Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

De beteekenis van de omwenteling van 1795 - pagina 27

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De beteekenis van de omwenteling van 1795 - pagina 27

Rede uitgesproken op den 46sten Dies Natalis der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

25 ,,In de Luthersche en Doopsgezinde gezangbundels, tusschen 1790 ^ en 1795 verzameld, die — de laatste zijn ook door de Remonstranten overgenomen en in Christo Sacrum gebruikt — dus bij de meest besliste vrijzinnigen in den smaak vielen, treft het samengaan van klachten over ons zedelijk bederf en nuchter i moralisme, van verzoening door het bloed des kruises en den \ juichtoon over den mensch en de rede," ^) Wij ontleenen deze mededeeling aan een artikel van den theoloog S, Cramer, die er Groen een vervi^ijt van maakt") gewaagd te hebben van ,,een in 1795 godverloochenend geslacht" Zou deze uitdrukking alleen te verstaan zijn in den zin van ,,een geslacht van godloochenaars", dan zou ze zonder eenig voorbehoud veroordeeld dienen te w^orden. Het feit echter, dat een geschiedkenner als Groen ze gebruikt, pleit er voor, er een andere beteekenis aan te hechten. Hij moet er haast wel mee bedoeld hebben: een geslacht, dat weigert langer de volstrekte souvereiniteit Gods te erkennen. En aldus opgevat, is de uitdrukking te verdedigen. Een enkel voorbeeld ter toelichting. Een van de meest bekende patriotsche predikanten Bernardus Bosch hield naar aanleiding van het sluiten van het Haagsche verdrag op het feest ter eere van het Opperwezen, te Purmerend gevierd, een redevoering ,,Over het Werk der Goddelijke Voorzienigheid in Neerlands gezegende staatsomwending zigtbaar." Hij deed daarin uitkomen, dat door de vorst de rivieren, die juist de krachtigste verdediging vormden tegen de broeders, die ter verdediging kwamen aanrukken, tot heirwegen waren gemaakt, ,,Eer nog de vlokkige sneeuw" — zoo sprak hij in zijn bloemrijke taal (de man was ook dichter) — ,,het rustbed der vruchtbaarheid bestrooid hadt, stonden reeds de golven aan de zegekoets der Vrijheid gekluisterd," Maar wie zou meenen, dat hier toch wel van een bovennatuurlijk ingrijpen Gods gesproken mag worden, vergist zic"h, ,,Geen bovennatuurlijke wonderen ontzetten hier het ligtgeloovig hart, of geven aan 't dartel vernuft van den gevoelloozen stof, om zich door spotten te vermaaken. De raderen der natuur zijn niet uit elkander gezet; geen vuur is uit den hemel neêrgeregend, om onze vijanden te verteren; geen stroomen hebben zich vaneengesoheiden, om onze zegevierende vrienden een weg door den afgrond heen te banen; neen, de Natuur 1) 2)

Teyler's Theol. Tijdscihrift, IV, p. 369, 1, c , p. 358.

| | / I J

'""

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1926

Rectorale redes | 46 Pagina's

De beteekenis van de omwenteling van 1795 - pagina 27

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1926

Rectorale redes | 46 Pagina's

PDF Bekijken