GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Generale Synode te Groningen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Generale Synode te Groningen.

52 minuten leestijd

Vervolg tweede zitting.

De middagzitting van Donderdag 18 Aug. werd geopend met het zingen van Psalm 25:2.

Rev. E. J. Hagan, afge.vaardigde van de United Free Church, Rev. Rober Robertson, afgevaardigde van de Origin Secession Church, Rev. Alexander Dewar en Sir James Simpson, beiden afgevaardigden van de Free Church of Scotland, spraken de Synode toe. Br. Van Beeck Calkoen vertaalde deze in het Engelsch gehouden toespraken in het Hollandsch en bracht daarna, op verzoek van den praeses, in een Engelsche toespraak den dank der Synode over voor de afvaardiging èn de toespraken, daarbij voegende de beste wenschen voor het welwezen der Schotsche kerken.

De praeses dankt Br. Van Beeck Calkoen voor zijn arbeid in de vertolking en voor de wijze, waarop hij de Schotsche broeders heeft toegesproken. Spr. dankt hem tegelijkertijd voor den arbeid, dien hij in Cardiff en Geneve voor de eenheid van hen, die een zijn in Gereformeerde confessie, gedaan heeft. Spr. denkt hierbij ook aan het vele, wat zij, die in het afgeloopen jaar van hem werd weggenomen, daarvoor gedaan heeft.

De praeses stelt voor, Vrijdagmiddag 1 uur de andere buitenlandsche afgevaardigden gelegenheid tot spreken te geven en dien da^ om half vier te eindigen.

Aldus besloten.

De zitting wordt omgezet in een in comité-geiieraal en daarna gesloten.

Derde zitting.

De zitting werd geopend met het zingen van Psalm 138:3, waarna de praeses voorgaat in gebed.

Appèl nominaal wordt gehouden; de tweede scriba, Ds J. P-Klaarhamer, leest de acta der vorige zitting, die worden vastgesteld.

Ingekomen is een telegram met heilbede uit Burgersdorp. D^ praeses verzoekt Ds D. Postma den dank der Synode aan den afzender te willen overbrengen.

Ds H. A. Munnik Jr., deputaat voor de zaak der Hongaarsene studenten, wordt welkom geheeten en neemt zitting als adviseerend lid.

Oud. J. Huizinga rapporteert namens commissie II over het nazien van de boelcen van den quaestor der Generale Synodes van Utrecht eu Assen. De commissie stelt voor:

I. de rekening goed te Iceuren en den quaestor onder dankzegging voor zijn geliouden beheer te dechargeeren;

II. den quaestor te machtigen, een rekening-courant te openen bij de Amsterdamsche Bank.

Aldus besloten.

De praeses spreekt tot Ds A. de Geus een vi'oord van hartelijken dank voor zijn arbeid in dezen en eveneens tot Br. H. Scheffer, lid der financieele commissie van de Synode van Assen, die daarvan veel werk heeft gehad.

Prof. Dr J. Waterink rapporteert over den arbeid van deputaten inzake Art. 4 der Zendingsorde.

De commissie stelde voor:

a. deputaten te dechargeeren onder dankzegging voor en goedkeuring van den door hen verrichten arbeid;

b. opnieuw te benoemen 8 deputaten naar Art. 4 Zendingsorde.

Prof. Dr J. Waterink rapporteert vervolgens over een voorstel van de kerk te Middelburg, gesteund door de drie Zuidelijke provinciën, betreffende de vooropleiding van zendingsarbeiders. Het rapport behandelt tegelijk de voorstellen van de kerken van Rotterdam en van Amsterdam, welke voorstellen betrekking hebben op dezelfde zaak.

De kerk van Middelburg stelt voor dat de Gen. Synode besluite :

Ie. Aan Gen. Deputaten op .te dragen de vooropleiding van de Zendingsarbeiders in studie te nemen en daarbij in overleg te treden met de Vergadering van Missionaire dienaren des Woords op Midden-Java en de Zendende Kerken in Nederland.

2e. Aan Gen.' Deputaten volmacht te verleenen om eventueel noodzakelijke voorloopige maatregelen ten uitvoer te leggen, onder voorwaarde, dat de Zendende Kerken eenparig hiermede instemmen.

• 3e. Deze voorloopige maatregelen alleen dan te laten uitvoeren, indien de kosten daarvan gedekt zijn door toezeggingen van de Zendende Kerken of:

Deze voorloopige rhaatregelen alleen dan te laten' uitvoeren, indien de kosten daarvan een door de Gen. 'Synode te stellen maximum niet te boven gaan.

De kerk van Amsterdam stelt aan de Generale Synode voor, dat zij aan hare deputaten voor de Zending opdrage:

a. een ernstig onderzoek in te stellen in hoeverre een betere opleiding in Nederland van in den dienst der Zending uit te zenden predikanten, artsen en verpleegsters, alsmede van onderwijzers voor de Christ. Scholen op het Zendingsterrein, noodzakelijk of althans gewenscht is te achten, gelijk ook wat betreft de wijze waarop in de behoefte aan eene betere vooropleiding het beste zal zijn te voorzien, en daartoe o.a. in overleg te treden met de vergaderingen van de Zendingsarbeiders in Indië en met de corporaties, die Christ. Holl. Inl. en Christ. HoU. Chin, scholen op onze Zendingsvelden onderhouden;

b. alle maatregelen te nemen, die noodig zullen zijn om in de behoefte aan eene betere.vooropleiding te voorzien, mits het daarvoor ontworpen plan de instemming hefeft van de vergaderingen der Zendingsarbeiders op Midden-Java en Soemba en van alle zendende Kerken en de uitvoering daarvan geen hooger bedrag zal vorderen dan Uwe vergadering daarvoor zal vaststellen;

c. en indien te dezer zake de sub 2 genoemde eenparige instemming met het ontworpen plan niet wordt verkregen, niet tot uitvoering daarvan over te gaan, maar betreffende deze aangelegenheid de volgende Generale Synode te dienen van gemotiveerd advies, opdat deze dan moge beslissen.

De kerk van Rotterdam verzoekt de Synode, aan haar deputaten voor de Zending onder Heidenen en Mohammedanen op te dragen, deze zaak van de vooropleiding van Zendingsarbeiders (predikanten, artsen, onderwijzers en verpleegsters) in studie te nemen, waarbij het gewenscht zal zijn dat zij het advies inwinnen van de Missionaire Dienaren des Woords.

De conclusies der commissie luiden als volgt: lo. Uit te spreken, dat naar het oordeel der Synode de tijd nog niet is gekomen, om maatregelen te nemen tot uitvoering van eenig plan inzake de vooropleiding van hen, die tot den practischen zendingsarbeid ingaan,

2o. uit te spreken dat de in de voorstellen van de kerken van Middelburg en Amsterdam behandelde zaak van zooveel gewicht is, dat zij nader de aandacht der kerken hebben moet,

3o. aan de deputaten voor de Zending op te dragen, om uwe vergadering van advies te dienen over de volgende vragen:

a. of het wenschelijk en mogelijk is, dat door de kerken maatregelen worden genomen, waardoor een betere vooropleiding van missionaire dienaars des Woords, artsen en onderwijzers en verplegend personeel worde verkregen,

b. indien de onder a gestelde vraag bevestigend wordt beantwoord, welke weg naar het oordeel dezer deputaten moet worden ingeslagen, om deze betere vooropleiding te verkrijgen,

4o. den te benoemen deputaten op te dragen, zich tot de beantwoording van de onder 3a en 3b genoemde vragen te verstaan met en het advies in te winnen van de Alg. Vergadering op Java en op Soemba en van die der bij het Indisch onderwijs betrokkenen, die naar het oordeel der deputaten voldoende practische ervaring hebben, om hun oordeel in dezen te geven, en verder van alle corporaties en personen, die naar het oordeel van deputaten van advies kunnen dienen,

5o. aan de te benoemen deputaten op te dragen, de volgende Synode van advies te dienen over de wijze, waarop naar hun inzien, een plan, als onder 3b bedoeld, zou kunnen worden verwezenlijkt en omtrent eventueel aanwezige welwillendheid tot medewerking aan deze plannen bij de daarvoor in aanmerking komende lichamen of stichtingen,

6o. uit te spreken dathet rapport minstens een half jaar voor de Generale Synode aan de kerken wordt toegezonden.

De conclusies der commissie werden, nadat aangenomen was met 31 tegen 22 stemmen een voorstel van Ds J. L. Schouten, om den arbeid op te dragen aan de bestaande deputaten voor de Zending en overgenomen een voorstel van Ds D. P. Koopmans, om er een laatste conclusie aan toe te voegen, aldus vastgesteld.

Dr H. Kaajan rapporteert namens commissie II over de rapporten van Deputaten voor steun aan Hongaarsche studenten..

