GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

En Ik zal haar geven hare wijngaarden van daar af. Hosea 2 : 14.

Van AUv af.

Het is een liefelijke gebeurtenis als Israël, op zijn woestijnreis naar Kanaan, uit Gods hand een proeve ontvangl der weelde van het land waarheen het op weg is. Immers brengen de verspieders bij hun terugkomst een druiventak met zwai'e trossen mede. De Heere voert Zijn volk vanuit Kanaans wijngaarden een voorsmaak tegemoet, een onderpand van de rijke genieting, die straks komt. Kanaan was met zijn wijngaarden een uitbeelding van de volle gunst en gemeenschap Gods; met geestelijke en stoffelijke zegeningen zou de Heere daar Zijn volk begiftigen, en dat volk zou zijn heil vinden in den vrede en de verzoende verhouding met zijn God. En levens lag daarin het schaduwbeeld van, en het zekere uitzicht op hel hemelscli Kanaan, waarvan hier op aarde ihet beginsel der eeuwige vreugde in tiet hart gevoeld wordt.

Israël heeft deze weldaden ook ontvangen en genoten; de druiven van Eskol hebben niet bedrogen. Het volk heeft Kanaan en zijn wijngaarden bewoond. Maar helaas, het heeft in later tijd deze gxinst Gods uitgeruild voor de genieting der wereld; het heeft den Heere en Zijn dienst verlaten. Nu zal God het ook naai- recht die zegeningen ontnemen. Reeds gaal door den profeet Zijn dreiging daarvan uit: — „Ziet, Ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgeboom" Zijn dreiging, — ja, — maar niet zonder Zijn Evangelie.

Is Hij niet de God des genadeverbonds? Nu, dan zal Hij, na zware tuchtiging, Israël zijn wijngaarden in den rechten weg hergeven. Hij zal het terugvoeren in de woestijn, als ware het opnieuw op weg naar Kanaan. Daar zal de Horeb weer rooken, en de wet en het recht des Heeren uitgaan. Maar daar zal ook het allaar vlammen in den voorhof van den tabernakel, sprekend van verzoening in hel offer dat God zelf besteld heeft. En daar, in de woestijn, zal Israël als vanouds zich buigen in schuldbesef, en den Heere Zijn recht toestemmen; het zal mei schaamte zijn zonden belijden, en hel oog weer richten op het zoenoffer, en biddend tasten naar de genade der schuldvergeving.

Doch dan zal de Heere Israël van daar af ook weer Zijn Kanaan geven. Van dat oogenbUk en die plaals afj waar Israël weer in schuldbesef voor God gebogen ligt, waar hel tot Hem wederkeert, en den blik slaat op Zijn verzoenende genade, — van daar af komen de druiven van Eskol het tegemoet, en gaat hel land van den vrede en de gemeenschap met God open; van daar af staal de Heere weer met uitgebreide armen om Zijn volk te ontvangen. „En Ik zal haar geven hare wijngaarden van daar af."

Hoeveel vertroosting ligt liier voor allen, die door den Heere zich hebben laten voeren in de woestijn. Daartoe kunnen wel wegen van donkerheid en tegenheden gebruikt worden. Maar het gaat erom, dat wij daar in de woestijn God ontmoeten in Zijn recht; dat wij Hem dal recht in schulderkenning toestemmen; en het van genade in het zoenoffer van Christus gaan verwachten. Wel is hier een ernstige waarschuwing. Het Kanaan van Gods gunst en der eeuwige zaligheid ligt voor allen open in het werk van den Middelaar, en de Heere wil het ons geven Maar alleen „van daar af'; vanaf de plaats, waar .wij verootmoedigd en schuldbewust voor God knielen, en op Christus zien als onzen Plaatsbekleeder. Dat we ons dan door den Heere daai-toe laten lokken, ook al voert Hij door allerira moeilijke levensomstandigheden ons in de woestijn. Want we zouden anders eeuwig omkomen En wijl we uil eigen keuze en kracht daar nooit komen, zij het ons voortdurend gebed: — ^trek mij met Uw liefdekoorden".

Doch zoo we verslagen van hart zijn, al kenden we nog geen vertroosting, en was van dat schoone psalmvers alleen nog maar die éérste regel voor ons: — „de Heere is recht in al Zijn weg en werk", — dan geldt toch voor óns de gewisse belofte, dat God van daar af Kanaans wijngaarden ons geven zal. Dat mogen we gelóóven, en in de vaste verwachting daarop leven.

En hoe menige bedrukte en bekommerde ziel hoe menige door levensleed gebogene, heeft dan ondervonden, dal de Heere reeds in de woestijn hun niet Zijn verkwikking tegemoet kwam, en vooruit hun reeds van Kanaans druiven deed smaken. Begon het niet van daar aï, dat uw beschuldigende conscienüe de genade onzes Heeren Jezus Christus ging zoeken? Kwamen u niet wel- ©ens vertroostingen toe, bemoedigende woorden uit de Sclirift? Ging niet soms een psalm in uw ziel leven, en kent ge geen oogenblikken van liope en goed toevoorzicht?

Welnu, — dat zijn reeds de beginselen der wijngaarden van het Beloofde Land, die God u ten voile geven zal.

Dat we er toch oog voor hebben, en het niet gering achten; dat we er bij neerknielen in dank, en hel gelooven: — Hij zal ons geven onze wijngaarden van daar af.

V. A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken