Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Vrije Universiteitsblad 1961 - pagina 19

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrije Universiteitsblad 1961 - pagina 19

3 minuten leestijd

55

we hebben maar gewoon doorgespaard

In de bezettingstijd leegde ik een busje in een jong gezin. Ik ging er 's avonds heen de eerste keren. Maar eens kwam de moeder m e vragen of ik overdag wilde komen, de kinderen konden er dan bij zijn. Dat vond ik zelf ook leuk en het lichten daar kreeg iets feestelijks. De kleine handjes hielpen mee de centen in rijtjes van vijf te leggen en alle kinderogen keken mee, als we het geld bij elkaar telden. Het zal in 1943 geweest zijn, dat ik er weer 's middags zo tegen één uur kwam. Het gezin zat aan tafel in de keukenkamer en zou beginnen aan het nagerecht: een heerlijk bord karnemelkse pap. De moeder vroeg of ik ook een bordje ervan wilde hebben, en ik liet me niet lang noden, — 't was vooral in die tijd een grote tractatie. Toen we allemaal het bord leeg hadden, n a m de vader de bijbel en las voor; daarna dankte hij hardop. De kinderen zegden met zachte slaperige stemmetjes hun dankgebed na. En ik trok weer verder, met in mijn hart een diep gevoel van dankbaarheid voor zoiets gaafs en vredigs in oorlogstijd. Toen het busje een half jaar later weer geleegd moest worden, kreeg ik op mijn bellen daar geen antwoord. Ik had al gehoord, dat de vader door de bezetters gegrepen was en kort daarop werd doodgeschoten; hij was volop betrokken geweest bij het werk van de ondergrondse. Een buurvrouw, die me had horen bellen, kwam naar buiten. „Ze" is er niet, m a a r binnenkort komt ze, denk ik, wel terug met de kinderen. Ik hoor 's avonds alweer eens iemand in huis aan het werk, vertelde ze me. Dus dat busje moest ik bij deze lichting overslaan. Maanden later komt er iemand op straat naar me toe. Zij had iets bekends, maar ik kon haar niet zo gauw „thuis" brengen. „Och", zegt ze, „zoudt u misschien het busje eens willen komen legen? E r kan werkelijk niets meer in". Ineens herkende ik haar weer, — 't gezicht iets m a t t e r en ouder, maar al pratende weer als vroeger —. Het was de moeder van het ondergedoken gezin. Ik ging er de volgende dag op af. E n werkelijk, zó'n V.U.-bus zag ik nooit eerder (en nooit daarna) — die zat stamp- en stampvol — met schudden zelfs kwam er geen geluid. De kinderen, twee jongens en twee meisjes, waren thuis en hielpen mee; met aandachtige snoetjes stonden ze toe te kijken. De kleine vingertjes schoven de centen in rijtjes en het werd een groot bedrag. Ik was er toch zo van onder de indruk, en zei: „Hoe is 't mogelijk, u bent toch zo lang

55

ondergedoken geweest en " „Och", zei de moeder, „toen we hier ineens weg moesten, namen we het busje mee, er zat nog kopergeld in en dat gunden we de bezetters niet. En toen, ja toen hebben we m a a r gewoon doorgespaard " De kinderen luisterden mee en in de opgeheven gezichtjes las ik iets terug van de trouw en de vroomheid van hun vader. Nu is de oorlog al meer dan 15 jaar voorbij en dit voorval is nog langer geleden. Maar vaak als ik de busjes leeg, denk ik er aan terug. Wanneer het bedrag van de nieuwe lichting bekend is, vraag ik m e wel eens af hoeveel busjeshoudsters weer „gewoon" doorgespaard hebben, ondanks het leed, dat misschien in het afgelopen halfjaar hun deel werd en hoevelen, bij de vreugde die God hun schonk, hun busjes niet vergaten. Van de t r o u w e s p a a r s t e r s komt het grootste deel van de opbrengst. Hoe groot die opbrengst deze keer was? Vandaag, 31 december 1960, ruim ƒ 163.500,—. In dit jaar dus in totaal: ƒ 163.500.— + ƒ 153.664,42 + ƒ 4.887,39 van mevrouw Verdam = ƒ 322.051,81 uit 109.083 busjes. Wót een bedrag en wat een spaarsters ! Maar vooral: wat een zégen! B. Bos-Koning 3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

VU-Blad | 184 Pagina's

Vrije Universiteitsblad 1961 - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1961

VU-Blad | 184 Pagina's

PDF Bekijken