GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Schuld en straf - pagina 96

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schuld en straf - pagina 96

Rede, gehouden bij het overdragen van het rectoraat der Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

90 der zitting in de discussie over het Adres". (T. a. p., dl. I, bl. 33.) Over de adres-discussie in 1871, t. a. p., dl. III, bl, 249, en over die van 1892, dl. IV, bl. 345 en volgg.. De discussie werd meer en meer het >mec plus ultra van thorbeckiaanschen geest. »Eene Kamer zonder eenig verband tot de kiezers. «Afdoening van zaken, geen bespreking van beginsels." 4) In de zitting van de Tweede Kamer van 29 Sept. 1863 zeide Groen van Prinsterer: »Er is gesproken van de stelselmatige onbeduidendheid der ministeriele, dat is, der met het Ministerie eensgezinde drukpers. Die houding is allezins verklaarbaar. Maar daaruit volgt dat juist het tegendeel aan de oppositie betaamt. Men verwijst ons van het adres naar de begrooting Doch het gebeurt wel eens dat zij, die in het adres eene formaliteit zien, daarna, als de begrooting daar is, geen voorstanders zijn van algemeene beschouwing. Tegenwoordige slapheid, zwakte, is geen voorteeken van toekomstige kracht". {Handd., 1863/64, II, bl. 24) In 1865 komt Groen op het twee jaar te voren gezegde terug. Ook schreef hij toen: »het zwijgen bij het Adres is geen nonchalance^ maar taktiek. Een eigen taktiek, misschien een wetenschappelijke, een diep doordachte taktiek, doch waarvan ik het beginsel nooit gevat en de goede uitkomst nooit gezien heb." »Ook in 1865 hield de politiek zich schuil bij het Adres. Straks bij de Begrooting komt ze met des te meer glans voor den dag. »De heer van Nierop gelooft het niet. «Waarom niet? «Waarschijnlijk om dezelfde reden waarom ook door mij in 1863 aan voorspiegelingen desaangaande luttel waarde gehecht werd". {Farl. Studiën en Schetsen, dl. I, n°. 1, bl. 26/27) 5) De Nederlander van 3 Nov. 1898. Men leest daar: sEen nieuwe Kamer, waarvan de leden elkaar nog niet kennen, is niet geschikt voor het voeren van een politiek debat." (Zie het hiervoren aangehaalde van Groen van Prinsterer uit het jaar 1840) »De volgende jaren van het vierjarig tijdperk staat men voor een bestaanden politieken toestand, waarin vóór de aftreding der Kamer meestal weinig verandering zal te brengen zijn." «Omstandigheden zijn denkbaar, dat reeds van den aanvang af de Kamer tegen de optreding van een Kabinet haar bedenkingen moet kunnen kenbaar maken aan de Kroon. «Telkens evenwel, als die omstandigheden niet bestaan, wordt de wisseling van Troonrede en Antwoord niet meer dan eene formaliteit." De Redactie meent dat dit met name moet gelden, nu de Kamer in haar geheel aftreedt. Echter wordt zij daarom niet geheel in de leden vernieuwd. En ware dit zoo, dan ware er slechts reden te meer voor debat. Groen van Prinsterer stelt dit juist op den voorgrond als middel van kennis-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 1900

Rectorale redes | 130 Pagina's

Schuld en straf - pagina 96

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 oktober 1900

Rectorale redes | 130 Pagina's