De commissie stelde voor:

1. de handelingen van Deputaten voor steun aan Hongaarsche studenten goed te keuren;

2. voor de volgende jaren opnieuw Deputaten te benoemen niet dezelfde opdracht;

3. aan de kerken te vragen voor dit doel het noodige geld bijeen te brengen door het doen houden van collecten en het schenken van bijdragen;

4. wat punt 3 betreft wende de Synode zichzelf rechtstreeks tot de kerken en drage Deputaten op, zoo de hulpverleening niet voldoende is, zich per circulaire tot de kerken te wenden;

5. de Synode spreke uit, dat het wenschelijk is, dat de steun aan Hongaarsche studenten door de Gereformeerde Kerken geschiede alleen door middel van de door haar benoemde Deputaten.

Conform besloten.

Br. G. van Zeggelaar rapporteert over het rapport der Kerk van Utrecht inzake de geestelijke verzorging der Verstrooide Gereformeerden in N. Frankrijk.

. De commissie komt tot de volgende conclusie: '

De Generale Synode drage tot de vergaderingen der eerstvolgende Gen. Synode de geestelijke verzorging der verstrooide Gereformeerden in N. Frankrijk op aan de Kerk van Brussel.

Conform besloten.

De praeses zegt de Kerk van Utrecht dank voor den arbeid, in dezen verricht.'

Prof. Dr T. Hoekstra rapporteert namens Commissie II over het verzoek van de Part. Synode van Zuid-Holland (Z. G.) om afkeuring uit te spreken over het niet bewandelen van den kerkelijken weg door leden van de Geref. Kerken bij gerezen interne moeilijkheden.

De commissie stelde voor:

De Synode, gehoord het advies der Commissie, besluit aan het verzoek van de Particuliere Synode van Zuid-Holland (Zuid) genoemd in P. 2 van het Agendum, niet te voldoen.

Conform besloten.

Oud. Van Beeck Calkoen rapporteert namens commissie II nader over de toezending der rapporten.

De commissie adviseert de Generale Synode te besluiten: lo. dat van alle rapporten, waaromtrent de Synode besluit, dat zij aan de kerken zullen worden toegezonden, meerdere exemplaren aan de grootere kerken zullen worden verstrekt volgens de bepaling van de Synode van Utrecht 1923 art. 35 sub 2;

. 2o. dat voor de verspreiding van de voor de Synode uit te brengen rapporten onder de Kerkeraden noodig zal zijn dat de aangewezen rapporteurs zich met den door de Synode aan te wijzen uitgever verstaan, die alsdan zorgt, dat eiken Kerkeraad zooveel exemplaren toegezonden worden als overeenkomstig het besluit van de Generale Synode te Utrecht, art. 35, is te bepalen, onder inachtneming van en overeenstemming met het in art. 209d (Acta Synode te Utrecht 1923) vastgestelde.

Conform besloten.

Oud. Sjaardema rapporteert namens commissie III over het rapport van Deputaten inzake verbetering predikantstractementeh.

De commissie adviseert:

Ie. den Deputaat Dr Hania hartelijk dank te zeggen voor zijn vele en lofwaardige bemoeiingen in dezen; en

2e. het Deputaatschap. niet te continueeren, maar aan de betrokken Classes de verdere behandeling dezer zaak op te dragen.

Conform besloten.

De praeses brengt grooten dank aan degenen, die zich met dezen arbeid hebben willen belasten, inzonderheid aan Dr Hania voor al zijn arbeid, hem verzekerende, dat hij door zijn bemoeiing onder den zegen Gods, in vele pastorieën blijdschap heeft gebracht.

Oud. Van Commené rapporteert namens commissie V over de huishoudelijke kosten van de deputaten der Generale Synode voor de Zending onder Heidenen en Mohammedanen.

De commissie stelde voor, aan de deputaten dank te zeggen voor hun nauwkeurig beheer en hen te dechargeeren. Aldus besloten.

Ds J. G. Kunst rapporteert namens Commissie V over de visitatie van de Zendingsposten.

De commissie stelde voor: : •

lo. niet nader aan te dringen bij de missionaire arbeiders op Soemba op inzending van een visitatierapport over 1923, wijl wel te verstaan is, blijkens de toegezonden inlichtingen, dat in dat. jaar moeielijk Kerkvisitatie kon worden gehouden, en

2o. de Algemeene Vergadering van missionaire arbeiders op Java en op Soemba hartelijk dank te zeggen voor de ingezonden rapporten.

Conform besloten.

Oud. Dixon rapporteert namens Commissie V over de bemoeiingen van de Generale Zendingsdeputaten met de Zendende Kerken.

De commissie stelde voor, den Deputaten dank te zeggen voor hunne bemoeiingen, en den door hen verrichten arbeid goed te keuren.

Conform besloten.

Ds J. H. Telkamp rapporteert namens commissie V over een voorstel van de Particuliere Synode van Drenthe, ondersteund door de Particuliere Synodes van Groningen en Overijssel, om de Oud-Gereformeerde kerken in Pruisen, mede de zorg voor de Zending op Soemba op zich te doen nemen en tegelijkertijd over het volgende voorstel van de Particuliere Synode der Oud-Gereformeerde Kerken in de Graafschap Benth^im en Oost-Friesland :

De Generale Synode besluite, dat de Oud-Geref. Kerken der classis Bentheim en Oost-Friesland aan de drie noordelijke provinciën der Geref. Kerken in Nederland worden toegevoegd om gezamenlijk met haar de Zending inzake Soemba te behartigen. De commissie stelde voor te concludeeren:

1. dat de Oud-Geref. kerken in Bentheim en Oost-Friesland samenwerken met de Geref. Kerken in de 3 provincies Groningen, Drente en Overijsel inzake de Zending op Soemba;

2. dat deze Kerken daartoe voortaan ook hierin als kerken van een provincie worden beschouwd met dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als de Kerken van elk der drie provincies Groningen, Drente en Overijsel.

Oud. Dixon rapporteert namens commissie V over een bezwaarschrift van Br. A. R. te B. De commissie concludeerde:

Uwe Commissie is van oordeel dat, 'waar deze zaak alle stadia heeft doorloopen en door de Generale Synode van 1908 is verklaard dat zij in alle instantiën correct is behandeld, er voor den klager slechts deze weg open ligt: zich tot den Kerkeraad te wenden met de mededeeling dat hij zich alsnog wil voegen naar de uitspraak dier Synode..

Zij stelt u daarom voor een desbetreffend besluit te nemen en den bezwaarde daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Conform besloten.

Ds W. W. Meynen, van Dordrecht, rapporteert inzake een bezwaarschrift van Br. E. D. C. te B., inzake ontheiliging van den Eeredienst.

De Synode spreekt op voorstel der commissie uit, dat genoemde broeder zich met zijn bezwaar tot den kerkeraad, en zoo noodig tot de Classis en Particuliere Synode heeft te wenden.

Voorts rapporteert Ds Meynen over een bezwaarschrift van Br. A. Z. te A. tegen den Doop van onbewuste kinderen.

' De Synode spreekt op voorstel der Commissie uit, dat zij zich met zijn beschouwingen niet kan vereenigen, als strijdig met de leer der Heilige Schrift en met de belijdenisschriften, en vermaant hem het onderwijs te zoeken van zijn kerkeraad, en tevens te bestudeeren wat over dit punt door onze theologen, ook die van den laatsten tijd, is geschreven.

Oud. Baart rapporteert over de rapporten der deputaten, benoemd door de Generale Synode van Utrecht inzake een protest van den Kerkeraad te Rottevalle tegen een besluit van de Partic. Synode van Friesland (Zuidel. ged.) en inzake een protest van den Kerkeraad te Langeslag tegen een besluit der Part. Synode van Overijsel.

Beide zaken zijn tot een bevredigende oplossing gekomen; deputaten worden onder dankzegging voor hun arbeid gedechargeerd.

De Synode ging hierop ongeveer half twaalf in comitégeneraal.

In.de middagzitting spraken achtereenvolgens Prof. L. Berkhof namens de Chr. Ref. Church van Noord-Amerika, Ds J. P. C. Goeree namens de Ref. Church van Noord-Amerika, Ds D. Postma, namens de Geref. Kerk van Zuid-Afrika.

Prof. Dr S. Greydanus beantwoordde namens de Synode de sprekers.

De praeses dankt Prof. Greydanus voor zijn beantwoording en voor den arbeid, door hem ten vorigen jare door zijn vertegenwoordiging der kerken op de Synodes in Amerika.

Van de Generale Synode van de Presbyteriaansche kerk in Wales is ingekomen een brief, die meeleven en sympathie betuigt. De Ie scriba leest dezen brief in HoUandsche vertaling voor.

Tot sluiting der openbare zitting wordt staande gezongen Psalm 133:1 en 3, waarna de Synode overgaat in comité-generaal en de zitting gesloten wordt.

Vierde zitting.

Dinsdagmorgen om 9 uur werd de vierde zitting aangevangen, nadat gezongen waren de verzen 3 en 4 van den Morgenzang, geleden was Efeze 3:14—21 en de voorzitter, Dr K. Dijk, was voorgegaan in gebed.

Appèl nominaal werd gehouden. Daarbij bleek, dat Prof. Dr F. W. Grosheide van Amsterdam voor het eerst aanwezig was, terwijl Ds K. Fernhout Mzn. van Vreeland was vervangen door zijn secundus Ds W. Verhoef van Zeist; Oud. J. Bakker van Santpoort door oud. K. Wagenaar van Heer Hugowaard en oud. W. H. van Helden van Nieuwendijk door oud. G. C. de Jong van Almkerk.

Op verzoek van den voorzitter betuigen Prof. Dr F. W. Grosheide, Ds W. Verhoef en de ouderlingen K. Wagenaar en G. C. de Jong, die voor het eerst ter Synode aanwezig zijn, door opstaan instemming met de belijdenis der Geref. kerken.

De voorzitter heette Prof. Grosheide hartelijk welkom en hoopte, dat zijn adviezen mochten strekken tot heil der kerken.

De acta werden gelezen en goedgekeurd.

De assessor doet mededeelingen van ingekomen stukken, o.a.

van een bezwaarschrift van de brs v. M. en O., schrijven van den kerkeraad te Bodegraven en Venlo, houdende sympathiebetuiging met het voorstel van den kerkeraad te Leiden inzake het promotierecht; een schrijven van Dr H. over het proces-Ds Vermaat; een schrijven van Zr. C. J. over het voorstel uitbreiding gezangen en een dankschrijven van Rev. H. Hagan. Rapporten.

Ds T. Gerber van Assen rapporteert namens Commissie II over een schrijven van den kerkeraad te Paesens, waarin advies gevraagd wordt in een echtscheidingskwestie.

De conclusies van het rapport luiden:

Uwe commissie stelt aan uwe vergadering voor aldus te besluiten en daarvan bericht te zenden aan den kerkeraad van de Geref. kerk te Paesens c. a.:

De Synode overwegende, dat juist inzake de vraag, of kwaadwillige verlating een Schriftuurlijke grond van echtscheiding is, nog geene beslissing door de kerken werd genomen, besluit, dat het haar tot haar leedwezen niet mogelijk is van advies te dienen.

Aldus besloten.

Ds T. Gerber rapporteert namens dezelfde commissie over het bezwaarschrift van de brs. J. P. de Gaay Fortman e. a.

De conclusies van het rapport luiden:

Uwe commissie stelt aan uwe vergadering voor aan Dr J. P. de Gaay Fortman en de andere onderteekenaren, voorzoover zij lid zijn van een onzer Gereformeerde kerken, te antwoorden, dat de Synode

a. met blijdschap kennis nam van de waardeering, - waarvan de broeders in hun schrijven blijk geven;

b. doch haar leedwezen er over uitspreekt, dat zij nog steeds slechts van een exegetisch en niet van een confessioneel verschil spreken; en

c. derhalve op dit schrijven niet nader kan ingaan en hen verwijst naar de van Assen uitgegane stukken.

Aldus besloten.

Dr W. A. van Es van Leeuwarden rapporteert namens Commissie II over het Rapport van de Deputaten voor de oefening van het verband tusschen de Geref. kerken in Nederland en de Theol. Faculteit der Vrije Universiteit, welk rapport eerst wordt voorgelezen door den rapporteur. Ds W. H. Gispen van Scheveningen.

De conclusies van het rapport van Commissie II luiden:

De Synode besluit

1. den Deputaten dank te zeggen voor hun gewichtigen arbeid en ze te dechargeeren met het oog op hun financieel beheer;

2. voor de komende periode van drie jaar aan dit deputaatschap een crediet van ten hoogste ƒ 800 toe te staan. Deze conclusies werden, na eenige besprekingen, goedgekeurd.

De voorzitter spreekt een woord van hartelijken dank tot de Deputaten en deelt dan mede, dat de voorzitter van Deputaten, Ds J. D. V. d. Munnik, ontheffing uit zijn functie heeft verzocht, wegens zijn ouderdom. De voorzitter brengt hem een bizonder woord van dank. Eveneens heeft Dr J. Hania ontheffing als Deputaat verzocht. Ook hem wordt dank gebracht voor zijn arbeid.

Dr H. Kaajan van Utrecht brengt namens Commissie II rapport uit over het bezwaarschrift van de Part. Synode der Oud-Geref. kerken in de Graafschap Bentheim en Oost-Friesland tegen een uitspraak der classis Deventer inzake Gronau-Losser.

Het rapport der commissie luidt:

In de handen uwer commissie werd gesteld een missive van de algemeene classis der Oud-Gereformeerde Kerken in de Graafschap Bentheim en Oost-Friesland, behelzende een bezwaar tegen een uitspraak der classis Deventer, vergaderd 7 April 1927 te Almelo.

Aangezien het uwe commissie, na ingesteld onderzoek, is gebleken, dat deze klacht van de „Algemeene Classis" der Oud-Gereformeerde Kerken in de Graafschap Bentheim en Oost-Friesland op een mindere vergadering, in casu op de Part. Synode van Overijsel niet gediend heeft, adviseert uwe commissie, dat de Generale Synode den kerken in Bentheim en Oost-Friesland aanrade zich met de Part. Synode van Overijsel over haar bezwaar te verstaan en zij de Part. Synode van Overijsel aanbevele met de kerken van Bentheim en Oost-Friesland, in „Algemeene Classis" vergaderd, deze zaak, indien eenigszins mogelijk, tot een goed einde te brengen.

Het rapport wordt goedgekeurd.

Oud. Sjaardema van Bunschoten rapporteert namens de betrokken commissie over het Rapport Deputaten ter uitvoering van Art. 11 K.O., nadat Ds H. Meijering van Katwijk het rapport heeft voorgelezen.

De conclusies van het rapport der commissie luiden aldus:

De commissie adviseert:

Ie. den Deputaten hartelijk dank te zeggen voor den velen arbeid, in dezen verricht, en den penningmeester voor zijn beheer te dechargeeren;

2e. den staat van ontvangsten en uitgaven der kas als bijlage op te nemen in de Acta.

Na bespreking wordt aldus besloten, nadat vastgesteld was om de conclusies 3 en 4 van dit rapport te behandelen, wanneer het rapport der verstrooiden in behandeling komt.

Ds H. Meijering van Katwijk rapporteert over verzoeken van een tweetal oefenaren, om een ondersteuning te mogen ontvangen uit de Generale Kas voor hulpbehoevende kerken. De conclusies strekken tot voldoening aan het verzoek.

Aldus besloten.

De Synode gaat in comité-generaal; waarna wordt gepauzeerd tot één uur.

De middagzitting wordt geopend met het zingen van Ps. 121:1.

Prof. Dr J. Waterink rapporteert over een verzoek van de kerk van Soerabaja inzake regeling subsidie, waaraan door de classis Batavia adhaesie was betuigd.

Bij de breede bespreking van dit rapport stelde Prof. Hoekstra voor, de conclusies aan te vullen met een clausule: „dat alsnog over 1926 en 1927 ƒ630 wordt uitgekeerd".

Dit voorstel, door een lid der Synode, Oud. De Koning, van Bandoeng, overgenomen en in stemming gebracht, wordt verworpen.

Ds J. L. Schouten stelt voor:

Aan Commissie V te verzoeken alsnog een conclusie op te stellen waarin zij den grond aangeeft waarop zij voorstelt de subsidie over 1926 en 1927 niet uit te keeren en dat zij daaraan toevoege dat bij aldien de kerk daardoor in het ongereede mocht geraken, deze alsnog een met redenen omkleed verzoek bij de Deputaten voor de Zending kan indienen.

Dit voorstel werd eveneens verworpen.

Dit voorstel werd eveneens verworpen. Tenslotte werden de conclusies der commissie als volgt vastgesteld :

Ie. Uit te spreken, dat er geen enkele reden is, om terug te komen op de besluiten der Synode van 1923, waarbij het gedrag uwer deputaten werd goedgekeurd, en dat ook thans de hande-

lingen van deputaten ten dezen ten volle worden goedgevonden;

2e. uit te spreken, dat zij het betreurt, dat dit misverstand, waarbij zoowel de kerk van Soerabaja, als deputaten, geheel te goeder trouw zich op de officieele bescheiden kunnen beroepen, is gerezen;

3e. uit te spreken, dat naar recht de kerk van Soerabaja geen meerderen steun heeft te ontvangen over de betrokken jaren, dan zij ontvang;

4e. gezien evenwel de groote liefde, waarmede de kerk van Soerabaja steeds haar offers brengt, de trouw, waarmede zij haar plaats inneemt, en hare zware lasten,

gezien het feit, dat het alleszins verklaarbaar is, dat de kerk van Soerabaja op de sommen, die in geding zijn, meende te mogen rekenen, als steun uit het moederland,

alsnog te besluiten aan de kerk van Soerabaja kwijt te schelden een nog resteerende schuld, groot ƒ 1412.75, zijnde een som, ten naaste bij overeenkomende met de som, waarop deze kerk rekende in hare begrooting.

Oud. P. Rijsdijk rapporteert namens Commissie V over het punt: Radio-kerkdienst.

De praeses deelt mee, dat Ds J. A. Tazelaar van Rotterdam, ter Synode aanwezig, zoo noodig inlichtingen zal verstrekken.

