GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

10 minuten leestijd

Marcion, het evangelie van den vreemden god.

VI.

Marcion en üe Duitsclie Heiden& a. ^)

Haraacks wensch, dat in de bonte rijen der zoekers naar God ook weer Marcionieten gevondïti zonden worden, is niet alleen vervuld in den man, die meent, dat Marcion de verhouding' van God en de wereld zoo voortreffelijk beschreven heeft, maar is ook vervuld ten opzichte van Mardons houding tegenover het Oude Testament: er is ©en breede schare „zoekers naar God" gekomen, die radicaal wUlen breken met bet O. T. en met alles, wat in het N. T. : aan het O. T. herinnert.

Dat die schare veel verder gaat dan Harnack had kunnen vermoeden, is wel buiten tegenspraak, maar, hoe dat zij, in die schare wordt ernst gemaakt met de gedachte van Marcion, dat de hooge god niets te maken kan hebben met de vertelsels van het O. T. en wordt ook ernst gemaakt met den eisch van Harnack, die wilde, dat het Protestantisme brak, radicaal brak met het O. T.

Die eisch luidt: Het O. T. in de 2e eeuw te verwerpen, was een fout, die de groote kerk terecht niet wilde begaan: het in de 16e eeuw te behouden, was een lot, waaraan de Reformatie zich niet kon onttrekken: het echter sinds de 19e eeuw als kanonieke oorkonde nog in stand te houden, is het gevolg van een religieuze en kerkeUjke onmacht."'')

Die eisch kan ook zóó worden geformuleerd: „Het grootste gedeelte van de bezwaren, die het volk inbrengt tegen het Christendom en tegen de waarachtigheid der kerk, komt voort uit het gezag, iat de kerk nog altijd aan het O. T. toekent. Hier schoon schip te maken en in belijdenis en onderricht aan de waarheid de eer te geven, is de groote iJaad, die nu — vermoedelijk al te laat — van het Protestantisme verlangd wordt. 6')

Thans gaan dus velen dien eisch inwilligen, zoo radicaal, dat duizenden tamme volgelingen van Harnack ervan terugschrikken, en die te vergeefs nu opkomen voor de betrekkelijke waarde van het ^; T., maar tevens zoo radicaal, dat velen — en ^ ïnoeten zich daarvoor gfoote offers getroosten ~ in Gods kracht de wapens opnemen en het l'mis gaan dragen om de verdediging van de waarheid, dat God zich geopenbaard heeft, ook «oor het O. T. En daarmede staan wij midden in den strijd, die op dit oogenblik woedt in Duitscliland, een strijd, dien wij met belangstelling volgen moeten, omdat onze broeders en zusters in den Heere Jezus Christus bij dien strijd betrokken zijn, een strijd, dien wij met belangstelling volgen moeten ook hierom, omdat zij zoo gemakkelijk kan overslaan naar ons land''^), een strijd, dien wij bovenal met belangstelling; volgen moeten, omdat een grondwaarheid van ons Christelijk geloof in geding wordt gebracht — de handhaving van het O. T. als "Woord Gods.

De strijd dan om het O. T. Zoolang de Chi*. kerk er is, woedt deze strijd s^), maar nooit werd zij feller gevoerd dan nu, nu de bestrijders van het O. T. alles met zich mee hebben'.

