidt zich dit gebed daardoor, dat het het onmiddellijke van God begeert; niets minder toch wordt van Hem gevraagd dan dat Hij het kind, waarvan sprake is, door zijnen Heiligen Geest zijnen Zoon Jezus Christus inlijve. En hoe merkt de gemeente het kind, waarvoor zij bidt, aan ? Niet bloot als een schepsel, dat ontferming van noode heeft; zij zet het in haar gebed niet op ééne lijn met de kinderen der ongeloovigen. Hoe treffend is het, ïdit uw kind", in het Gebed voor den doop! Er ademt geloof in dit gebed; hier wordt het ongelooflijke geloofd, namelijk dat God zich verbindt aan het kleine. Vorsten sluiten slechts met Vorsten verbonden; maar God doet het met kinderen. Groot is God als Hij zich verheft, maar niet minder groot als Hij zich nederbuigt.

Jezus, de Zoon, vertoonde het beeld zijns Vaders toen Hij de kinderkens tot zich riep, ze omhelsde, en met oplegging der handen zegende. Zijn doen was een spiegel van het doen des Vaders. Dat geeft de ouders en de gemeente geene geringe vrijmoedigheid om hét kind tot den Heere te brengen, en het Hem op te dragen. Hierdoor erkennen zij, dat het zijn geheiligd eigendom is, evenals de ouders weleer deden met het eerstgeboren jongske, dat zij tot den Heere brachten, niet als het hunne, om er een zegen voor te begeeren, maar als het zijne, dat zij niet voor zich mochten houden, wijl het Godes was. Zoo mochten de onders met hun kind doen, het als een heilig, dat is, Gode toebehoorend, kind tot Hem brengen, opdat Hij het tot zijnen dienst bekwame, en in den doop het teeken zijner heiliging geve. Er is geloof toe noodig, dat onze kinderen gedoopt moeten worden omdat zij geheiligd zijn; ach I dat er een einde kwame aan dat laten doopen uit gewoonte of bijgeloof.

Er is blijdschap in een huis, waarin een kindeke geboren wordt; laat er dan ook blijdschap in de gemeente zijn, als er weer een geheiligd kindeke haar ingelijfd wordt. Ach I waar vindt men deze blijdschap ? Wij beschouwen de heilige dingen met vleeschelijke oogen; daarom blijven zij eigenlijk voor ons verborgen, want vleesch is blind. Er wordt gezien naar het kind, en het kleed, waarin het wordt gedoopt; er wordt op gelet of de vader dan wel de moeder het opdraagt; of er eene toespraak gehouden dan wel een palmvers gezongen wordt, of geen van beiden. Maar hoe weinigen zien door het geloof wat er boven de wolken gebeurt, als geloovige ouders hun kind afstaan aan Hem, wien het toekomt, en het van dezen, met het merk der heiliging versierd, terug ontvangen, om het op te voeden voor Hem. Er moet nog veel bij ons veranderen voor wij eene bediening des doops geestelijk gezind kunnen bijwonen. Wat een sleurdienst in onzen godsdienst! Wie zal in Gods gericht bestaan?

Hier geurt u tegen de reuk eener gezonde mystiek.

Als de gemeente zóó meer inleefde in de rijke beteekenis van het sacrament van den doop, hoeveel hooger zou haar geestelijk leven staan.

„Niet uit gewoonte of bijgeloovigheid" — ons doopfotmulier bindt dat bij eiken doop de gemeente opnieuw op het harte. Maar wie zal zich niet beschaamd gevoelen, wanneer hij zich zelf toetst aan wat naar eisch van Gods verbond de gesteldheid onzer ziel bij den doop onzer kinderkens moest zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 april 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 april 1907

De Heraut | 4 Pagina's