Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Revue 1995 - pagina 7

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Revue 1995 - pagina 7

2 minuten leestijd

De pro^k Archeometrist prof. dr H. Kars

Een bèta onder de archeologen door Erno Eskens

De spullen die hij in handen krijgt, blijven niet altijd ongeschonden. Toch heeft het Archeologisch Instituut van de VU dr H. Kars aangetrokken als bijzonder hoogleraar in de archeometrie. "Als archeometrist moetje af en toe een stukje uit een archeologische vondst zagen om iets van de samenstelling, de herkomst en de ontstaansgeschiedenis van dat object te weten te komen." "Ik heb eens voor het Allard Pierson Museum een onderzoek gedaan. De vraag was of bepaalde vazen die in Italië waren gevonden wellicht uit Griekenland kwamen. Het waren schitterende vazen. Ik zag dat de conservator het erg moeilijk had toen die dingen onder een gigantische zaagmachine werden gelegd en er stukjes uit werden gezaagd. Ik zie dat dan met een half oog aan, terwijl de conservator zo ongeveer uit elkaar springt." H. Kars, dit studiejaar via het Vrije Universiteitsfonds benoemd tot bijzonder hoogleraar in de archeometrie, vertelt het voorval met een glimlach op zijn gezicht. "Als je archeometrisch onderzoek wilt laten doen, heb je nu eenmaal altijd een monster nodig. Omdat niet alle vondsten even bijzonder zijn, zitten de archeologen er meestal niet mee dat ik er een stukje afhaal. Bovendien kun je het zo restaureren datje er niets van ziet." Tien jaar geleden promoveerde Kars aan de VU op archeometrisch onderzoek bij een opgraving van de vroeg-middeleeuwse handelshaven Dorestad, de voorloper van het huidige Wijk bij Duurstede. "Ik kreeg een verzameling slijpstenen van een gesteente dat van een heleboel vindplaatsen afkomstig kon

vrije Universiteit

amsterdam

zijn. Je krabt je dan eens op je achterhoofd en denkt: 'Hoe moet ik dit nou aanpakken?' Dan krijg je de inval om het gesteente te dateren. De stenen bleken ouder dan die in de slijpsteengroeven in de Ardennen. Daardoor kon ik vaststellen dat de slijpstenen hoogstwaarschijnlijk uit Noorwegen afkomstig waren. We wisten toen dat we met Vikingen te maken hadden. Dat zijn de leuke dingen." "Ik vind het prachtig als mijn werk leidt tot een regel in de geschiedenisboekjes. Maar ik moet nuchter zijn: als archeometrist doe je voor een groot deel voorspelbaar analytisch handwerk. Als ik een romanticus was en de hele dag nieuwe theorieën wilde formuleren, zou ik niet geschikt zijn voor dit vak." >

PETERWOLTERS

'Op een gegeven moment gaan geologie en archeologie in elkaar over'

De prof

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

Revue | 104 Pagina's

Revue 1995 - pagina 7

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

Revue | 104 Pagina's

PDF Bekijken