GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

ERFGENAAM VAN HET VERBOND

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ERFGENAAM VAN HET VERBOND

14 minuten leestijd

Een en zestig jaar geleden werd Klaas Schilder gedoopt als een erfgenaam van het verbond en van het koninkrijk. Niet om een erfgenaam te worden, niet als een klein mens aan wie nog niets beloofd werd. Maar aan hem werden de rijke beloften van Vader, Zoon en Heilige Geest betekend en verzegeld. En ook voor hem is het gebed der gemeente opgezonden en zie, dat gebed der kerk is genadiglijk verhoord. Zonder verschrikken mocht hij verschijnen voor de rechterstoel van God, pleitend op de borggerechtigheid van Christus, die enige advocaat, die de Vader ook hem gegeven had. Dit kind heeft gestreden en heeft overwonnen en staat nu in de gemeente van de uitverkorenen in het eeuwige leven, onbevlekt. Genood tot de bruiloft.

Wie zich in dit nummer met vele anderen bezinnen mag op het werk van Schilder wordt gedrongen zijn doopsformulier er weer eens op na te lezen. Want als één mens mij weer dat formulier in zijn schoonheid heeft doen zien dan Schilder. Laat me voor mezelf spreken, aan Schilder heb ik voor alles te danken dat verrassende inzicht in de leer van het verbond. Dat was reeds zo nodig ook, dat deze erfgenaam van het verbond anderen daarin heeft mogen onderwijzen. Wie in de twintiger jaren gebogen zat over zijn dictaten dogmatiek en naarstig las in de Dogmatiek van Bavinck, stuitte voortdurend op onopgeloste vragen. Het werd hem maar niet duidelijk en doorzichtig. En al werd er dan thuis stevig over gedebatteerd en al werd dan vaak gegrepen naar de oudere studies van de mannen van A, en al werd dan intuïtief gevoeld dat deze mannen het hadden gezien, klaar en duidelijk was het inzicht niet en werd het niet, totdat Schilder schrijven ging en de schat van Gods verbond en woorden ons stralen deed. Dat is mede een van zijn onschatbare verdiensten geweest.

Deze erfgenaam van het verbond is inderdaad gaan wassen en toenemen in de Here Jezus Christus en al groeiende in de waarheid mocht hij anderen de heerlijkheid van het verbond laten zien. Maar ook bij hem is er groei geweest. Het zal de moeite lonen om nauwkeurig na te gaan in wat Scbilder ons nagelaten heeft, hoe hij het verbond is gaan zien. Aan het einde van zijn leven staande kunnen we zeggen dat het mede een van zijn opdrachten van de Vader is geweest om Christus' kerk de ogen weer te openen voor de rijkdom van de genade des verbonds, er zelf uit levende opdat anderen er uit zouden gaan leven. Ge kunt dan ook haast geen publicatie opslaan of ge vindt er over het verbond geschreven. Het is hem niet gegeven een „locus de foedere" te schrijven voor zijn studenten, maar ge kunt lezen wat ge wilt, ge stuit op het verbond. Lees die meesterlijke samenvatting in Looze Kalk; waard om herdrukt te worden in de serie „Om Woord en Kerk", waard om in alle huizen gelezen en herlezen te worden, waard om alle catechisanten in handen te geven. Een kleine goudmijn om ons doopsformulier te verstaan. Zonder de leer van het verbond ontgaan u de schatten van het formulier om het avondmaal des Heren te houden; eens is het verbond der genade besloten, toen Christus zeide: Het is volbracht. Wat een wereld gaat open, wanneer ge door Schilder wordt onderwezen over dat woordje Besloten; het verbond is toen geratificeerd, het' is rechtsgeldig geworden, het testament ligt vast in de dood van de grote Testamentmaker. Hoe subliem zijn de vele bladzijden gewijd in zijn studie: Wat is de Hemel? over: het grote Avondmaal en het Verbond; onvergetelijk die paragrafen over dat Avondmaal en het „werkverbond", het „genadeverbond", het „natuurverbond" en het „vreeverbond". Het heilgeheim is aan deze erfgenaam naar Gods vreeverbond getoond. En het raadsel van het avondmaal der bruiloft is dit bruiloftskind onthuld. Hij zit aan een bruiloft, die nimmer enden zal. Lees: Ons aller Moeder, of snuffel in de registers van zijn Catechismusverklaring of van zijn Christus in Zijn lijden, en steeds weer laat hij het verbond in zijn kracht en heerlijkheid zien. En wie de oude jaargangen van De Reformatie nog in zijn bezit heeft, heeft lectuur genoeg. Daar een keuze uit voor een deeltje in: Om Woord en Kerk, wat zou dat een weldaad zijn niet alleen voor vele jonge predikanten maar ook voor de jeugd der kerk, die verder wil komen. Ook niet in het minst om de schat van noten onder die artikelen. Want dat is eerlijk gezegd een van de grootste verdiensten van Schilder, dat hij nooit schroomde om zijn artikelen te „verluchten" met deze wetenschappelijke noten. Wie kan bevroeden wat een enorm veel tijd in dat werk is gaan zitten; verloren tijd? Neen, driewerf neen. Want wie elke week De Reformatie ontving was wel genoodzaakt om na te gaan of het artikel wel het goede inzicht gaf. Altijd kon men Schilder narekenen. Het was telkens weer zo dat je haast je ogen niet geloven kon als bleek dat men de veelgeloofde en hooggeroemde vaderen van de bloeitijd niet kende. En bij de week groeide het vertrouwen in zijn leiding. Hij heeft altijd voor zijn aandacht gehad de vele predikanten die de werken zelf niet konden.^machtig worden, of ook wel, eerlijk opgebiecht, lezen.

Het „volk" heeft het misschien niet altijd kunnen waarderen, maar ik zeg u, dat hier ons predikanten in bankbiljetten werd uitgereikt wat we als pasmunt aan de gemeente mochten doorgeven. Hij heeft ook in die minutieuze arbeid van het noten verzamelen en corrigeren bij de drukproeven de kerk gezien, en in dat „kleine" werk was hij groot.

Niet licht zal ik vergeten hoe ik het boek van Aalders over: Het Verbond Gods lezende, ben geschrokken. Een exegese die vaak schitterend was, maar je voelde meer dan je het zeggen kon, dat het „dogmatische" exegese moest zijn.

En wie dan leest de: Samenvattende beschouwingen en praktische gevolgtrekkingen zag het in eens: hier is het gevaar voor de kerken ten voeten uit. Wie is bekwaam om te waarschuwen en ons beter te onderwijzen? En' ik herinner me als de - dag van gisteren dat ik toen aan Schilder vroeg, hem ontmoetende, om toch hiertegen te schrijven. Hij had het op dat moment nog niet gelezen laat staan bestudeerd. Maar met wat scherpe geest heeft hij de gevaren gezien, en wat een reeks van onvergetelijke artikelen zijn als vrucht van zijn studie bewaard gebleven in De Reformatie van de negentiende jaargang. Ze zijn waard gebundeld te worden, opdat niet latere generaties alleen maar kennis behoeven te nemen van het werk van Aalders, maar ook het antidotum mogen bij de hand hebben. Want dat is medicijn tegen de verdwaasde verbonds-leer van de „onvergankelijke", „eenvoudige uitspraken des geloofs", van de nog altijd kerkelijke geldigheid hebbende Vervangingsformule, waarin de leer der zaligheid op voor de zoveelste maal aan de gemeente werd onthouden en de zoete troost van de leer van het verbond naar de Schriften aan de gemeenten werd orithouden.

Hoe dwaas is het telkens weer te lezen en te horen van het „verfijnde remonstrantisme", hoe zeldzaam bespottelijk om als generale synode te menen te moeten waarschuwen tegen het remonstrantse gevaar, naar deputaten voor zwarigheden meenden te moeten opmerken tegenover de candidaat Schilder. Waarlijk, het zien van spoken, het strijden tegen windmolens was niet aan de zijde van Schilder maar aan de kant van zijn weerpartijders en zijn verbeten vervolgers. Remonstrants! dan mocht de scriba van het curatorium, dat jaren lang toezicht heeft moeten oefenen op 't onderwijs van Schilder aan de Oudestraat wel beter kennis nemen van Schilders dictaten, om te weten dat „remonstrantse taal" op zijn lippen nimmer is gekomen. En wat heeft Schilder niet eindeloos geduld gehad met mannen, die bleken, onbewust en onbedoeld de „taal" der remonstranten te spreken. Och, die verwatenheid in het spreken over die mannen die het verbond niet goed hadden gezien, toen ze schreven de voorrede op de Statenvertaling. Dat schrikelijk „geleerde" prae-advies, waarin de „anonieme" auteur smalend spreekt over de mannen van Dordt, die in de leer van het vérbond niet al te diep waren doorgedrongen!

