GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LITERATUUR EN KUNST

9 minuten leestijd

Over Felix Timmermans' „De Harp van Sint Franclscus".

De vorige maal schreef ik, dat de eerste serie vragen-over-boeken was afgedaan en daarom de loopende artikelenreeks beëindigd werd. Daarna echter bemerkte ik, dat een van de eerst-ontvangein brieven niet was beantwoord, een brief dus, die zeker in deze reeks behandeld had behooren te zijn. Ik meen daarom aan die reeks nog één artikel te moeten toevoegen, ook, omdat anders wéér een aantal weken verloopen eer aan het verzoek van den briefschrijver wordt voldaan.

Dat verzoek betreft het boek van Felix Timmermans, „De Harp van Sint Franciscus" (verschenen in 1932). De correspondent heeft opgemerkt, dat zeer verschillend over dat boek is geooirdeeld, dat het eenerzijds waardeering heeft gevonden, aan den anderen kant is misprezen en zelfs niet werd aanvaard als literaire kunst; de critici van deze laatste opvatting hebben o.m. gezegd, dat Timmermans het onderwerp heeft misvormd, wijl dat in zijn specifiek karakter ver boven zijn bereik lag. Vrager, die het boek met groot genoegen las, wil nu weten aan welke zijde het gelijk is in dit geding, omdat het voor een lezer nu todh wel heel moeilijk is zich een objectief oordeei te vormen.

Laat ik dan mogen beginnen met op te merken, dat het antwoord op zulk een vraag, die naar aanleiding van literaire critiek herhaaldelijk voorkomt, niet wordt gevonden met een uitspraak naar de eene of de andere zijde. Het eenige, dat in een dergelijk geval helpen kan is, zulk een boek te bezien in het licht van de gansche werkzaaifhheid van den bewusten auteur en, voorzoov-èéJ mogelijk, aan de hand van de mededeelingen, die hij zelf verstrekt omtrent zijn bedoelen. Dan wordt de quaestie losgemaakt uit de nooit geheel te vermijden subjectiviteit van de beoordeelaars en op een objectief plan van beschouwing gebracht. Diéa weg moeten we ook hier inslaan. En dan kunnen we daarbij profiteeren van het boek dat Dr Th. Rutten, onder den titel „Felix Timmermans", over den auteur en zijn werk gegeven heeft.

We beginnen dan bij de stofkeuze: beschrijving van het leven van Sint Franciscus, dat is dus stof die ligt op het terrein der z.g. „hagiographie", levensbeschrijving van heiligen. Timmermans vangt aan bij het begin van Franciscus' geschiedenis en eindigt bij het einde daarvan, heeft dus gansch het leven van den heilige met zijn verhaal omspannen. Maar — en dat is het eerstet, dat hier in rekening moet worden gebracht — daarom heeft Timmermans nog niet bedoeld een biographie van Franciscus te geven. Zijn eigen woorden aan het slot van het boek zeggen dat duidelijk; „Deze dingen, " schrijft hij, „heb ik mij zoo voorgesteld, nadat ik de boeken gelezen had, die de geleerden over zijn schoon leven hebben geschreven. Zoo zag ik het gebeuren. En ik droeg deze verbeeldekes op aan ". Het boek bevat dus „verbeeldekes", van den Schrijver, voorstellingen, die hij zelf zich heeft gevormd uit wat hij heeft gelezen en — dat kan onmiddellijk worden toegevoegd — beeft gezien, getuige zijn boek: „Naar waar de appelsienen groeien". Dus is van een biographie, een levensbeschrijving, geen sprake, maar het boek is, gelijk indertijd d© „Nieuwe Rotterdamsche Courant" schreef „eea phantasie over het mystieke gedicht, dat het levein van Frans van Assisi geweest is".

