Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1974 - pagina 5

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VU Magazine 1974 - pagina 5

5 minuten leestijd

Het eerst nodige is dit zware woord 'apocalyptisch' te ontdoen van een valse indrukwekkendheid. Ik denk aan ongeveer de overgang van 1933 naar 1934, veertig jaar geleden dus. Wereldoorlog I en zijn nasleep had de westerse samenleving diep geschokt. Veel was losgewoeld, maar men kon toch menen aan een nieuw begin te staan. Die tweeslachtigheid kenmerkt de cultuur van die jaren. Wie naar samenvattingen en voorbeelden zoekt, kan vaak het best bij de dichtkunst terecht. De dichter Hendrik Marsman (18991940) presenteert in zijn werk van die ambivalentie een open boek. Met de overgeleverde dichtvormen heeft hij gebroken, want er is geen 'bezield verband' meer. 'De tijden zijn zwart'; hij voelt zich 'eeuwen en eeuwen te laat geboren'. De coëxistentie van tempel (Athene, Rome) en kruis (Jeruzalem) in onze cultuur - de dichtbundel Tempel en kruis verscheen in 1940 - is kwestieus geworden. Maar twee dingen zijn gebleven: pathos en elitebesef. De plechtige verhevenheid, dat pathos, is een erfenis van zijn christelijke jeugd, van de kansel. Het elitebesef kwam onder andere van Nietzsche; het zat bovendien in de lucht als fascisme en nationaal-socialisme. De uitdrukking 'apocalyptische verschrikkingen', klonk in die tijd vrijwel in de geest van Marsmans dodelijk ernstige poëzie. Maar veel stond nog overeind. Marsman kon vernieuwing zoeken in de oude Middellandse-zeecultuur. 'Wie schrijft, schrijv' in de geest van deze zee/schrijve niet'. Ondertussen stonden de kansels nog overeind. Nederland bezat zijn koloniën nog. De gouden eeuw was nog niet vergeten: een onmerkbaar present model. Redevoeringen behoorden nog indrukwekkend te zijn door pathos en retoriek. Was het gezag nog zelfgenoegzaam, ook de woorden waren het. Met een rede over Het Beest uit de Openbaring bijvoorbeeld kon men de boer op gaan en tegen een redelijke betaling als spreker faam vergaren. Men kon een aandachtig gehoor diep onder de indruk brengen en tevens ten diepste geruststellen. Want men was nog veelszins toeschouwer. Mèt de visionair Johannes kon men zeggen: ik zag, ik hoorde, ik stond. Maar 'ik viel als dood aan Zijn voeten' en 'ik weende zeer' was er niet zozeer bij. Het was, uit kracht van die genoemde ambivalentie, een valse indrukwekkendheid. Men ging naar huis, deed zijn zaken, theologiseerde (on)rustig verder. En nu is het januari 1974. Het gezag is niet zelfgenoegzaam meer, want het is, en wordt, op wereldschaal misbruikt. De woorden zijn het niet meer, door de onbetrouwbaarheid van de gebruikers, de nimmer eindigende woordenstromen, de babylonische spraakverwarring in pers en nieuwsmedia. In de stijl van Marsman kan niet meer worden gedicht. De Middellandse Zee en haar culturen vormen geen inspiratiebron meer voor esthetiek, maar zijn een oorlogsfactor. De welsprekendheid is hoogstens tot welbespraaktheid gede-