Als iemand ons weer heeft leren lezen onze formulieren van Enigheid, ook die veel gesmade en toch onvergetelijk rijke Dordtse Leerregels, dan Schilder. Hoe heeft deze erfgenaam van het verbond ons midden in de strijd laten zien de betekenis van de woorden „in Christus geheiligd". Nooit zal ik vergeten die zeldzaam rijke middag in de Koninginnekerk te Rotterdam, waar hij nog moest bewaakt worden tegen beraamde ontvoeringen en waar ik een politieman uit eigen kring nog moest waarschuwen om toch maatregelen te treffen. Die zeldzame verklaring van de vragen uit het formulier; later na te lezen in een artikel in het Jaarboek van de Gereformeerde Kerken 1947, en nog weer eens na te lezen in Looze Kalk.

Vanuit zijn inzicht in het verbond Gods kon Schilder ook fundamentele critiek oefenen op de „woordtheologie" van de dialectische theologen. Wanneer een gebeefd heeft voor de majesteit van het spreken Gods in de Schriften, dan Schilder. Onwrikbaar was zijn vertrouwen in het geschreven Woord des Heren en met wat grote eerbied heeft hij steeds weer dat Woord geëxegetiseerd.

Een schat van exegese heeft hij ons nagelaten, stof om voor jaren 't Woord aan de gemeente te bedienen. Het kan niet anders, of hij zal steeds weer hebben moeten denken bij al zijn arbeid aan studenten en predikanten, om hen maar aan materiaal te helpen in de pastorie. Hoe dwaas om aan die schatten voorbij te gaan en te klagen over wat we nog graag zouden hebben willen ontvangen van zijn hand. Wat rijk is de betekenis van Schilder voor de „leer over God" en voor de prolegomena van de dogmatiek. Wat hebben weinigen begrepen de bijzondere betekenis van zijn inaugurele. Het was ons te machtig, te geleerd, te groots, hoe werd hij om deze rede alleen al miskend. Maar nimmer zal ik die middag in Januari 1934 vergeten op de galerij in de Burgwalkerk. Niet veel begrepen, maar alleen maar dankbaar dat we een man kregen die ons wapenen kon tegen de barthiaanse gevaren. En zijn dissertatie zal er nog wel eens op bestudeerd moeten worden om geschoold te zijn tegen de komende stormen.

Deze erfgenaam van het verbond kon dan ook onze ogen openen voor de rijkdom van Christus. Zeker, een „christologie" heeft Schilder ons niet nagelaten. Maar onberekenbaar is zijn invloed voor de komende geslachten door zijn „Christologie", Christus in Zijn lijden. Laat ons niet treuren om wat we niet hebben mogen ontvangen, maar ons verblijden om hetgeen we hébben. Wie is al „klaar" met dat echt schriftuurlijke, heerlijk gereformeerde werk over de lijdende Borg en Zaligmaker? Onuitwisbaar is me de Zaterdag in de Franeker pastorie, toen het tweede deel van Christus in zijn lijden werd bezorgd met de post. De dictaten gingen op zij, en het werk werd „gegeten". Bladzijden die niet met droge ogen konden worden gelezen. Alleen een erfgenaam des verbonds, die het verbond heeft gezien, heeft zo mogen schrijven en zo kunnen schrijven en ons mede laten genieten van Christus' schoonheid.

Van ZIJN schoonheid gezongen, zou ik haast zeggen, in dichterlijke taal. Want ik herinner me bladzijden waarin het rhythme onmiskenbaar is en waarin de cadans gevoeld wordt.

Maar waar is het einde wanneer men Schilder als erfgenaam van het verbond zou volgen in al zijn wer-

ken? Vanwaar anders zijn zeldzame visie óp de kerk van Christus, op de schapen van Gods vireide? Breed en oecumenisch was zijn bhk. En nooit hebt ge beter blik kunnen slaan in de ziel van Schilder, toen boven zijn .zielloos lijf Christus' gebed voor de kerk werd gelezen. Hoe heeft deze man de wereld-kerk gezien, het kerkvergaderend werk van Christus. Hij haatte de secte en had de kerk lief.