De Particuliere Synode van Gelderland verzoekt te dezen aanzien aan de Synode deputaten te benoemen om de zaak der radiokerkdienstuitzending van de Geref. Kerken in studie te nemen en ten bate dier kerken te behartigen.

De Part. Synode van Zuid-Holland (Zuid) stelde aan de Synode voor:

a. (tenminste drie) deputaten te benoemen voor de uitzending per radio van kerkdiensten van Geref. kerken in Nederland, en hun op te dragen:

er naar te staan, dat een behoorlijk aantal Zondagen een zender voor het uitzenden van kerkdiensten van verschillende Geref. kerken in ons vaderland, voor zoover zij daarvoor gevoegelijk in aanmerking kunnen komen en zij daartoe bereid zijn, te regelen;

b. al de kerken uit te noodigen, tot dekking van de onkosten, voor zoover die niet bestreden worden door de bijdragen der uitzendende kerken, eens per drie jaar een collecte voor dit doel te houden en aan de deputaten op te zenden.

De Part. Synode van Groningen zond aan de Generale Synode door een voorstel van de Classis Stadskanaal:

a. (tenminste drie) deputaten te benoemen voor de uitzending per radio van kerkdiensten van Geref. kerken in Nederland en hun op te dragen:

I. er naar te staan, dat een behoorlijk aantal Zondagen een zender voor het uitzenden van kerkdiensten van Geref. kerken worde beschikbaar gesteld, en

II. de uitzending van kerkdiensten van verschillende Geref. kerken in ons Vaderland, voor zoover zij daarvoor gevoegelijk in aanmerking kunnen komen en zij daartoe bereid zijn, te regelen; — en

b. al de Kerken uit te noodigen tot dekking van de onkosten, voor zoover die niet bestreden worden door de bijdragen der uitzendende kerken, eens per jaar een collecte voor dit doel te houden en aan de deputaten op te zenden.

De Part. Synode van Zuid-Holland (Noord) stelde voor: (tenminste drie) Deputaten te benoemen voor de uitzending per Radio van kerkdiensten van Geref. kerken in Nederland en hun op te dragen:

1. er naar te staan, dat een behoorlijk aantal Zondagen een zender voor het uitzenden van kerkdiensten van Geref. kerken worde beschikbaar gesteld en

2. de uitzending van kerkdiensten van verschillende Geref. kerken in ons Vaderland, voorzoover zij daarvoor gevoegelijk in aanmerking kunnen komen en zij daartoe bereid zijn, te regelen en tot dekking van de onkosten, voorzoover die niet bestreden worden door de bijdragen der uitzendende kerken, de noodige maatregelen te nemen.

Tevens was aan de orde het memorandum van het Comité voor Geref. Radio-kerkdienst, ter toelichting en voorlichting inzake de voorstellen, aangaande Geref. Radio-kerkdienst.

Na een kleine redactiewijziging werden de conclusies, voorgesteld door de commissie, als volgt vastgesteld:

De Generale Synode van de Geref. kerken in Nederland: erkennende dat de uitzending van kerkdiensten per radiotelefonie voor een zeer groot aantal leden der kerken (zieken, invalieden, ouden van dagen, verstrooiden e. a.) die korter of langer tijd van den dienst des Woords verstoken zijn, van groote waarde is en tot rijken zegen kan zijn;

dat door dit middel bovendien het Woord Gods gebracht wordt onder het bereik van velen, die ervan vervreemd zijn;

en dat de beteekenis en invloed van de radio-telefonie door de toepassing van telkens nieuwe uitvindingen en door de voortdurende uitbreiding gaandeweg toenemen;

van oordeel, dat het misbruik, hetwelk ook van deze uitvindingen kan worden gemaakt en waartegen ernstig moet worden gewaarschuwd, niet mag weerhouden van het rechte gebruik van dit middel om het ten dienste van Gods kerk en koninkrijk en tot verheerlijking van Zijn Naam aan te wenden;

dankbaar waardeerende, hetgeen het Comité voor Radiouitzending van Gereformeerde kerkdiensten, daartoe aangewezen door den kring van afgevaardigden van onderscheidene Geref. kerken, te dezer zake nu reeds bijkans twee jaren lang heeft verricht en heeft mogen bereiken;

overwegende, dat het hier geldt een door zeer vele kerken erkend belang van de Geref. Kerken in het algemeen en dat het wenschelijk is, dat deze de regeling van de kerkdienstuitzending ter hand nemen; - s^-, , y.i. if--..

besluit: M& MtX.

a. tenminste drie deputaten te benoemen voor de uitzending per radio van kerkdiensten van Geref. kerken in Nederland, en hun. op te dragen:

I. er naar te staan, dat een zoo groot mogelijk aantal Zondagen een zender voor het uitzenden van kerkdiensten van Geref. kerken worde beschikbaar gesteld, en

II. de uitzending van kerkdiensten van onderscheidene Geref. kerken in ons Vaderland, voor zoover zij daarvoor gevoegelijk in aanmerking kunnen komen en zij daartoe bereid zijn, te regelen ; — en

b. al de kerken uit te noodigen, tot dekking van de onkosten, voor zoover die niet bestreden kunnen worden door de uitzendende kerken zelf, deze zaak te steunen door een collecte of jaarlijksche bijdrage.

En de kerken deze zaak in den gebede gedenken.

Tenslotte stelt uw commissie voor, terstond de Instructie vast te stellen.

De praeses bracht een woord van dank aan de broeders, die in het comité voor uitzending zoo loffelijk werk hebben gedaan, waarbij hij speciaal Ds Tazelaar een woord van dank bracht.

Oud. Rijsdijk rapporteert eveneens over een schrijven van den Kerkeraad van Bloemendaal, waarin werd voorgesteld, den zender van de Geref. Kerk van Bloemendaal te maken tot het zendstation der Geref. Kerken in Nederland.

De Commissie stelde voor:

„De - Generale Synode, ofschoon dankbaar waardeerende, wat de Kerk van Bloemendaal inzake Radiouitzending voor haar eigen zieken en ouden van dagen — alsmede voor een kleinen kring van haar naaste omgeving heeft gedaan,

is na ingewonnen betrouwbare inlichtingen van oordeel, dat het in verband met ministerieele beslissingen, volslagen onmogelijk is, Bloemendaals zender te gebruiken voor den wijden kring van Geref. Kerken in ons Vaderland, alsmede van onze stamverwanten in België, Duitschland en elders;

weshalve de Synode besluit aan de Kerk van Bloemendaal te berichten, dat op haar schrijven niet kan worden ingegaan".

Uwe commissie voegt hieraan nog toe, dat, indien van geldelijken steun door meerdere vergaderingen eventueel sprake zou zijn, dit alsdan op den weg liggen zou van de naast-gegadigden. in casu' dé classis Haarlem of ho'ogstens dê Part. Synode'van' Noord-Holland.

Aldus vastgesteld.

Prof. L. Lindeboom rapporteerde namens commissie III over een bezwaarschrift van Br. V. D. en 13 anderen, allen ouderlingen van de Gereformeerde kerk van Zeist, inzake bezoldiging vacature-diensten in hulpbehoevende kerken. *

De commissie stelde voor te besluiten:

1. Dat niet de Synode voor deze zaak een regeling kan maken, maar dit moet overlaten aan de Kerk, die haar dienaar afstaat voor vervulling van vacaturebeurten, en aan het onderling goedvinden van de kerken der Classis.

2. Dat de Synode daarom aan het verzoek der ouderlingen van de kerk te Zeist niet kan voldoen, hoewel zij de bedoeling waardeert.

Aldus besloten.

Ds J. A. Tazelaar dankt de Synode met een enkel woord voor haar gastvrijheid, hem verleend, en voor haar kloek besluit, waarvan zal blijken, dat zij in God kloeke daden gedaan heeft.

Te ongeveer halfvier ging de Synode in comité-generaal, waarna de zitting werd gesloten.

Vijfde zitting.

De zitting wordt geopend met het zingen van Psalm 17:3, waarna de voorzitter voorgaat in gebed.

Appèl nominaal wordt gehouden.

De acta worden gelezen en vastgesteld.

De praeses heet ter Synode welkom Dr W. G. Harrenstein van Amsterdam, voorheen te Medan, die, zoo noodig, voorlichting zal geven over de, zaken der verstrooiden in Ned.-Indië. Deze leest voor het Rapport van Deputaten Generale Synode Utrecht voor de verzorging van de verstrooide Gereformeerden in Ned.-Indië.

Prof. Dr A. G. Honig rapporteerde namens Commissie V over dit rapport.

Een bespreking volgt, waarbij Dr Harrenstein in een warm woord dezen arbeid aanbeveelt.

Oud. De Koning van Bandoeng richt een, woord tot de Synode, waarin hij Dr Harrenstein dank brengt voor de wijze waarop hij de behoeften van Indië heeft vertolkt. Spr. vestigt de aandacht van de kerken er op, dat maar niet iedereen naar Indië gezonden kan worden. Wij zien er het liefst jonge mannen, die de sturmund-drang-periode hebben doorworsteld, ouder dan 20 jaar. En in de tweede plaats: laat men niet zonder onderzoek elke plaats aanvaarden. Wat is er vaak een roekeloos gaan! Ook is het aan te bevelen, niet ongetrouwd naar Indië te gaan. Dat zou het werk-onder de verstrooiden vergemakkelijken en veel hopelooze gevallen voorkomen. Spr. zou wenschen, dat deze wenken in de consistoriekamers werden opgehangen.

De conclusies werden hierop aldus vastgesteld.

lo. De handelingen der Deputaten met hartelijken dank voor hun gewichtigen arbeid voor hun van zoo rijken zegen getuigend rapport en voor hun nauwkeurig beheer goed te keuren;

2o. opnieuw Deputaten voor de geestelijke verzorging der verstrooide Gereformeerden in Nederlandsch-Indië te benoemen, weer ten getale van negen;

3o. aan deze Deputaten op te dragen:

a. Voor dezen arbeid gelden te verzamelen en namens de Generale Synode dringend aan de Geref. Kerken een collecte voor dit doel te vragen en de inkomende gelden te beheeren;

b. voort te gaan met de uitvoering van wat voortvloeit uit de door de Synodes van Rotterdam, Leeuwarden en Utrecht en van deze Synode genomen beslissingen;

c. alles te doen wat in hun vermogen is om te voorkoméh, dat de arbeid der Kerken van Bandoeng en Semarang, wier arbeidsveld alleen op Java ligt, door gebrek aan finantieelen steun schade zou kunnen lijden;

d. te verrichten wat verder in het belang van dezen arbeid noodig zal blijken in gebondenheid aan de besluiten der Gen. Synode en onder verantwoordelijkheid aan de volgende Synode;

e. de kosten hunner huishoudelijke uitgaven te betalen uit de door hen beheerde kas. ^ '''"'

De praeses dankt Dr Harrénrfein voor de warmte waarmee hij de belangen der verstrooiden heeft bepleit. Daarin hoort men de stem van iemand, die zelf daarin werkzaam was. Gij hebt — aldus spr. — daarin pionier willen zijn. De grootste dank der kerken zou zijn, dat zij dezen arbeid, waardoor veel jonge menschen zijn behouden, steunen.

Prof. Honig adviseert nog namens de commissie, dit rapport zoo ruim mogelijk te verspreiden.

De praeses stelt voor, het rapport te doen drukken en aan de kerkert toe te zenden en van de Synode een aanbeveling te doen uitgaan aan de kerken, om dezen arbeid te steunen.

, Aldus besloten.

Oud. Van Beeck Calkoen adviseert, dit werk te ondersteunen door het gesproken woord.

Ds H. Meijering rapporteert nader over het gisteren reeds behandelde punt inzake de Generale Kas voor hulpbehoevende kerken. De volgende punten worden nu vastgesteld:

3e. uit te spreken, dat voor de classis Batavia, wat de naleving van Art. XI K.O. betreft, dezelfde regeling geldt, als voor de Nederlandsche kerken; met dien verstande, dat hulpbehoevende kerken allereerst steun ontvangen vanwege dé classis, terwijl, bij onvermogen der classis, rechtstreeks beroep op de Generale kas geschiedt;

4e. dat, ingeval door de classis Batavia hulp uit de Generale kas gevraagd wordt en deze aanvrage na onderzoek gemotiveerd blijkt, aan de deputaten dezer kas op te dragen voor de alsdan noodige gelden een begrooting te ontwerpen en aan de Part. Synoden toe te zenden met verzoek een zoodanig bedrag aan den penningmeester der kas te willen afdragen, inbegrepen de tegenwoordige bijdrage, als naar het percentage voor de kerken van het kerkverband billijk zal zijn.

Prof. Dr H. Bouwman rapporteert namens Commissie IV over eenige punten inzake het herstel in het ambt van Dienaren des Woords, die om ernstige tuchtgevallen zijn afgezet.

De Particuliere Synoden van Noord-Holland en Zuid-Holland (Z. G.) verzochten in dezen aandrang bij de kerken te oefenen in aanvulling van een vroegere uitspraak (1908), dat in de genoemde gevallen van afzetting niet lichtelijk tot herstelling in het ambt worde overgegaan.

De Particuliere Synode van Overijssel verzocht aan de Generale Synode:

Ie. te overwegen of het ook noodig is èn met het oog op de positie der af te zetten dienaren èn met het oog op de eere der kerken, dat de classes bij de afzetting van dienaren des Woords wegens zeer ergerlijke zonden uitdrukkelijk uitspreken dat naar haar oordeel van geen herstelling in het ambt ooit meer sprake mag zijn;

2e. ingeval zij dit niet noodig mocht oordeelen, de wenschelijkheid uit te spreken dat de classes niet lichtelijk overgaan tot herstel in het ambt van dienaren des Woords, die volgens Art. 79 en 80 K.O. wegens zeer ergerlijke zonden zijn afgezet;

3e. om misverstand weg te nemen, in Art. 79 K.O. te schrappen de woorden , , in Art. 11 genoemde", omdat in dit artikel, evenals in Artt. 4, 11, 12 K.O., de Deputaten. der Particuliere Synode, in Art. 49 K.O. genoemd, bedoeld worden.

De Particuliere Synode van Zuid-Holland (N. G.) verzocht de Generale Synode een nadere toelichting te geven aangaande de acte van afzetting van Dienaren des Woords en hun herstelling in het ambt.

De Particuliere Synode van Zuid-Holland (N. G.) vroeg aan de Generale Synode eene nadere verklaring van Art. 79 K.O., wat aangaat de tuchtoefening over de Dienaren des Woords met name over hun schorsing en afzetting van den dienst des Woords, wegens ergerlijken levenswandel, en wel of deze afzetting steeds bedoeld is als onherroepelijk, en of het niet noodig is te bepalen, dat geen afzetting of herstel door de classis kan geschieden, dan met advies van de Particuliere Synode.

'" r; iS-'"J^'*Wteï". . . , , ^ ; ^••-'•b: > t%!; , < v, f*.4& , ; !!J-^-< '.'V~; -.: '!: '»; .'• • - De commissie stelde te dezen aanzien aatx de Synode voor: lo. dat zij niet ingaat op het voorstel van Overijssel om in Art. 79 K.O. de woorden „in Art. 11 genoemd" te schrappen en evenmin ingaat op het voorstel van Zuid-Holland (N. G.) „dat geen afzetting door de classis kan geschieden dan met advies van de Particuliere Synode";

2o. dat de afzetting uit den dienst in Art. 79 en Art. 80 K.O. bedoeld, is een volstrekte, in dien zin dat de afgezette predikant geen kerkedienaar is, het radicaal van dienaar des Woords mist, geen enkel recht bezit om als predikant op te treden, geen enkel ambtelijk werk in eenige kerk mag verrichten en ook alle rechten op salaris en pensioen voor hem en de zijnen heeft verloren, hetgeen evenwel niet insluit, dat de afgezette dienaar nooit weder in het ambt kan wórden gesteld;

3o. dat het niet wenschelijk is, dat de kerken precies bepalen in welke gevallen het niet geoorloofd is een afgezetten dienaar opnieuw in het ambt te stellen, aangezien dit zou leiden tot versteening van het leven, en aanleiding zou worden, dat steeds weer nieuwe bepalingen noodig werden, maar dat elk geval op zich zelf moet worden beoordeeld, en dat bij de vraag of iemand opnieuw in het ambt kan worden gesteld, moet worden overwogen, niet alleen de aard der zonde waarom hij is afgezet, maar ook of het berouw over de gepleegde zonde duidelijk is, of de verzoening is tot stand gekomen en de ergernis is weggenomen, enof iemand tot opbouw van Gods gemeente kan werkzaam zijn, zonder dat het heilig karakter der gemeente en de eere Gods wordt aangetast;

4e. dat met wijziging van het besluit der Synode van Leeuwarden 1920, Art. 647, de classes een afgezetten dienaar des Woords niet opnieuw in het ambt stellen, dan met kennis en goedkeuring der Particuliere Synode.

Deze conclusies werden, aldus vastgeesteld, nadat een amendement van Prof. Dr J. Ridderbos, door Ds J. L. Schouten overgenomen, met groote meerderheid was aangenomen.

Dit amendement op conclusie 3 luidt aldus: ' Achter de woorden in conclusie 3 „op zich zelf moet worden beoordeeld" te voegen: „dat men daartoe niet anders dan om zeer bijzondere redenen behoort over te gaan". ,

Ds H. de Bruyn, van Nieuwendijk, rapporteert over het verzoek van het bestuur der Nederl. afdeeling van den Wereldbond tot het bevorderen van een goede verstandhouding tusschen de volken door de Kerken, om twee afgevaardigden te benoemen naar de vergadering dier afdeeling.

De commissie stelde de volgende conclusie voor: .

De Generale Synode van de Geref. Kerken in Nederland, haj-e • sympathie betuigende met het doel van de Ned. afdeeling van den .Wereldbond tot het bevorderen van eene goede verstandhouding tusschen de volken door de kerken, meent echter aan het verzoek van bovengenoemde afdeeling om afgevaardigden naar hare vergadering te benoemen niet te kunnen voldoen, wijl zij dan mede verantwoordelijk zouden zijn voor de besluiten daar genomen.

Conform besloten.

Ds H. de Bruyn rapporteert eveneens over het verzoek van de Particuliere Synode van Noord-Holland om uit te spreken:

a. van welke buitenlandsche kerken de' predikanten, als zij tijdelijk in Nederland vertoeven, kunnen worden toegelaten tot de bediening des Woords en der Sacramenten;

b. aan en van welke buitenlandsche kerken attestatiën kunnen worden afgegeven en aangenomen.

De Part. Synode van Zuid-Holland (Z. G.) had een dergelijk verzoek ingediend, terwijl Zuid-Holland (N. G.) de Generale Synode vroeg om de verhouding tot de kerken, met welke de Geref. Kerken in Nederland in correspondentie staan, nader te regelen, met name ten opzichte van het optreden van candidaten en predikanten uit die kerken in de ónze, en nader te omschrijven de uitvoering van de beslissing, welke genomen is te Dordrecht in 1893 (Art. 165 Acta).

Tijdens de discussie over dit punt vrerd de zitting geschorst.

In de middagzitting — geopend met het zingen van Ps. 103:2 — werd de discussie over het vorengenoemde punt voortgezet. . .

Nadat ook Prof. L. Berkhof en Ds D. Postnia over dit punt eenige opmerkingen hadden gemaakt, werd dit rapport naar Commissie IV teruggezonden om nader advies.

Oud. G. van de Putte rapporteert over een tweetal grensregelingskwesties.

Allereerst over een bezwaarschrift van de classis Sneek tegen besluit Part. Synode Friesland (Z. G.) inzake grenzen tusschen de kerken van Sybrandaburen en Scharnegoutum.

Voorts over een bezwaarschrift van de classis Sneek tegen besluit Part. Synode Friesland (Z. G.) inzake grensregeling tusschen de kerken van Goënga en Scharnegoutum.

De commissie stelde in beide zaken de volgende conclusie voor :

Uwe commissie stelt voor dat de Synode een drietal deputaten benoeme, om deze zaak in overleg met de betrokken kerken tot een goed einde te brengen.

Aldus besloten.

De praeses verwelkomt Ds Jac. van Nes Czn., van 's-Gravenhage, missionair dienaar des Woords onder de Joden.

Dr W. A. van Es rapporteert namens Commissie II over de agendapunten inzake het Promotierecht der Theologische School.

De Particuliere Synode van Drenthe stelde aan de Generale Synode voor, dat aan de Theol. School het promotierecht verleend worde.

De Particuliere Synode van Overijssel diende het volgende , voorstel in:

De Generale Synode van de Geref. Kerken in Nederland, overwegende:

dat de Theologische School de facto niet slechts is een school tot opleiding van dienaren des Woords, maar tegelijk een Hoogeschool ter wetenschappelijke beoefening der Theologie, gelijk blijkt uit de door haar verleende graden, en den door haar Hoogleeraren verrichten arbeid, voorzoover deze niet voortvloeit uit de opleiding harer studenten tot Dienaren des Woords;

dat aan verschillende inrichtingen van Hooger Onderwijs, niet staande in verband met eenige Universiteit, het jus promovendi is toegekend;

dat door het verleenen van het jus promovendi aan de Theo!. School deze alle graden kan verleenen, inplaats van halverwege te moeten eindigen, zooals tot heden het geval is;

besluit:

lo. aan de Hoogleeraren aan de'Theologische School te veroorloven voortaan gebruik te maken van hun recht tot het verleenen van den graad van Doctor in de Heilige Godgeleerdheid;

2o. aan de Hoogleeraren op te dragen, in overleg met het curatorium, de noodige maatregelen te treffen tot voorbereiding en uitwerking hiervan, wat betreft het regelen van colleges, pro-' motie, enz.

De Kerkeraad der Gereformeerde Kerk te Leiden stelde aan de Generale Synode voor om uit te spreken, dat zij tegen de uitoefening van dit jus promovendi geen bezwaar heeft en om te besluiten zoodanige maatregelen te nemen als noodig zijn om zulks mogelijk te maken en te bevorderen.

Voorts was hierover ingekomen een schrijven van het Studentenkorps „F. Q. I." te Kampen.

Na eenige discussie werden met' algemeene stemmen na een kleine redactiewijziging de conclusies aldus vastgesteld:

De Synode,

kennis genomen hebbende van de voorstellen van de Particuliere Synoden van Drente en van Overijssel, van den Kerkeraad' der Geref. Kerk te Leiden, gesteund door die van Bodegraven, Borsselen, Bunschoten en Spakenburg, Brouwershaven, Driewegen (classis Goes), Enumatil, Hoofddorp, Nieuw Heivoet, Oudega (Sm.), Pernis, Ureterp, Veere en Venlo, het verzoek, van den Kerkeraad van de Geref. Kerk te Urk en van het Studentencorps „Fides Quaerit Intellectum" aan de Theol. School te Kampen inzake het promotierecht aan de Theol. School,

overwegende, dat de kwestie van het promotierecht aan de Theologische School voor de kerkelijke vergaderingen meestal te-

onverwacht en té'fiatïaïi'dë'oMe is gesteld; om daarover een welbezonnen en welbezouken oordeel te vellen en ook het Curatorium der ïheologische School op de laatstgehouden vergadering heeft uitgesproken, dat het nog niet in staat is een weloverwogen advies te geven,

' besluit ten aanzien van deze voorstellen en wenschen geen beslissing te nemen, maar het Curatorium der Theologische School in overleg met de Hoogleeraren der School te verzoeken, hun weloverwogen advies aan de volgende gewone Generale Synode mede te deelen, en dit advies met redenen omkleed, minstens zes maanden, voordat deze Synode samenkomt, ter kennis van de Kerken te brengen.

Prof. Dr J. Ridderbos rapporteert namens Commissie I over het voorstel van den Kerkeraad van de Geref. kerk te Leiden: „De Synode benoeme Deputaten om te onderzoeken of thans voor onze kerken de tijd gekomen is, een verbeterde (nieuwe of herziene) bijbelvertaling ter hand te nemen en (indien Deputaten tot een resultaat in bevestigenden zin komen) een concept op te stellen van de maatregelen, welke de Synode bij de uitvoering daarvan zal hebben te nemen", waarop een adhaesiebetuiging van de Kerk van Vlaardingen was ingekomen.

De commissie stelde de volgende conclusies voor:

De Synode,

overwegende, dat het wenschelijk is, zich in de zaak der Bijbelvertaling te houden aan de lijn, door de Synode van Rotterdam 1917 aangegeven,

oordeelt, dat er geen reden is voor het benoemen van Deputaten als do9r den Kerkeraad van Leiden worden gewenscht, ^

en besluit hiervan aan den Kerkeraad van Leiden mededeeling te doeii.

Oud. Van Beeck Calkoen deed het volgende tegenvoorstel:

„De Synode benoeme deputaten die nagaan, welke resultaten de arbeid ter voorbereiding der overzetting der Heilige Schrift heeft en welke vrucht deze arbeid heeft voor de kerken".

Met groote meerderheid werden de conclusies der commissie aanvaard; waarmede het voorstel-Van Beeck Calkoen was vervallen.

De praeses brengt een woord van dank aan hen, die bezig zijn met de voorbereiding van een bijbelvertaling, zooals die gegeven wordt in de commentaren der hoogleeraren en doctoren in de theologie en in de korte bijbelvertaling, waarbij hij de hoop uitspreekt, dat deze arbeid onder den zegen Gods zal voortschrijden.

Te ongeveer half vier gaat de Synode hierop in Comité-Generaal, waarna te 4 uur de zitting gesloten wordt.

Zesde zitting.

De zitting wordt geopend met het samen zingen van Ps. 118 vers 14, waarna de praeses voorgaat in gebed.

De praeses houdt appèl nominaal.

De acta der vijf.de zitting worden gelezen en vastgesteld.

Ds W. Breukelaar rapporteert over een bezwaarschrift van Br. J. J. V. A., te R.

De commissie stelde voor:

De Generale Synode spreekt uit:

1. dat Br J. J. van A., indien hij zich door publicatie van dezen of genen betreffende zijn persoon of arbeid bezwaard acht, zich des noodig kan wenden tot de kerkeradan der kerken, waartoe die personen beliooren, maar dat het'niet op den weg van de Generale Synode' ligt zich hiermede in te laten;

2. dat Br. J. J. van A; , indien hij zich door handelingen van de kerk te Nijmegen bezwaard mocht achten, zich behoort te wenden tot hare meerdere vergadering; ' ' '

3. dat de Generale Synode ten zeerste betreurt, dat de te Utrecht in 1905 getroffen verzoening is verstoord; dat echter de oorzaak daarvan niet ligt bij die Synode of één der volgende Synodes, weshalve er geen redenen voor haar zijn om terug te komen op de besluiten in 190S—1908 ten opzichte van Br. J. J. van A.' genomen; en dat zij harerzijds alsnog gaarne handhaaft de verzoening zooals die door de Synode van 1905 is getroffen;

b. keurt goed, dat de door br. J. J. van A. geschreven en ingezonden „Schets S oemb a-Zending" ter voeldoening aan zijn wensch, worde opgenomen in het Zendingsblad en dat zijn ter inzage gezonden „Acte van aanstelling" en „B e w ij s van uitzending" hem terug gezonden wordt;

c. en draagt aan de te benoemen deputaten voor de Zending op:

1. aan Br. J. J. van A. mededeeling te doen van wat de Synode sub , a uitspreekt;

2. uit te voeren wat sub b is goedgekeurd;

3. een onderzoek in te stellen betreffende de uitkeering van het legaat, waarover Br. J. J. van A. schrijft en onder verantwoordelijkheid aan de volgende Generale Synode in die zaak te handelen zooals naar hun oordeel recht en billijk zal zijn.

Aldus vastgesteld.

Ds J. G. Kunst rapporteert namens Commissie V over het puntT Herziening Formulier ter bevestiging van missionaire predikanten.

De commissie stelde de volgende conclusies voor: ' '

lo. de mededeeling der deputaten voor dè Zending onder Heidenen en Mohammedanen dat zij gemeend hebben te moeten adviseeren om geen wijzigingen in het formulier tot bevestiging van de missionaire dienaren des Woords voor te stellen, voor kennisgeving aan te nemen, en

2o. uit te spreken de wenschelijkheid, dat indien de Generale Synode overgaat tot wijziging van het formulier tot bevestiging van de Dienaren des Woords, dan het formulier tot bevestiging van de missionaire dienaren des Woords daarmee zooveel mogelijk worde in overeenstemming gebracht.

Aldus besloten.

Ds J. H. Telkamp rapporteert namens Commissie V over de opleidingsschool op Soemba.

Deze school is geopend Januari 1924 onder leiding van den docent Ds Krijger. De eerste cursus liep af in Juli 1926. 7 leerlingen slaagden met volle instemming van de vertegenwoordigers van den Raad van Toezicht. De nieuwe cursus begon met 9 leerlingen. Het gaat met deze school, die te Karoeni is gevestigd, aanvankelijk voorspoedig.

De commissie kwam tot de volgende conclusies:

1. de handelingen van de deputaten voor de Zending onder Heidenen en Mohammedanen ten behoeve van de opleidingsschool op Soemba'goed te keuren-en hun dank te zeggen voor hun arbeid in dezen;

2. aan den docent dezer school, Ds L. P. Krijger, dank te betuigen voor al zijn arbeid;

3. dank te zeggen aan de algemeene vergadering van miss. arbeiders op Soemba en aan den Raad van Toezicht voor al hunne werkzaamheden en hunne toewijding ten behoeve van de opleidingsschool; • '

4. goed te keuren, dat dé slotzin van art. 7 van het reglement vande opleidingsschool aldus worde gelezen:

„De docent heeft in bijzondere gevallen van ingrijpenden aard het recht'om een leerling voor een tijd van ten hoogste een jaar te schorsen, na overleg met den miss. predikant (of consulent), van wier terrein deze leerling is. Over ontslag beslist de afzonderlijke vergadering".

5. goed te keuren, dat aan art. 7 nog wordt toegevoegd:

„Ook kunnen leerlingen worden toegelaten, die niet door de kerken zijn gezonden, mits zij komen op eigen kosten en naar het oordeel van den docent niet schadelijk zijn voor den gang van het onderwijs of ook voor het verkeer met de andere leerlingen. Voor hun toelating en evenzoo voor schorsing en ontslag gelden dezelfde bepalingen, die voor de andere leerlingen in dit artikel zijn genoemd; alleen in het geval, dat zij niet van het Zendingsterrein komen, pleegt de docent, bjj noodzakelijke schorsing; overleg met den Raad van Toezicht".

, 6, , : d4'}5eiFderev, v€FZorging van de.opleidingsschool naar art. 11 van de Zendingsorde op te dragen aan de te benoemen deputaten voor de Zending onder de Heidenen en Mohammedanen. Conform besloten.

Prof. Dr J. Waterink rapporteert namens Commissie V over de bemoeienis van de Deputaten voor de Zending met de kerk te Batavia.

De commissie stelde de volgende conclusies voor:

1. goed te keuren het gedrag en de handelingen van uwe deputaten inzake de kerk van Batavia, over de jaren 1923—1926;

2. aan de voor de Zending onder heidenen en Mohammedanen te benoemen deputaten op te dragen, aan de kerk van Batavia uit te keeren een jaarlijksche subsidie van ten hoogste ƒ900 na en naar gebleken behoefte dezer kerk;

3. aan de deputaten te verzoeken een jaarlijksch verslag omtrent den zendingsarbeid van de kerk van Batavia van deze kerk te vragen en de volgende Generale Synode omtrent het gerapporteerde mededeeling te doen.

Aldus besloten.

Oud. J. V. d. Waals rapporteert namens commissie I over Kerkelijke examina.

kelijke examina. De Part. Synode van de Geref., Kerken in de provincie Groningen verzocht te dezen aanzien de Synode maatregelen te_ willen nemen tot wegneming van den misstand, dat theologische candidaten na afgelegd praeparatoir examen soms voor langen tijd zich aan de beroeping door de kerken onttrekken.

De Part. Synode van Zuid-Holland (Z. G.) stelde de Synode voor, te bepalen:

a. het praeparatoir examen geeft de bevoegdheid, om gedurende een jaar in de kerken te proponeeren;

b. drie maanden voor het verstrijken van dezen termijn kan de betrokkene, indien hij verlenging wenscht, zich wenden tot de classis, die hem examineerde, opdat, indien deze de aangevoerde redenen wettig oordeelt en er verder geen bezwaren bestaan, deze termijn met een jaar kan worden verlengd.

De Part. Synode van Friesland (N. G.) verzocht de geldigheid van de acte, welke na den gunstigen afloop wordt uitgereikt, aan een bepaalden termijn te binden, echter met de bevoegdheid tot verlenging op verzoek van den proponent en overlegging van attestatie van de kerk of kerken, waartoe hij sedert zijn praeparatoir examen behoorde, door de classis in welker ressort hij woont.

De Part. Synode van Zuid-Holland (N. G.) verzocht de Generale Synode uit te spreken, dat praeparatoir geëxamineerden, die een jaar na hun examen nog geen beroep hebben willen aannemen, opnieuw aan de classis, die hen geëxamineerd heeft, verlof moeten vragen, om te mogen optreden in de kerken. Indien dit verlof niet wordt toegestaan, vervalt daarmee voor den betrokkene het recht om te proponeeren.

Na een breede bespreking werden — met een kleine wijziging — de door de commissie voorgestelde conclusies als volgt vastgesteld :

gesteld : a. Het met goed gevolg afgelegd praeparatoir examen geeft de bevoegdheid om gedurende één jaar in de kerken te proponeeren.

b. Drie maanden voor het verstrijken van dezen termijn kan de betrokkene, indien hij verlenging van die bevoegdheid wenscht, onder mededeeling van de gronden voor zijn verzoek en onder overlegging van attestatie van de kerk of de kerken, waartoe hij sedert zijn praeparatoir examen behoorde, zich wenden tot de classis, die hem examineerde, opdat deze, indien zij de gronden voldoende oordeelt en er verder geen bezwaren bestaan, den candidaat opnieuw voor één jaar ve!; lof verleene, om in de kerken te proponeeren.

c. Voor hen, die bij het nemen van dit besluit reeds praeparatoir examen hebben afgelegd, zijn deze bepalingen mede van kracht, met dien verstande, dat de termijn van één jaar geacht wordt voor hen op 1 October 1928 verstreken te zijn.

Oud. J. V. d. Waals rapporteert eveneens over het verzoek van de classis Batavia, om een cl^fsis in Holland te willen aanwijzen, die zich belast met het afnemen van het peremptoir examen aan een naar een der Indische kerken beroepen candidaat, dit in verband met de moeilijkheid van het afnemen van het peremptoir examen in Ned.-Indië.

De commissie stelt voor te besluiten:

De Generale Synode adviseert aan de classis Batavia, dat zij de onder haar ressorteerende kerken, indien deze een beroep uitbrengen op een candidaat tot den Heiligen Dienst en het zelf afnemen van het peremptoir examen door genoemde classis door te groote bezwaren gedrukt wordt, aanrade om zich tot de classis in Holland te wenden, in welker ressort de beroepene woont, met het verzoek om voor de classis Batavia het peremptoir examen af te nemen.

Prof. Dr J. Ridderbos rapporteert namens Commissie I over het bezwaarschrift van Mr P. G. Knibbe te Leiden.

De commissie stelde de volgende conclusie voor:

De Synode besluit, aan Mr Knibbe te berichten:

dat aan geen van zijn zestal verzoeken kan worden voldaan, omdat ze voor een belangrijk deel gebaseerd zijn op een onjuiste voorstelling der feiten, en de Synode in het algemeen de rechtmatigheid der door hem aangevoerde gronden niet kan erkennen.

