Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1994 - pagina 7

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VU Magazine 1994 - pagina 7

4 minuten leestijd

H

et Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden is na het Rijksmuseum het grootste in Nederland, gemeten naar het aantal werknemers. Gelet op het aantal bewaarde objecten hoeft het geen enkel ander museum voor te laten gaan. Het N N M herbergt tien miljoen objecten: de stoffelijke resten van ongeveer evenveel dieren. Er is echter één maar. Een nogal groot maar. Het museum is al sinds 1915 tijdelijk gesloten. Een geplande tentoonstellingsruimte werd nooit gebouwd, door geldgebrek en doordat het rijk de grond die bestemd was voor de publieksvleugel aan de gemeente Leiden had verkocht. Onderzoekers van over de hele wereld zijn welkom in het N N M , maar voor het grote publiek kunnen slechts mondjesmaat exposities worden georganiseerd in andere gebouwen. De huidige behuizing aan de Leidse Raamsteeg doet dienst als magazijn en onderzoeksinstituut. De verslaggever heeft dus alle reden om zich bevoorrecht te voelen als René Dekker (36), een van de 23 conservatoren, voor hem een van de groene kastdeuren opent. Daar schittert het metaalblauw, indigo en azuur van honderden ijsvogels. De veren hebben na zo'n honderdvijftig jaar - want zo oud zijn deze opgezette vogels - nog niets van hun glans verloren. Een paar deuren verder zit de heilige vogel quetzal op zijn stok, knalgroen en met een staart van een meter, in een volgende kast huist een zwerm paradijsvogels in iriserende schakeringen van goud en groen, versierd met bizarre verenwaaiers en antenne-achtige sprieten. Onhandig bij het vliegen, puur voor de pronk. Dekker: "Als ik dit soort dingen zie, heb ik wel eens moeite met de evolutie. Dan denk ik: daar is een kunstenaar uit zijn dak gegaan." Het magazijn is zes verdiepingen hoog en heeft iets van een gevangenis. Galerijen met looppaden van groene metalen spijltjes, rijen kasten met grote deuren waarachter de vergankelijke schoonheid lichtdicht is opgeborgen. Je slaat een hoek om en stuit op een samenscholing van vijf lama's en een kameeltje. Je opent kast 1145 en staat oog in oog met honderd varkensschedels. In de hoogste kast staan de giraf en de olifant, de eerste een kaalgeknuffeld speelgoeddier, vol barsten en sleetse plekken, de tweede een deerniswek-

kend relict uit 1835 met een gebroken slurf. Maar de uitgestorven Kaapse leeuw staat in Leiden nog fier rechtop, met donkere manen op zijn schouders en franje aan zijn buik. Het ruikt hier naar motteballen.

Reuzenpad Het Nationaal Natuurhistorisch M u seum te Leiden is een van de tien grootste ter wereld. Een immense collectie dieren waarvan de oudste uit de achttiende eeuw dateren en die nog steeds wordt aangevuld met nieuw materiaal, aangekocht of door medewerkers in het veld verzameld. We wandelen door een naslagwerk: veel van de exemplaren die hier bewaard worden, zijn door biologen uit de vorige eeuw gebruikt toen ze de soort beschreven en een naam gaven. Voor degenen die van dat classificeren hun beroep hebben gemaakt, de taxonomen, zijn deze onvervangbare ijkobjecten dus een soort gouden meter. Veel exemplaren zijn uniek of uiterst zeldzaam. Dekker laat 'het steltlopertje van Cook' zien, gevangen op Tahiti door een van de reisgenoten van Captain Cook, aan het einde van de achttiende eeuw. De ratten die deze ontdekkingsreiziger importeerde, verslonden waar-

schijnlijk alle eieren van deze vogelsoort en het steltlopertje stierf uit. Net als de reuzenalk, een kniehoge vogel met gekrompen vleugels, die voor zijn vlees geknuppeld werd. Hij is voor het laatst gesignaleerd m de vorige eeuw. De eierencollectie bevat een gaaf ei van de uitgestorven olifantsvogel van Madagascar, zo groot als een rugbybal en met een schaal van een centimeter dik. In het koele alcoholmagazijn staan rijen stellingen vol potten en cilinders met slangen en kikkers op sterk water. M.S. Hoogmoed (51), conservator reptielen en amfibieën, laat een enorm exemplaar zien van de reuzenpad, 23 centimeter in het vierkant. Tot voor kort was deze kanjer wereldkampioen, maar tot Hoogmoeds spijt bezit "een obscuur museumpje" in Australië inmiddels een exemplaar van 25 centimeter. Turend naar de nauwkeurig beschreven etiketten vraag ik of het niet intens bevredigend is een nieuwe soort naar jezelf te vernoemen. Daarmee raak ik een taboe: om strijd verzeke-

In het koele alcoholmagazijn staan rijen stellingen vol potten en cilinders met slangen en kikkers op sterk water.

v u MAGAZINE JANUARI 1994

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1994

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1994 - pagina 7

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1994

VU-Magazine | 484 Pagina's

PDF Bekijken