Al dadelijk kunnen we dus constateeren, dat een critiek, als zou het onderwerp in zijn specifiek karakter (dat van de hagiographie) boven Timmermans' bereik hebben gelegen, foutief is ingesteld. En dat blijkt te meer, als we die stofkeuze zieni in het licht van Timmermans' werkzaamheid, gelijk Dx Rutten die aldus aangeeft: „reeds jaren lang voelde Timmermans zich aangetrokken tot 't vertellen van het leven van St. Franciscus. Deze" is de schoonste heilige, die er ooit bestaan heeft want al zijn heerlijke eigenschappen waren natuur en 't landschap was 't aanwakkerend muf.iek zijner ziel: zijn leven was een huppelende dans omdat hij 't leven beleefde als één groote gedachte: hij verheerlijkte de aarde, omdat zij was de voetbank van den Schepper" i). 't Is dei"halve niet het leven van Sint Franciscus, dat Timmermans boeide, maar „de harp" van Sint Franciscus, „dat is", zooals ergens in 't boek staat, „zijn ziel, waarmee hij God gedurig looft", dus Franciscus' natuurliefde, zijn zin voor de schoonheid en de heerlijkheid der natuur, zijn simpel genieten van de Schepping in al haar openbaringen. Die trek in Franciscus' leven was het, die Timmermans bekoorde, die hem „Naar waaide appelsienen groeien" en „Het hovenierken Gods" in de pen gaf en ook nu weer deze „veribeeldekes" deed geven. Want aan dien trek voelt hij zich nauw verwant.

Deze verklaring nu is van belang bij het op'maken van de waarde-balans. Want, zooals Antoon van Duinkerken schreef, dan „is de eerste vraag ... niet, of hij het historisch goed gezien heeft", m.a.w. dan gaat het er niet om of het levensbeeld van Franciscus goed en zuiver is weergegeven, maar of dat, wat hij Franciscus' „harp" heet, in het boek uitkomt.

Daarmee is er vanzelf de tweede vraag: Klinkt die harp van Franciscus nu werkelijk in het boek? Er zal wel niemand zijn, die dat ontkent. Veelmeer zal men van een te sterk, dan van een te zwak doorklinken moeten spreken. Maar hier komt nu juist in het geding Timmermans' eigen verklaring, dat hij geschreven heeftj wat hij zag gebeuren. En dat moeten we weer zien in het licht van zijn overige werkzaamheid.

Dr Rutten helpt hier aan de noodige gegevens. Ik citeerde die al eens elders, maar moge ze, in verband met de vraag, die tot dit artikel aanleiding is, hier nog eens herhalen: Het zijn passages uit Ruttens hoofdstuk „Opmerkingen over visie, s^ijl, taal en spelling" 2).

„Timmermans' kunst", zoO' lezen we, „is die van den schilder, die maar één moment pakken kan, maar daarom juist 't karakteristieke moment vat: 't kenschetsende uitzicht in kleur en licht en lijn een pittoresk détail en archaïsties, primitief of volks voelt ge aan de sfeer, waarin iemand leeft of beweegt "; „elk beeld is hem goed, sierlijk of ruw, edel of onedel, op

voorwaarde, dat 'tis sprekend, warm, origiji«el ";

„in 't aanschouwelijke moet men het in zijn beelden niet zoeken (want beeldings- en vemuftselementen komen met elkaar in conflict) maar in de werkiag van 't gevoel. Dit borrelt telkens op in de keuze van woorden en wendingen: het ligt gekristalliseerd in de verhevigende uiting, in 'tsymboliseerend karakter van z'n taal, in de zinnen en beteefcenissen ";

„heel zijn vereenvoudigde uitbeelding (doet)

primitief volks en populair humoristies aan "; „uit het stoffelifce, uit het zintuiglike en tastbare leven is 't woord of beeld meestal gegrepen, ook waar subjectieve gemoedstoestanden of

geestelijke gevoelens moeten worden vertolkt "; „(bij) Timmermans (zijn) gemoeds- en zinneleven iimig versmolten. Tusschen de toestanden van 't gemoed en de heele omgeving is er een bestendige harmonie. Dieren en natuur doen mee met de menselike stemmingen ";

„ïimmermans is zeer ontvankelik voor gevoelso vereenkomsten en beroeringsgelijkenissen. Neemt 'hij iets waar, dan denkt hij onmiddelUk aan iets anders, en dit andere, stemmingsverwante, brengt hij te pas, om de gevoelsstemming te duiden ".

Zoo zijn de trekken van Timmermans' werk, wanneer men dat, zooals DT Rutten doet, in zijn geheel beschouwt.

En met deze karakteristieken moeten we nu het bewuste boek vergelijken. Overal vinden we dan precies deze zelfde elementen als even zoovele bewijzen, dat het klinken van Franciscus' „harpi" inderdaad de toon heeft van Timmermans' „verbeeldekes" en zoo, als hij het heeft gehoord, in het boek uitkomt.

Zie eens deze beelden: „zijn spieren kletterden op zijn gebeente van angst en smart"; „wit en machtig lijk een dondertoren zit de Paus temidden van de superkardinalen"; „de menschen hangen aan zijn lippen en 'tis zoo eenvoudig lijk een boterham"; „de zon was gezonken als een goudvisch"; „voos en stom gelijk een os zag hij naar den glorieuzen zonsondergang".

Lees eens deze beschrijving van Franciscus' preeken: „Nu eens was zijn preek als een tuiltjo violetjes, dan weer donker en terribel, als het over de Hel ging. Hij was de goddelijke zevenslager, die van hier naar ginder sprong, en vonken in de harten spatte. De menschen wierden lijk naar hem gezogen, 't Was lijk een harmonie, die door 't land trok en iedereen kwam z'ien en luisteren.^'

VergeUjk eens met wat Dr Rutten schrijft, uitdrukkingen als: „'tvolk huilde hem de stad uit"; • „ze baden hun hart uit hun lijf"; „met haar tranen begoot ze zijn gezicht"; „de vader schuimde van woede"; „ik stamp u nog hever buiten de deur"; „zijn hart liep over van vuur, zijn aderen waren een struik van vuur, en hij wierd opgenomen in een groot licht, God brandde in hem "

Naar believen zal de briefschrijver zelf zulke vergelijkingsplaatsen vinden; ze staan op iedere bladzijde en zijn telkens de illustratie van het schrijverskarakter dat Dr Rutten geeft.

• De objectieve conclusie nu, die deze vergelijking aan de hand doet is, dat de inhoud van het boek volkomen in overeenstemming is met geest en sfeer en toon van Timmermans' ander werk en evenzeer met 't: „deze dingen heb ik mij zoo voorgesteld..." van de laatste bladzijde. Zooals hij Pieter Brueghel tiit diens schilderstukken „geroken" heeft, zoo heeft hij Franciscus' harpklanken in wat hij over hem gelezen en van zijn omgeving gezien heeft, gehoord. En naar die herinnering, naar dat persoonlijkbel e v e n, geeft hij ze weer in zijn boek. Er kan dus geen sprake zijn van een misvorming van het onderwerp, omdat het in zijn specifiek karakter boven zijn bereik lag, want niet het historischbeschrijvende, maar het persoonlijk-doodeefde was de eigenlijkheid van dat onderwerp.

Het blijft uiteraard mogelijk, dat men dit persoonlijk-doorleefde niet apprecieeren kan. Als men — gelijk er velen zijn, vooral onder de jongere Vlaamsche schrijvers en dichters — het genre van Timmermans' werk niet kan genieten en niet houdt van zijn manier van zeggen, van zijn stijl, zijn beeldspraak, zijn voorstellingswijs, kan ook dit boek niet in den smaak vallen. Zeer wel mogelijk is het óók, dat men bezwaren heeft tegen den geest van het werk, omdat de grens tusschen leuke zegging en profanie bij Timmermans altijd vaag is. Maar aan de objectieve woorden van het boek doet het niets af en het niet te aanvaarden als literaire kunst lijkt mij een miskennen van de elementaire beginselen van literaire critiek.


1) Vgl. Rutten, t. a. p. pag. 169. %m^u

2) ld. p. 171 vlgg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1935

De Reformatie | 8 Pagina's

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1935

De Reformatie | 8 Pagina's