GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leestafel.

6 minuten leestijd

I. S. LiMBACH. Steenen des aanstoots. Eene poging tot wegneming van het aanstootelijke en tot oplossing, van het schijnbaar tegenstrijdige, in de Heilige Schrift. Naar het Hoogduitsch. Amsterdam. Egeling's boekhandel.

Bij het lezen, het nadenkend lezen van den Bijbel, doen zich, ook bij hen, voor wie door genade de Christus zelf niet meer een steen des aanstoots en een rots der ergernis is, vaak moeielijkheden op. Niet slechts, dat men niet altijd verstaat wat men leest, maar ook gebeurt het, dat men tusschen wat men verstaat niet altijd overeenstemming weet te brengen. Niet voor het geloof, maar voor het gelooven kan dit dan een struikelblok, een steen des aanstoots zijn. In dit boek is een poging gedaan, om voor zulke lezers deze „steenen des aanstoots" zooveel mogelijk op te ruimen. Ik acht, dat dit pogen over het algemeen geslaagd is. Vooral voor de jongeren onder ons, dunkt het mij een nuttig boek.

Dr. E. FARGER, die er „een woord vooraf" bij schrijft, zegt daarin: „Wie vragen heeft in het hart, waarvan hij in oprechtheid de oplossing zoekt, zal hier een antwoord kunnen vinden, dat over het algemeen juist is, en waarvan ^^ juistheid met groote helderheid wordt aangetoond. Indien iemand bij hst lezen der Schrift 2ich door twijfelingen geslingerd voelt, welke soms kunnen worden opgewekt door hetgeen "iJ leest, dan zal hij in hetgeen hem hier wordt aingeboden, weer licht, en daardoor ook weer vastigheid verkrijgen." Een register van behan­ delde schrifluurplaatsen doet in dit boek van 338 bladzijden den weg vinden.

Zeker, de apologie van de Schrift zal, zonder meer, niemand tot het geloof aan de Schrift als Gods Woord brengen, maar toch kan de apologie aan het Schriftgeloof ten goede komen. Ook ik beveel dit werk van harte aan, in de stellige verwachting, dat de lezing er van velen ten zegen zal zijn.

2. D. HOEK, Bedienaar des Woords te Zwijn drecht. Het Boek der Rich'eren. Voor de gemeente verklaard. Uitgave \an het Tractaatge nootschap „Filippus". 1907.

Dit boek, dat een populaire verklaring van RiCHTEREN wil zijn, zal met vrucht door velen worden gelezen en geraadpleegd. Ik ben het eens met den geachten schrijver, wanneer hij zegt, dat het met eentonigen dreun en met onverstaanbare stem, eenige verzen uit den huisbijbel opdreunen — nog geen lezen geen Bijbel lezen is. Hij wil hier een poging wagen, om met zijn lezers een bijbelboek te lezen. De groote gedachte die bij RICHTEREN voorzit, de religieuse idee van waaruit hier de geschiedenis wordt bezien: srael om zijn zonde verdrukt, maar roepende uit zijn ellende tot den HEERE, door Hem genadiglijk, door middel van 'n Richter, verlost, komt hier goed tot zijn recht. En ook laat HOEK de groote beteekenis uitko men die de historische gegevens van RICHTEREN voor onze kennis van dit tijdvak hebben. Voor de meaning, dat RICHTEREN zou zijn vervaardigd vóór het verdrijven der Jebusieten uit Jerusalem, voert hij aan h. i : 26. Bedoeld zal wel zijn h. I : 21.

Het is een boek, dat van studie getuigt en stichtelijk, in den zin van opbouwend in kennis en daardoor in geloof, werken kan.

3. W. B. RENKEMA, Gereformeerd predikant. God en mijn Heil. Twee en dertig meditatiën. Maassluis Bruininks en Co. 1906.

Tot de stichtelijke literatuur behoort ook de bundel meditaties, die een andere predikant onzer Gereformeerde kerken bood.

Toch is het andersoortig werk.

De meditatie is en moet ook iets anders zijn dan de populaire exegese, en zoo is er ook verschil bij overeenkomst tusschen het boek van HOEK en dat van RENKEMA.

RENKEMA bezit, wat voor den meditatieschrijver onmisbaar is, de gave om zich met groote teerheid van religieus gevoel in te denken in 'n gedachte der Schrift; om met helderheid na te denken, tot in haar diepste diepte, zoo'n enkele gedachte Gods; er zich vertrouwelijk met heel zijn bewustzijn onder te geven; en wanneer hij er dan zoo geheel in leeft, haar te laten stralen over de lengte en de breedte van het menschelijk leven; van het mystieke, maar ook van het intellectueele en practische leven. Deze 32 meditaties behooren tot het beste wat ik, onder de nieuwere schrijvers in dit genre, ken.

Zij staan niet achter bij den onlangs door mij besprokene van den Utrechtschen hoogleeraar HUGO VISSCHER.

Laat mij ter kenschetsing iets mededeelen uit de laatste meditatie.

Zij gaat over de woorden van Ezechiël i:8a. En menschenhauden waren onder hunne vleugelen. Als titel voor deze meditatie koos EENKEMA: Vleugelen en menschenhauden." Het gaat hier over de cherubs, over den wagen van Jehova, zooals het in i Kronieken 28 : 18 heet — in Ezechiël's visioen.

Renkema mediteert nu over de voorstelling van der engelen „vleugelen" en „handen."

„Dat aan de hemelbeden vleugelen worden toegeschreven, het is om daarmede te kennen te geven, dat zij zich gemakkelijk en snel van de eene plaats naar de andere kunnen begeven." „Welk een troostrijke gedachte ligt hierin opgesloten voor het volk des Heeren. Immers, de Heere bedient zich van zijn hemelsche heir scharen, om zijn gunstgenooten te heipen, te bewaren en te bewaken." „Nooit behoeven de kinderen Gods te vreezen, dat de henielgeesten hun ter hulpe zullen verschijnen als het te laat is. In een enkel oogenblik zijn ze bij hen, aan hun rechter-en aan hun linkerzijde, om hen in al hun nooden bij te staan. Als de nood des Heilands in Gethsemané op 't hoogste was, stond er ook een engel naast Hem, om Hem te sterken. En zoo zorgt God ter rechter tijd voor al de zijnen.

„Maar de hemelboden, die vleugelen hebben, zij hebben handen ook. En die handen zijn het zinnebeeld van macht, en kracht en vermogen."

„Denk maar aan den engel, die den steen voor het graf des Heilands wegwentelde en de wachters vluchten deed."

„En al weer zeg ik: hoe troosrrijk is dat voor het volk des Heeren. De hemelboden, die zoo spoedig bij hen zijn, ze zijn ook altijd machtig om hen te helpen; ^e vormen bepaald een wacht rondom degenen, die den Heere vreezen."

„En zoo ook is het de genade die óns vleugelen geeft om tot God op te stijgen, vleugelen des gebeds en vleugelen des geloofs en vleugelen der Uefde; doch zij geeft ons ook handen om te werken voor den dienst des Heeren, "

„Vleugelen en handen; en beiden vormen één heerlijk geheel bij de cherubijnen."

„Maar zoo moet het zijn ook bij ons."

„Vleugelen en menschenhauden', is een fijne, teere bladzijde. En aan zulke bladzijden is de bundel rijk.

De typografische uitvoering van het boekje met zijn keurigen band, is een eere voor de lirma Bruininks en Co. te Maassluis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 april 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 april 1907

De Heraut | 4 Pagina's