Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1994 - pagina 8

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VU Magazine 1994 - pagina 8

4 minuten leestijd

René Dekker met ven olifantsvogel: gen zie dan denk naar uit zijn dak

het ei van de uitgestor"Als ik dit soort dinIk: daar is een kunstegegaan."

ren. Andere biologen denken wel eens dat ze taxonomen niet nodig hebben. Een groene kikker is een groene kikker is een groene kikker, toch? Nou, dat hebben ze gemerkt." En niet zonder voldoening vertelt Hoogmoed hoe Nederlandse biologen jarenlang onderzoek deden naar het gedrag, de hersenfuncties en andere eigenschappen van de groene kikker, met opvallend inconsistente resultaten. Pas eenjaar of vijfentwintig geleden kwam de oorzaak aan het licht: er bestaan twee of drie verschillende groene kikkers, de meerkikker en de nauw verwante kleine groene kikker, die ook nog onderling kunnen kruisen. De ene onderzoeker had zijn proeven gedaan met de ene soort, de tv/eede met de andere, en de derde met het kruisingsprodukt. Hoogmoed: "Alle onderzoeken van voor 1970 kunnen daardoor bij wijze van spreken in de vuilnisbak, omdat de gebruikte kik-

ren Hoogmoed en Dekker me dat zoiets onbescheiden is en absoluut not done. De naam van de naamgever blijft wel als een soort literatuurverv/ijzing verbonden aan het dier: daar drijft de 'Bufo crucifer Wied', van een naam voorzien door Wied, in een oplossing van zeventig procent alcohol. Dieren naar anderen noemen is wel aanvaardbaar. Hoogmoed wijst een kikkertje aan met gele en bruine vlekken, gevangen bij een spoorbaan in Suriname en door collega Lescure 'Atelopus pulcher hoogmoedi' genoemd: 'de mooie klompvoetkikker van Hoogmoed'.

Groene kikkers Waarom wil een bioloog zijn dagen slijten tussen dode dieren? Dekker: "Voor mij zijn ze niet dood. Bovendien komen we allebei nog regelmatig 'in het veld'. Mijn specialisatie zijn de vogels van Zuidoost Azië. Ik kom net terug uit Indonesië en ik vind het prachtig om ze daar in het wild te zien, maar eigenlijk vind ik ze hier even mooi. Ze verliezen niets aan waarde. Ik heb nooit het gevoel dat ik hier met een dooie vogel in mijn hand zit." Hoogmoed: "Alles wat er op biologisch gebied gebeurt, grijpt terug op wat wij hier doen: het vaststellen van de juiste naam, zodat biologen wereldwijd weten waarover ze het hebben als ze een bepaald beest bestudev u MAGAZINE JANUARI 1994

EEN POrVIS UITBENEN n de snijzaal slaat een rauwe rottingsgeur de bezoeker akelig op de keel. "Dit is nog een lekker luchtje," zegt Duncan Reedei (45), en hij neemt nog een trekje van zijn pijp. Reeder en zijn collega Kees van der Blom (40) zijn twee van de technisch assistenten die in het Natuurhistorisch Museum het vieze werk opknappen. Reeder: "Je hebt vers vies en ontbindingsvies." Wat hier is gebeurd valt duidelijk in de laatste categorie. Op een tafel liggen de botten uitgestald van de butskop - een soort dolfijn die in augustus aanspoelde bij hlargen aan Zee; de schedel met de spitse snuit staat, stinkend en schouderhoog, rechtop tegen de snijtafel. Uit het gebeente, voor het lekenoog een bouwpakket van losse ribben en wervels, pakt Van der Blom het puntje van de staart, zo groot als een bikkel. Wat de preparateurs doen is geen slagerswerk, zeggen ze: "Er mag geen stukje been kwijtraken." Als er een walvis is aangespoeld aan de Nederlandse kust, trekken Reeder en Van der Blom er met een paar collega's op uit om het dier uit te benen. Voor dit grove werk gebruiken ze de spekmessen die nog dienst hebben gedaan op de oude walvisvaarder Willem Barentsz. Een

potvis die bij Egmond aan Zee strandde, moest van twintig ton vlees worden ontdaan. Daarna worden de botten met het vlees dat er nog aan vastzit in de 'maceratiebakken' gelegd, een klinische aanduiding voor de roestvrijstalen bassins waarin de brokken een week of twee liggen te rotten, tot het vlees eraf volt. Van der Blom: "Gewoon in schoon water van 37 graden. Geen chemicaliën, puur natuur," Van der Blom en Reeder prepareren ook kleinere zoogdieren. Opzetten is er tegenwoordig niet meer bij. Vogels en zoogdieren worden bewaard als 'balg'; een met kapok opgestopte, afgeplatte huid. Niet geschikt om tentoon te stellen dus, maar ideaal voor de onderzoeker, in tegenstelling tot een opgezet dier, dat in één houding gefixeerd is. En ideaal voor de opslag: in balgvorm passen er wel vijfentwintig neushoornvogels in een la. Reeder laat de balg van een poema zien, een tekenfilmkat na een ontmoeting met een stoomwals. Balgen maken is secuur werk: "Je moet de huid van binnen helemaal schoon schillen. Als je dat niet goed doet, blijven er allerlei lekkere napjes over voor ongedierte, zoals het museumkevertje." In de vriezer wacht een haai.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1994

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1994 - pagina 8

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1994

VU-Magazine | 484 Pagina's

PDF Bekijken