De bodem voor die bestrijding is toebereid door de Bijbelcritiek van de vorige eeuw, die, handhavend eenige waarde voor het O. T., het geloof in het O. T. als woordopenbaring Gods trachtte te vernietigen"'), werd nog verder toebereid o.a. door het groote werk van Houston Stewart Chamberlain, die in zijn „Grundlagen des 19 Jahrhunderts" trachtte aan te toonen, dat de ergste vijand van beschaving, natie en Christendom zou zijn de Joodsche geest'1), werd nog ontvankelijker door het anti-semitisme, dat door de Hitler-beweging op een hoogtepunt kwam, wat tengevolge had, dat alles, wat Joodsch was, dus ook het O. T., in een kwaad daglicht kwam te staan, — en nu ontkiemen de vruchten. Begunstigd immers door de regeering van een partij, die in theorie steunt op het positieve Christendom, maar die in werkelijliheid het Christendom lager stelt dan de Germaansche idee, — art. 24 van het program der N.S.D.A.P. luidt immers: wij staan voor vrijheid van alle religieuze belijdenissen in den Staat, voorzoover zij zijn bestaan niet in gevaar brengen, en aanstoot geven aan het zedelijke en moreele gevoelen van het Germaansche ras. De partij als zoodanig staat op het standpunt van een positief Christendom — verzekerd van den steun van een der voornaamste leiders dier partij, A. Rosenberg, kan nu de haat tegen het Jodendom in dienst gesteld worden van de bestrijding van het O. T., en kan nu de Germaansche idee uitgespeeld worden tegen de gedachten van het O. T., en loopt de verdediger van het O. T. zelfs , de kans als landverrader gestraft te worden. ''^) En nu is hel zoo, dat menig S. A.-soldaat niet meer in de kerk wil .komen, als een Joodsche psalm wordt gezongen, nu is het zoo, dat woorden als „Hallelujah" door de jpredikanten moeten worden vermeden, nu is het /oo-, dat als een bijzonderheid in de courant vermeld wordt, dat oj> den 3den verjaardag van de totstand-koming van; het Nazi-bewind ter herdenking in de kerk een Oud- Testamentische tekst genomen wordt, nu is het zoo, dat verwerping van het O. , T. geleid heeft bij velen tot een breken ook met het N. T., met het gansche N. T., — niet alleen met de z, g.n. Joodsche gedeelten, — nu is het zoo, dat de inaam heiden als een eerenaam wordt aanvaard, nu is er het nieuwe Dvdtsche heidendom.

Het nieuwe Didtsche heidendom. Wiat wil dat nu eigenlijk? Om dat na te gaan, moeten wij eerst vastleggen, dat dit nieuwe heidendom geen eenheid vormt. Er zijn belangrijke .schakeeringen onder — ik denk bijv. aan het heel-radicale type van Mathilde Ludendorff, de vrouw van den bekenden generaal Ludendorff, die een boek schreef met den veelzeggenden titel „Verlossing van Jezus Christus" (een weg, hoe wij van Jezus Chiistus af kunnen geraken), maar dat boek wordt doar de Duitsche heidenen weinig genoemd, en wordt door de nazi-autoriteiten zeer beslist verloochend.

Buiten dit kan men drie typen onderscheiden: de richting Rosenberg, de richting Hauer '3) en de richting Bergmann '*), die o.a. elk een eigen weg opgaan in hun gedachten over een hoogste'") wezen en over onzen Heere Jezus Christus.

De volgende grondgedachten echter volgen zij allen:

Ie. Zij beweren, dat het raSj waartoe iemand behoort, aUes in zijn leven beïnvloedt en zeker van beslissenden invloed is op zijn godsdienstig leven. Menschen, die tot verschillende rassen behooren, zullen ook verschillende godsdiensten beoefenen, en ieder moet in den godsdienst den weg van zijn ras volgen. Zoo hij dat niet doet, dan werkt hij mee aan een zeer groote zonde, de ontaarding van ras en bloed: doet hij dit wel, dan ihelpt hij mee aan den vooruitgang van het ras, de edelste taak, die aan den mensch wordt opgelegd.

De godsdienst van Duitschland moet zijn de godsdienst der Germanen, omdat die godsdienst voortgekomen is uit het Germaansche bloed en niet vermengd is met ideeën-goed van andere rassen.

Hieruit volgt, dat de joodsche ^godsdienst, neergelegd in het O. T., verworpen moet worden, omdat die vooreerst uiting is van een andsir ras en dan nog van ©en minderwaardig ras als het afrikaansdi-semitisch^syrisdhe ras, en hieruit laten zich nu heel gemakkelijk verklaren .de liefelijke benamingen, die men geeft aan het O. T. — een boek van veekooplui en souteneurs, een boek, waaruit de walm van het slechtst-menschelijke opstijgt, enz. enz.

Maar hier zetten zich ook de verschillen in. Men is immers nationaal-socialist en dan .aanvaardt men het positieve Christendom!!! (art. 24!) Maar hoe moet het dan met den Jood Jezus? Men gaat dan verschillende kanten , uit. Sommigen verklaren, dat de genieën der menschheid boven het verschil der rassen staan, althans door dat rassenverschil weinig worden beïnvloed.