Vanuit het verbond Gods heeft hij oog gehad voor de rijkdom van het kerkverband, voor de bond van kerken. Wie zich verwondert over een opmerking van Schilder dat Christus ook voor het kerkverband zijn bloed heeft laten vloeien, heeft Schilder eenvoudig niet gekend. Deze man stond in brand voor de eenheid der kerken en voor de trouw, de verbondstrouw der kerken aan elkaar in de accoorden van trouw en gemeenschap. Het staat mijns inziens nog wel eens te bezien of de neigingen tot het „independentisme" onder ons niet voortvloeien uit een niet zuiver zien van het verbond des Heren.

Laat ons niet treuren dat hij niet heeft mogen geven 'n „leer over de Kerk". Er is zoveel waaruit ge Schilder leert kennen in zijn inzichten over de kerk des Heren, dat we niet mogen treuren maar alleen dankbaar kunnen zijn. Niemand begrijpt Schilder in zijn kijk op de kerk wie niet met hem het verbond heeft gezien als de schat Gods.

Ook zo alleen hebt ge oog voor de grote strijd om het sacrament. Waarlijk, dat is maar geen strijd geweest op aan afgelegen sector van het front der strijdende kerk. Maar als één probleem brandend is geworden en voorlopig zal blijven, dan juist de vragen rondom doop en avondmaal.

Zo heeft zijn geest de heerlijkheid van het verbond gezien. Hij heeft ons teruggevoerd naar den beginne en ons gebracht onder Paradijsbeslag en ons doen zien de schoonheid van het dusgenaamde „werkverbond" met zijn cuttuuropdrachten. We stonden met hem in de morgenstond der geschiedenis, onze ogen openend voor de oerketterijen van vandaag over de „oergeschiedenis".

Hij heeft ons geplaatst in het midden-der-geschiedenis toen het verbond werd „besloten" in het woord van de Borg: Het is volbracht.

Hij heeft ons het verklaarde uitzicht geopend op de avond van de grote Dag des Heren, in zijn geschriften over: Wat is de Hemel? en; Wat is de Hel? Schrijvend over de grote excommunicatie van die dag en zingend van de eeuwige communie aan de bruiloft des LaiMg, En ons inzicht geschonken in de grote worsteling tussêft Christus en de mens der zonde; lees zijn laatste Wérk: De. openbaring aan Johannes en het sociale lêvêtt.

Waarlijk, de rouwbrief mocht wel spreken van de rust voor het Volk Gods. Van die sabbathsvrede in het verbond is hij vervuld geweest, diepzinnig en vroom als hij ons ook in die schat van het verbond heeft onderwezen. Want zijn ziel was vervuld met heimwee naar die vrede.

Wie 20 als Schilder heeft mogen schrijven over de angsten van Christus, moet als weinigen zelf de angst der ziel hebben gekend. Die hoofdstukken behoren tot de aangrijpendste, evenzeer als zijn broeden over de paradoxale angsten van de Heiland aan Zijn kruig. Hoe zeer is zijn ziel doordrongen en gewond geweest bij al zijn denken over de paradoxen en de^e paradoxale wereld. Maar uit die angsten heeft de Heïë hem gered, op zijn gebed. Geen wonder dat de dichter van Psalm 116 zo biddend en dankend spreken kon. Want wie Schilder wil kennen, die leze en herleze de gebeden, welke in zijn werken voorkomen, en in zijn Reformatieartikelen. Wie kan vergeten dat aangrijpende gebed, dat aanleiding is geworden tot zijn arrestatie? Mede om zijn gebeden heeft deze man moeten lijden, maar op zijn gebeden is de God des Verbonds deze erfgenaam genadig gweest.

Wie eindigen wil grijpe ten leste dan naar zijn slot in zijn boek: Wat is de Hemel? Want wie heeft als Schilder ons de majestueuze rijkdom van het lied der engelen laten zien in het verzamelwerk: 't Hoogfeest naar de Schriften?

Het opschrift boven de bladzijde verraadt wat de grondtoon van zijn leven is geweest. Want te spreken over en te genieten van het „vreeverbond", dat was het begeren van Schilder. Om ons te doen verstaan rust te vinden in het welbehagen Gods. Nu is hij zalig in het aanschouwen van de Here der heerlijkheid, en nu wacht deze erfgenaam van het verbond met de kerk hierboven en beneden op de doorbraak van het Koninkrijk.

Want eenmaal zal de vreugde van de bruiloft nimmer enden, wanneer de erfenis aan alle erfgenamen zal worden geschonken.

TE DEUM LAUDAMUS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

ERFGENAAM VAN HET VERBOND

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken