GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Te helder en doorzichtig,

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Te helder en doorzichtig,

8 minuten leestijd

Te helder en doorzichtig, te zeer raak en ter snede, om het niet bijna in zijn geheel over te nemen, is het slot van wat de Prot. Noordbr. aan Ds. Merens van Utrecht heeft geantwoord:

Zeer bescheiden merkt de schrijver op:

Het komt niet in ons op aan Ds. M. onderricht te willen geven in het Kerkrecht, maar WIJ mogen hem toch wel vragen of hij dan niet weet, dat het »presbyteriaal stelsel van Jverkregeering, " juist omdat het op de Schrift gebouwd IS, geenszins dat gezag loochent, waarvan Ds. M. spreekt, en dat het onjuist is te meefien, in den zin waarin hij dit bedoelt, üat de gemeente »van beneden af" wordt geo°® V •, - ^'' Seschiedt juist in het thans geldend Synodaal stelsel, volgens hetwelk ieder, belijder van den Christus of loochenaar, stemmen mag, üit welke stemming dan eene macht geboren worat, die naar eigen inzicht bepaalt door wien ae gemeente zal »bepreekt" worden, terwijl alle Hoogere besturen dan weer door die lagere, lilt het algemeen kiesrecht voortgekomen besturen in het leven worden geroepen. Het op ae ^cimft gegronde Kerkrecht daarentegen er-> ^ent, dat m eene belijdende geineente er van

Godswege met gezag bekleede personen zijn, die den naam van Opzieners dragen en als zoodanig tucht uitoefenen. Wel wordt in meerdere of mindere mate de keuze dier Opzieners, onder de leiding des Geestes, mede aan der lidmaten keuze overgelaten, maar dit verandert den aard van het ambt evenmin^ als de keuze van een koning den aard van het koningschap verandert. Eens gekozen, oefent die Opziener gezag uit, al staat hij tegenover allen. 'Dit alles staat breeder en duidelijk te lezen in het Bevestigingsformulier.

Vooral die opmerking over het Bevestigingsformuher is leuk en leep, en juist daarom én in historischen én in Schriftuurlijken zin zoo verpletterend.

Maar hoor nu verder wat de Prot. Noordbr-, zoo treffend juist over de normale, geestelijke werking van het ambt zegt.

Gelijk de aard van het Opzienersambt naar de Schrift verschilt van den aard van onze Synodale besturen, zoo is ook de werking van beide gansch verschillend.

Een Opziener oefent de tucht uit, en kan daarmede zelfs doorgaan tot afsnijding toe. Maar deze ^cai^giiitoefening is van zuiver geestelijken aard, evenals alle bemoeiingen van de gezamenlijke Kerken (Classen of Synoden) met de enkele Kerken. Geen vonnis van den burgerlijken rechter kan de leeraar of kerkeraad inroepen, om aan zijn uitspraak ingang te doen verschaffen. Wil de gemeente niet luisteren, hij blijft getuigen; verlaat des noods de gemeente; laat zich er bespotten, doch blijft zijne roeping om de gemeente te weiden getrouw. Zelfs in de RoomscheKerk ziet men, en zag men in vorige eeuwen menigmaal, de heerlijke werking van zulk een güzag, wanneer de Bisschop tegenover woeste tyrannen alleen met zijn gezag, soms met gevaar van zijn leven, optrad. En wie onzer zal zelfs in onze dagen geen gezag toekennen aan een leeraar of kerkeraad, die, om zijne gemeente tegen de wolven te beveiligen, zijn positie en tractement prijs geeft, en zich door al wat voornaam is smadelijk laat bejegenen, liever dan langer de smading zijns Heeren te dulden?

Aanschouwt nu onze Synodale Kerkeraden en de daaruit voortgekomen besturen. Gezag hebben zij niet kunnen uitoefenen, omdat sinds 1816 aan eiken kerkeraad gelijk aan elk bestuur is aangezegd, dat de Synode te besturen had, maar niet had te beslissen over leerstellige geschillen. Niet terstond, maar allengskens moest de Kerkeraad zijn eigenlijke roeping vergeten; 't was al wel, zoo nog toegezien werd op het leven, voor zoover dit zichtbaar was, en zoo men dan nog wat deed voor de armen. Naarmate het duidelijker werd dat men leervrijheid moest dulden, ging hel gezag t^ niet, totdat, nu belijders en loochenaars de Kerkeraden samenstellen, het gezag geheel verdwenen, en de macht der meerderheid daarvoor in de plaats is getreden.

En nu teekent hij in forsche, maar aan de natuur ontleende trekken de doodelijke werking van dit ongeestelijk politie-systeem.

Hoe werkt die nu? Zien wij, dat thans de Synodale Kerkeraden of de Besturen met hun gezag, met Gods Woord gewapend, in de gemeenten optreden ? Hooren wij ook maar een enkelen kreet van droefheid over de afgedpolden, die de Kerk van Christus verlaten? Neen, evenmin als de Kerkeraden opgetreden zijn of konden optreden tegen de valsche leeraren onzer kerk — zij waren immers, als onderdeelen van het Synodaal Bestuur, slechts tot besturen geroepen, — evenmin treden zij thans als geestelijke gezaghebbers op. Zij pogen zelfs niet hunne schapen tegen te houden, maar drijven ze veeleer uit. Men hoort schier van niets an-\ ders dan van afzetten en schorsen. Mannen als Ds. Buytendijk en Dr. Bronsveld spotten nog met die dwaze lieden, die zij nu gelukkig kwijt zijn (naar zij meenen of voorgeven te meenen) en die nu nog wat »tegen de Kerkdeuren staan te trappen." De Besturen zenden hun decreten aan de burgemeesters .»ter uitvoering", en deze, meest allen ongeloovigen, stellen zich te hunner beschikking en zenden 's lands soldaten, met zwaar geladen geweren gewapend — gelijk wij dit o. a. te Leiderdorp bewijzen kunnen geschied te zijn — om, bij den minsten tegenstand, de weerbarstigen te doen doodschieten. En waartoe geschiedt dit alles ? Om de modernen, de ongeloovigen, de ontuchtigen te weren? Om de waarheid te doen zegepralen? Helaas! helaas! enkel om eigen macht in stand te houden. Alles, ailes mocht geloochend worden, ook de Souvereiniteit, ja het bestaan zelfs van Jezus Christus, — maar alleen niet de Souvereiniteit van de Synode.

Wat hierbij echter het droefst is, mag wel dit heeten, dat geblinddoekte belijders des Heeren aldus door de geladen geweren heen naar een kansel kruipen, om er het Synodaal gezag op te houden.

En wie zijn het, die in deze dingen voorgaan ? Waren het de modernen, wij zouden kunnen aannemen dat zij althans door een hooger ideaal bezield Werden. Als al die bijgeloovigen de Kerk uit zijn-, dan zal het rijk der ware humaniteit tot volle ontwikkeling komen.

Maar neen! zij, die met ons steeds beleden hebben, dat onze Kerk is eene Belijdeniskerk, — üj zijn het, die op deze wijze Jmn macht doen gelden. Het is waar, — het gaat nu veel ordelijker toe dan in de twee vorige eeuwen. Toen moest men overtuigen; men besprak soms jaren lang dezelfde quaestie ; maar men ging dan ook niet uiteen, want, gelijk Ds. Kleijn, (de vermaarde schrijver van »Feiten of verzinsels'^ zelf erkent, de »Synode vermeed alles wat het recht der plaatselijke Kerk eenigszins kon schenden." Thans is dit anders. Het gaat nu veel ordelijker; zeer ordelijk en zeer snel. Men teekent in het geheim schorsingsbullen, om op het eerst gevaar gereed te staan; men bespiedt zijn collegaas en broeders; men schrijft brieven, waarop men zelf het antwoord geeft, zoo de geadresseerde weigert duidelijk zijn verborgen gedachten te openbaren; men schorst voorloopig en zonder appèl voor onbepaalden tijd; de hoogere Besturen gaan in de plaats zitten van de lagere, ook van die Kerkeraden, aan wie volgens Ds. M. mt. »zooveel meer plaats is gegeven" dan vroeger; door die Besturen worden de predikanten als politieagenten en als deurwaarders gebezigd, om overal de orde te handhaven, en op te komen voor »de minderheden'', waarvoor men evenwel, toen deze over de moderne prediking steen en been klaagden, niets deed! Het gaat ordelijk; want als er nog ergens een opening is, waar een Gereformeerd man met zijn kerkrechtelijke denkbeelden kan doorkruipen, fluks wordt ook dat gaatje gestopt!

En zijn conclusie is:

Maar laat ons niet verder gaan. De Synodale macht trad in de plaats van het gezag van-Christus en van hen, die van Godswege gesteld waren om de kudde te bewaken en deze bij Gods Woord te houden. Wat wij nu zien gebeuren, is inderdaad erger, dan wij kunnen uitdrukken. Mocht onze briefschrijver en Broeder, al is hij oud en in deze dingen zóó ingegróeid, dat hij mi het droevige er van niet inziet, nog eenm.aal zich bij diegenen aansluiten, die in de Kerk medewerking der gemeente boven dominocrarie, recht boven willekeur, gezag boven macht stellen.

Ook dit slot onderschrijven we.

Mannen als broeder Merens hadden nooit dien fatalen weg moeten opgaan.

Ook al konden ze onzen weg niet volgen, wat niemand ooit geëischt heeft, toch had voor dezen doodelijken weg altoos de slagboom van hun broederhart en hun conscientie moeten liggen.

Maar ook in deze is het zoo waar, dat de vezelen der zonde zoo diep in ons leven liggen. De naam van Merens wordt nog steeds door Kolhbrügges vrienden genoemd als de naam van een der mannen uit een vroegere generatie, die destijds, tienmaal aarzelend, eindelijk tegen hem en voor de Synode kozen.

En ook nu zal denaam van dezen onzen broeder steeds genoemd worden onder de namen van hen, die van meet af gevoeld hebben, dat de nu gedane keus een onjuiste is, en die toch door hun tienmaal tienmaal aarzelen én vroeger én nu een zoo aanmerkelijk deel van zedelijke verantwoordelijkheid voor dezen afloop der dingen dragen.

De altoos aarzelenden wanen dan wel dat ze buiten schot blijven. Maar het is niet zoo.

In den zoom van hun kleed wordt hun medeschuld gevonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 januari 1887

De Heraut | 4 Pagina's

Te helder en doorzichtig,

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 januari 1887

De Heraut | 4 Pagina's