Apocalyptisch 1934-1974 door dr. C. Rijnsdorp

dr. C. Rijnsdorp

mocratiseerd; men streeft er niet meer naar indruk te wekken in de zin van een katharsis, maar men wil aanhang verwerven, behouden, uitbreiden. Je kijkt naar de televisie en ziet daar een achtergrond en een voorgrond. De achtergrond is de natuur, vervuild of nog ongerept. Naar hetgescharrel, gekrijs en het zwermen van vogels, de grote ogen van nachtdieren, het bliksemsnelle toeslaan op de prooi, het donderend hoefgetrappel van vluchtende zebra's, gnoes, buffels, giraffen over de steppe, de bebloede muilen van verzadigde leeuwen, de trage vernielzucht van de olifanten, de waakzaamheid, de schrik van al die ogen, oren, bewegende neusgaten, naar al die bij het milieu aangepaste levensvormen, kijkt men met verbijstering. Eerbied voor het leven, Albert Schweitzer? Het leven eerbiedigt zichzelf niet: het lééft van zichzelf Hoe is de pracht en de liefelijkheid van de natuur hiermee te rijmen? Waarom heet het zangvogeltje God te loven, maar straks de worm in zijn bek niet? Hoe moet men zich de ecologie van het paradijs voorstellen? Is er in de natuur wreedheid, zonde? En tegen die achtergrond: de mens. Eerst in het paradijs van de consumptiereclame: glimlachend, zalig, tevreden bij oma en croma. Maar dan ziet men historische films: het schutterig bewegen van aanzienlijke figuranten van een halve eeuw en langer terug. 'Beelden uit mijn kinderjaren'. Gevaarlijke, domme, idealistische, eigenwijze lieden die de wereld van vandaag hebben helpen maken. Men ziet de oude Tolstoj lopen met zijn

elegante pasjes. In zijn beroemdste roman laat hij Napoleon een stroman noemen, instrument van historische, bovenpersoonlijke machten. En terecht. Men kijkt naar documentaires van oude en nieuwe oorlogen, wanhopige Joden en ontheemden, het lossen en in kuilen werpen van uitgemergelde lijken, de sprekende ogen van verhongerende kinderen, politie met schilden en knuppels, over de grond gesleurde vrouwen. Branden, puin, rook, ambulances, wanhopige mensen in vensterkozijnen. Men gaat naar bed en probeert te slapen. Wat betekent dit alles? Ging de filosofie vroeger uit van de verwondering, vandaag moet ze uitgaan van de verbijstering. Mijn God, ik ben bijna tachtig jaar, ik heb zeventig jaar geleefd met ogen en oren open; nu staat mijn zon laag aan de hemel en zet alles nog eenmaal in een onnatuurlijk helder, rossig, broos licht. Apocalyptische verschrikkingen... We hebben geen behoefte meer aan indrukwekkendheid: we verdrinken in indrukken, we worden ingedrukt, verpletterd, samengeperst als een autowrak: blik zijt gij en tot blik zult gij wederkeren. Maar waarom apocalyptisch? Het moderne van dit laatste bijbelboek is, dat het de mensheid - net zoals wij vandaag via de massamedia - als één geheel ziet; de aardbewoners. En die aarde is onverbrekelijk met de hele kosmos verbonden. Er is een proces aan de gang, dat zich ontvouwt naar wetten die wij gewaarworden (maar niet doorzien of kunnen definiëren) aan de hand van symbolische getallen, vooral zeven, en dan drie en vier, zes, negen, twaalf en veertien. Verleden en toekomst zijn verwisselbaar. De natuur is bij het drama betrokken; plagen geselen de aarde, al het groene gras is verbrand, een derde deel van de schepen vergaat; geschreeuw, gejammer en gebeden stijgen te hemel. Daar de visioenen. Om ons heen de feiten. De Apocalyps brandt in onze handen. Is het mogelijk een brug te slaan tussen de taal van het visioen en de taal van het feit? Geen bijbelboek is zo actueel, en geen zo duister. Is dit alleen een probleem voor vakgeleerden, die ons uitvoerig inlichten over invloeden, compositie, sleutelwoorden en -begrippen, taalgebruik, vermoedelijke tijd en plaats van ontstaan? Moeizaam vergaarde, onschatbare gegevens, maar vertrekpunt, geen einddoel. Eén ding staat vast: wie hier goedkoopstichtelijk of gewichtig doet is een verrader. Wat hier brandt is heilig vuur, een braambos dat niet verteert. En wee de sectariër, die in zijn theologische kruidenierswinkel, likkend aan zijn potlood, in zijn beduimeld opschrijfboekje het sommetje maakt dat het jaartal van Christus' terugkomst tot uitkomst heeft. Maar hoe slaan wij de brug van visioen naar feit? Dit is meer dan een hermeneutisch probleem: voor kerk en wereld een levenskwestie. 3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1974

VU-Magazine | 516 Pagina's

VU Magazine 1974 - pagina 5

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1974

VU-Magazine | 516 Pagina's

PDF Bekijken