GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Het „psycho-pathologisch element" in de moderne romanliteratuur.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het „psycho-pathologisch element" in de moderne romanliteratuur.

6 minuten leestijd

.^.

Wat we in het vorige artikel ten voorbeeld noemden van de „religiositeit", die in de moderne romankunst tot uiting komt, zal wel bij niemand orizer - de gedachte wekken, dat „deze vermeerderende belangstelling voor religie en religieuze vragen" (zooals een boekaankondiging haar noemde) ook maar eenigen verheffenden invloed zal oefenen op het moderne leVen. Niet sleohts gaat deze „religiositeit" aan werkelijken gosdienst-zin voorbij, maar ze is in haar pathologisch en veelszins vijandig karakter zelfs ©en gevaar. In haar propaganda door woord en voorbeeld voor het vi'ijmenschelijke ondermijnt ze den eerbied voor bet goddelijke en de gebondenheid aan wat het kenmerk is van allen waaracbtigen godsdienst, en door de wonderlijke voorstelling, die ze van dezen laatste geeft, maakt ze dien bovendien tot een belaching. i.

Evenmin nu valt eenige blijvende beteeke-nis te verwachten van het element der moderne romankunst, waarover we in dit artikel wensdhen te handelen: de veelvuldige beschouwing van en over het leven.

Men beho'Cf t slechts oppervlakkig kennis te nemen van de verschillende openbaringen der moderne romankunst om te zien, dat allerwege merkbaar is de neiging, steeds te filosof-eeren over het leven. Deze leven-filosofie, als we haar zoo noem-en 'mogen, is een der meest algemeen-'v^erwerkte' gegevens in de» mod'eme romanliteratuur, maar ook een der meest ingrijpende abnorrhalifeiten.

Al aanstonds blijkt dit, als men er op 'let, hoe voor deze beschouwingen wordt opgezocht al de somberheid, • ellende, troosteloosheid, die in het leven voorkomen kan, in al de vertakkingen der samenleving. Men zoekt en vindt die in de krotten en holen der ellende, maar ook in de huizen der elite en in geheel de maatschappelijke sfeer, die tusschen deze uitersten inligt — in al de geledingen dus van het menschenleven. En dan wordt al die donkerheid beschreven en ontleed en bespiegeld met zekeren wrangen wellust.

We behoeven slechts te wijzen op de titels van verschillende romans, om dat verschijnsel te doen zien en het als pathologisch te doen opmerken. Er is-schier geen moderne auteur, of hij heeft zich aan deze leven-filosofie zijn part bijgedragen en de serie „levens" met een proeve verrijkt. We hebben:

„Wrakke levens" (van Hulzen). „Bleeke levens" (Frans Coenen). „Harmonische levens" (Klaver). „Disharmonische levens" (Visser). „Jonge levens" (van Dam). „Dubbele levens" (Eilkema de Roo). of, in den enkelvoudigen vorm met een lidwoord-

„Het volle leven" (Buysse). „Het leege leven" (Jeanne Ileyneke van Stuwe). „Het rijke leven" (Anna van Godi—Kaulbacli)! „Het lokkende leven" (A. Zoetmulder). „Het nieuwe leven" (Kees Mey-er). „Het rollende leven" (Gust. Veimeersch). „Hef milde leven" (Ad. Withof).

Nog wijder mogelijkheid daar de uiteraard beperkte bijvoegelijke-naamwoorden-aanduiding geeft een substantiven verbinding door een tweeden-naain. vals-s. En deze mogelijkheid is niet onbenut ge. bleven, zooals blijkt uit titels als:

„Levensgang" (Querido). „Levenshonger" (Borel). „Levenswond" (Cora Westland). „Levensraadselen" (Anna de Sav. Lo-hman). „Levensdoel" (Amra van Kaulbach). „Levensdans" (Moerkerken). „Levensblijheid" (A. Zwarts). „Levensstrijd" (R Stratz).

En dan zijn er nog de titels met een voorzetsel formuleering: ,

„In 's levens storm" (v. d. Meeren). „In 's levens waan" (Jeanne R. v. Stuwe). „Van 't wreede leven" (Hora Adema). „Uit het leven" (Aletrino»; Cooplandt), enz. I I

Ongetwijfeld kan men uit eigen lectuur deze opsomming, die ik van mijn leo'tuur-lijst afschreef, i nog vermeerderen, zoo men wil. We hebben ia: dit verband echter niet meer titels noodig, om liet gezegde te bewijzen.

Dat eindelooze gepieker over het leven nu is i op zichzelf al een ziekelijkheid van de moderne | romanliteratuur, maar het wordt zulks nog mm door de eigenaardigheid, dat het probleem, 't welk i leven heet, hoe ook bekeken, gedraaid, geanaly-i seerd, bepeinsd, nimmer opgelost raakt. Als ge' deze levensbeschouwingen lezen gaat 'zult ge zieu, •dat altijd eenzelfde onbevred'igdheid het middelpunt is van den levensdooUiof, - dat al de zoekers, die in hun getob ons worden beschreven, terecht komen in dat fatale punt: zwartheid, mysterie, - doelloosheid.

En van dat punt gaan ze de een na den ander den weg op naar 'de meest radicale, maar ook meest zwarte oplossing: den weg der zelfmoord „In de koele meren des doods" vindt de levensmoede de rust, die hij hier vergeefs zocht.

Het is merkwaardig en droevig tegelijk, te zien, dat bijna zonder uitzondering de leven-filosofieromans óf de zelfmo-ord-cons-equentie bereiken, of een'poging daartoe invoegen in den gang van het verhaal. ; ;

't Ligt nu niet in de lijn yan ons bestek op deze zelfmoord-consequentie nader in te gaan in haar verderfelijken invloed; er dient thans slechts op gewezen te worden als opi de uitkomst van de leveusbespiegeling, die de moderne roman geeft. En dan schuilt juist in dat altijd, dikwijls geheel onlogisch, terugkeeren van het zelfmoord-thema, als onmisbare finale van - een zeurige, draadfijnui tgespomien levens-litanie, bet pathologische.

Zelfs woekert dit ziekteproices besmettend voort: Want de zelfmoordenaars zijn niet meer alleen geruïneerde zakenlui of bedrogen-uitgekomen politici, doch jonge meisjes, die een standje Van 'haar moeder hebben gehad, of niet meer mogen omgaa met een amant, dien ze - enlcele m-alen vluchtig; ' en in 't schemerdonker hebben ontmoet. (Ik heb; hier 't oog op bepaalde boeken, geef dus geenï fantasie-voorbeelden). Aan zulke onnoozelen wor-; den de levensraadselen en levenswreedbeden g-eëx-j perimenteerd! \

Dat verschijnsel nu mag in ons verband niet; onopgemerkt blijven. Want, behalve dat door è] voortdurende bewerking van zoodanig gegeven de-i

Sanodeme roman uit godsdienstig, ethisch, paeda-Sigogisch oogpunt absoluut rerwerpieJrjk wordt, ver-''diest hij daarmee ook alle aesthetisohe en literaire waarde.

Als zulk een slappe, Vieraclitelijke geest onze glorieuze letterkunde gaat beheerschen, dan — de conclusie moge kras zijn, ze ligt toch voor de 'hand — is het met onze literatuur spoedig gedaan. Dan pleegt ze zelfmoord met haar zèlfmoord-thenia, dan gaat bij al het lev'ensgemijmer haar levenslamp uit!

In een tweede artikelenserie, die we op-deze •eerste hopen te doen volgen, (als we met de in-7, tusschen achterop geraakte boekbespireking weer *in 't gelijk zijn) willen we trachten de verklaring van de p sycho-pathologische ver-.sohijnselen te vinden ©n komen dan vanzelf ook op dit punt nader terug. Thans constateeren we het feit, het verschijnsel alszoodanig, als een •openbaring van ernstige en zeer gevaa, rlijke psychopathologie. !

Over de andere zijde dter leven-filosofie, en de, 6.: .> < )ok in de roman-literatuur zïch openbarende reac-'fie, in een volgend (slot)artikel vaa deze serie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1926

De Reformatie | 8 Pagina's

Het „psycho-pathologisch element

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 januari 1926

De Reformatie | 8 Pagina's