Zoo'n genie zou bijv. Jezus van Nazareth geweest zijn en zijn apostel Paulus, Joden weliswaar, maar

weinig, behept met ideeën. syrisch-afrikaansch-joodscte

Anderen zeggen, dat ieder door liet verschil in ras wordt bepaald, maar trekken uit het feit, dat de bevolking van Galilea in de dagen van den Heere Jezus zeer gemengd geweest zou zijn, de conclusie, dat de Heere Jezus geen Jood is geweest, maar een Ariër "5), en dus verwant aan het Germaansche ras, dat ook Arisch is, en sommigen handhaven zoo ook de beteekenis van den apostel Paulus voor Ariërs — hij komt immers uit ïarsis, een plaats met veel gemengde bevolking.")

M. VREUGDENHIL. (Slot volgt.)

yf> Misschien zijn er lezers, die zich aan dezen titel ergeren. aar voor de menschen, die ik met 't woord „heidenen" op 1, °°Sheb, is deze naam een eeretitel, omdat in dien naam trouw uitkomt aan de geschiedenis en religie van het Daitsche volk. Eere dan toch aan hen, wien eere toekomt!

, Zie ^-.rvoor hiei een der „Duitsche" geloofsbelijdenissen, art. Duit 'l ^'^'°°'vcn, dat God Zich aan ons openbaart in ons en n • ^^°^^ ^" Duitsch geweten, in ons Duitsche land l)j •: '"'^*.c geschiedenis. Dat is ons Duitsch geloof. Het eerp''' "^'"'^'i" is voor ons geen scheldwoord, maar een lonf ™' ^'J ^ijn trotsch op ons Duitsch ge- "I, ons Noordsch heidendom. 7, 1 W) Ha: Haraack, a.w., pag. 217. •mack, a.w., pag. 222.

68) Niet alleen, dat de N.S.B, in Nederland pogingen aanwendt om ons volk te binden aan de nationaal-socialistische gedachten, ook wordt in Nederland 't nieuwe geloof geïmporteerd. Ik noem bijv. een brochure van Dr P. Molenbroek uit Den Haag, die onder het motto: „Vrijheid en arbeid door Samenwerking en Christelijke deugd bij Ware Volksverbondenheid" — de hoofdletters spreken al duidelijke taal — de Nederlandsche Christenen wil leeren, dat Hitler Gods roeping vervult, als hij strijdt tegen de Joden, en dat Jezus geen Jood geweest is naar het bloed, en die zijn brochure samenvat in 5 stellingen, waarvan de Ie luidt: Christendom en Jodendom zijn in hun diepste wegen lijnrecht tegengestelde levens- en wereldbeschouwingen.

69) Zie bijvoorbeeld: L. Destel, Geschichte des Alten Testaments in der christlichen Kirche. 70) Terecht wijst bijv. het R.K. Apologetische Maandschrift „Het Schild" in een bespreking van deze materie op den invloed, die de z.g.n. Leidsche vertaling in Nederland uitoefent.

Volgens die vertaling zou de Bijbel „somwijlen groote schade aanrichten, en is hij een verzameling van boeken van zeer onderscheiden gehalte: hoog en laag, heilrijk en verderfelijk is daarin dooreengemengd." — Dr v. d. Ploeg in afl. 7 van Jaargang 17.

71) Chamberlains werk had reeds in 1927 — lang voor den bloei der N.S.D.A.P. — 14 drukken gehaald. Alle vooraanstaande Duitsche Heidenen spreken met groote waardeering over hem, en zijn boek is des te gevaarlijker, omdat hij een poging doet om op de dingen diep in te gaan, iets, dat maar van weinige werken der Duitsche heidenen gezegd kan worden, en zeker niet gezegd kan worden van het bekende boek van Rosenberg: der Mythus des 20 Jahrhunderts. (Ie druk 1930, ik heb de 61/62e uitgave.)

72) Want: Die Ablehung des germanistischen Ideals ist nacktes Volksverrat. Rosenberg, overal in zijn: Der Mythus.

73) Bekend door zijn: Deutsche Gottschau.

74) Bekend door zijn: Die deutsche National-kirche, en:

Deutschland das Bildungsland der neuen Menschheit.

75) Met opzet schrijf ik hier het hoogste wezen. Bij alle verschil, dat hier is onder de nieliwe heidenen, gelooven zij allen in het „het", niet in een „Hij".

76) Zoo bijv.: Chamberlain, Andersen (de man van Mardon!), Molenbroek (zie noot 68) en Rosenberg.

77) Zoo bijv. Chamberlain, die fel anti-semiet is, maar groote waardeering heeft voor Paulus, en zoo ook Andersen. Zij zijn de echte Marcionieten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1936

De Reformatie | 8 Pagina's