Zonder discussie en zonder h. st. aldus vastgesteld.

Prof. Dr G. Ch. Aalders rapporteert namens Commissie I over een bezwaarschrift van Dr W.-J. A. Schouten, te Arnhem.

De commissie stelde voor, uit te spreken:

a. dat de Synode van Assen aan de bij haar door Dr Schouten tegen de door haar in de zaak van Dr Geelkerken genomen beslissingen ingebrachte bezwaren voldoende recht heeft laten wedervaren ;

b. dat er deswege in deze bezwaren geen aanleiding is om de vorengenoemde beslissingen aan eene revisie te onderwerpen;

c. dat het door de Synode van Assen tot hem gerichte vermaan ter zake van het gevaarlijke der leidende gedachte in zijn bezwaarschrift, niet onjuist of onrechtvaardig was, en alleszins verdient door hem ter harte te worden genomen,

en van deze uitspraken aan Dr Schouten kennis te geven.

Prof. Dr T. Hoekstra rapporteert over het voorstel van de Particuliere Synode van Zuid-Holland (Z. G.) om Deputaten voor de correspondentie met de kerken in Argentinië te machtigen, desnoods een collecte voor deze kerken uit te schrijven.

De commissie stelde voor:

De Synode, gehoord het advies der rapporteerende commissie, besluit aan het verzoek der Part. Synode van Zuid-Holland (Z. G.) te voldoen en Deputaten voor de correspondentie met de Geref. kerken in Argentinië te machtigen des noodig een collecte voor deze kerken uit te schrijven.

Conform besloten. Te ruim 12 uur wordt de zitting hierop geschorst tot 1 uur.

Die middagzitting werd geopend met het zingen van Ps. 74:2 en 12. . .

Aaai de orde is het Rapport van de Deputaten der Generale Synode 1923 voor de Zending onder de Joden, voor welk rapport Ds J. Douma en Ds J. J. Miedema rapporteurs zijn.

Namens Commissie V rapporteert Prof. Dr J. Waterink over dit punt. Met een enkele wijziging in het voorstel van Deputaten stelde de oommissie voor:

lo. 'goed te keuren den arbeid door Deputaten voor de Zending onder de Joden verriclit en hen te dechargegren voor het Jieheer der financiën;

2o. voor deze Zending te benoemen vijf Deputaten met drie Secundi;

3o. aan deze Deputaten op'.-, te .: dragen:

a. de contracten' met de kerk van 's-Gravenhage-Oost en van Amsterdani te bestendigen ; -v

b. in samenwerking met de kerk van Amsterdami de vereischte maatregelen te nemen voor de vervulling der vacature en de nadere toerusting van een missionairen Dienaar des Woords, waarbij aan hen in overweging wordt gegeven, te zoeken naar dusdanige regeling met den te beroepen Dienaar des Woords, waardoor een teleurstelling als die in het verleden ondervonden, vvoixJt voorkomen, of althans in haar geldelijke gevolgen wordt teruggebracht tot zoo klein jnogelifjke scliade;

c. . den arbeid van bestaande Zending-Comité's, die uitgaan van den kerkeraad, te steunen en de oprichting vaa zulke comité's, waar dit nog mogelijk is, te bevorderen; d. de zaak van de Zending onder de Joden te bepleiten, in het bijzonder ook door het verzorgen van een eigen Zen­

dingsblad ; e. zich hulp te verschaffen voor de administratieve aangelegenheden van de Zending onder de Joden in het' algemeen;

f. tot alle kerken het verzoek te riohten minstens éénmaal 's jaars in alle samenkomsten op een 'Zondag of den eersten Kerstdag een collecte te houden voor de Zending onder de Joden en deze door Deputaten, vanwege de classes te benoemen, te doen innen en aan den quaestor der Deputaten' van de Generale Synode te doen afdïagen, met dien verstande, dat kerken, die zelf in eigen kring Zendingsarbeid pnder de Joden verrichten, na overleg met de Deputaten der Generale Synode een bedrag van ten minste 10 pCt. dezer collecten storten in de algemeene kas;

g. . het' beheer der aanwezige en inkomende gelden;

h. het doen van de vereisohte uitgaven.

Aldus vastgesteld.

De praeses spreekt in het bözonder een woord van hartelijken dank tot Ds Jao. van Nes Gzn. Namens de kerken, vy.il spr. uitspreken, dat zij waardeeren de'n moeilijken arbeid, met zooveel toewijding en liefde verriciht. Spr. bidt hem toe, dat God hem kracht geve op zijn arbeid, en dat Hij hem pok de vruchten geve te zien.

Ds Van Nes dankt voor dit woord, d'at hem zoo gesterkt heeft en de Synode voor de hartelöke liefde voor den arbeid van de Zending onder de Joden, die zij openbaart. Spr. gevoelt, dat de lieikJe, die er leeft in de kerken voor dezen arbeid, ook in de Synode uitkomt. Dat is hem van veel meer waarde dan waardeering voor het werk, dat hg persoonlijk doet. Dit samenzijn sterkt hem, om met opgewektheid en moed den arbeid voort te zetten.

Nadat de praeses .het praesidium heeft overgedragen aan den assessor, leest Di-K. DiJk voor het rapport van Curatoren der Theologische School.

Namens Commissie II 'rapporteerde Dr H. Kaajan over dit rapport.

rapport. De commissie stelde 'de volgende conclusies voor;

1. het verslag onder dankbetuiging aan de Curatoren aan te nemen en voldoening uit te spreken over den bloeienden staat 'der School;

2. aan de door Curatoren voorgestelde wijzigingen in de pensioenregeling voor de Hoogleeraren aan de Theologische School de gevraagde goedkeuring te verieenen.

Deze conclusies werden met algemeene stemmen aanvaard.

Bij dit punt brengt-Ds D. Postma als voorzitter van het college van Curatoren der Theologische School te Potchefstroom de beste wenschen voor de Theologische School en de Vrije Universiteit over. Van de vruchten van den arbeid, daar geleverd, maken de kerken in Zuid-Afrika gaarne gebruik „ons meng ons nie in die stryd .nie" — aldus spr. —S< , „ons pluk .die vrugte".

Prof. Dr G. Ch. Aalders rapporteert namens commissie-I over een bezwaarsohiift van Br. J. L. te U., en een schrijven van den Kerkeraad der Geref. Kerk te Leeuwarden hetreffende de belijdenisvrageu.

De commissie concipieerde de volgende conclusies: De Synode,

overwegende dat het in het algemeen niet wenschelijk is kerkelijke formulieren, die na rijp beraad en grondige behandeling zijn vastgesteld, spoedig weder te wijzigen, en dat voor zulke wijziging al zeer klemmende gronden zouden dienen te worden aangevoerd; dat echter de in het bezwaarschrift van br. L. en in het schrijven van de kerk van Leeuwarden tegen het door de Synode van Utrecht vastgestelde Formulier voor de openbare belijdenis des geloofs ingebrachte bezwaren zulke gronden niet opleveren,

besluit in dit Formulier geen wijziging aan te brengen en hiervan kennis te geven aan br. L. en aan de kerk van Leeuwarden. ' '

Aldus besloten.

Prof. Dr J. Ridderbos rapporteert namens Commissie I over een bezwaarschrift van Dr F. M. Penning te Eindhoven.

De Commissie stelde voor, aan Dr Penning te berichten, dat aan zijn verzoek om revisie niet kan worden voldaan, daar het niet op Schrift en belijdenis is gegrond.

Aldus z.h.st. besloten.

De praeses stelt v^st, dat de besluiten, voortvloeiende uit de beslissingen vorig jaar te Assen genomen, eenparig en zelfs zonder 'discussie zijn genomen en spreekt daar zijn groote blijdschap over uit.

'Ds W. Breufcelaar rapporteert namens Commissie - V over het Christelijk-Javaansch Boekenfonds.

Voorgesteld werd:

1. De handelingen van de deputaten voor de zending in zake het Christelijk Javaansoh Boekenfonds goed te keuren;

2.. aan de te benoemen deputaten voor de zending op te dragen om, indien naar hun oordeel steun voor dit fonds nog noodig is, namens de Generale Synode een verzoek om steun te richten tot de zendende Kerken, die op Midden-Java arbeiden en voor dit doel ©ene bijdrage te verieenen uit de Generale Kas tot ten hoogste f500 per jaar.

Aldus besloten.

Ds W. Breukelaar rapporteert voorts over de opleidingsschool op Soemba. ' '

De conclusie van zijn .rapport luidde:

1. De handelingen der deputaten in zake de finantiën der Opleidingsschool op Soemba goed te keuren en hen te dechargeeren.

2. Aan de te benoemen deputaten voor de Zending onder Heidenen en Mohammedanen op te dragen aan den .Docent ter beantwoording van zijn verzoek jnededeeling te doen van hetgeen sub 2 in het rapport der Commissie is gezegd.

Aldus besloten.

De Synode gaat hierop in Comité-Generaal, waarna zitting te 4 uur wordt gesloten. de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1927

De Reformatie | 8 Pagina's

Generale Synode te Groningen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1927

De Reformatie | 8 Pagina's