
De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 6
10RELATIES DER GEREFORMEERDENhet feitelijk zichzelf te wijten gehad. Want hoe was de gang van zaken? Toen één hunner ouderlingen, Matthias Sladus, naar de Gereformeerde kerk was overgegaan, en vervolgens aan de Latijnsche school benoemd werd tot conrector, poogden zij dezen voor zic ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 30
34TOESPRAKENstaan. In mijn ouderlijk huis heb ik van jongsaf liefde voor de zaak des Heeren geleerd, liefde onder meer ook voor deze stichting des geloofs op het gebied der wetenschap. Uit „de Heraut" mocht ik reeds vroeg zoowel geestesvoedsel als gees telijk voedsel ontvangen. Lat ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 22
26BEDENKINGEN DER GEREFORMEERDENkend. In elk geval kan er geen sprake van wezen, dat een gemeente zonder kerkeraad een bepaalden persoon in het predikambt zou bevestigen. Dan moet de bedoelde bevoegdheid door de meerdere vergadering worden uitgeoefend. Vandaar ook de gewoonte in de ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 7
MET HET INDEPENDENTISME11te Amsterdam gebeurde, degenen die gebannen waren, zonder genoegzame bewijzen van boetvaardigheid weer in de gemeen te op te nemen. Of Sladus met deze ernstig-klinkende bezwaren verlegen heeft gezeten, valt niet te zeggen. In elk geval heeft hij ze aan zijn ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 8
RELATIES DER GEREFORMEERDENkerkeraad aan. Eén uit hen las in het Latijn een lang relaas voor, om het vervolgens aan Plancius, die praesideerde, te overhandigen. De inhoud van het stuk betrof, aldus oordeelde de kerkeraad reeds bij eerste kennisneming, een zaak van gewicht. Het moesten erns ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 31
TOESPRAKEN35naar ik hoop ook tezamen met U, te mogen arbeiden aan den opbouw der Gereformeerde wetenschap. Hooggeleerde Kuyper, Tot U kan ik niet nalaten nog afzonderlijk eenige woorden te richten. Het is op het oogenblik niet mijn taak, om U dank te brengen voor alles wat Gij in Uw ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 9
iaMET HET INDEPENDENTISMEhebben ingelaten. Indien zij slechts rustig voortleefden en tegenover de Gereformeerden geen geprononceerde houding innamen, gelijk in Amsterdam het geval was, bestond er voor zulke bemoeienissen niet direct aanleiding. Hun geringe aan tal alsmede het taalv ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 23
27TEGEN HET INDEPENDENTISMEafgezet. Afgewezen moet daarom de opvatting, als zou uit sluitend de plaatselijke kerk in het bezit van de macht der excommunicatie deelen; afgewezen evenzeer de gedachte dat de meerdere vergaderingen, wat de uitoefening der kerkelijke censuur aangaat, ni ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 10
14RELATIES DER GEREFORMEERDENEerst gedurende de veertiger jaren zijn de Nederlandsche Gereformeerden zich meer opzettelijk met het congregationalisme gaan inlaten. Niet bepaalde verschijnselen in het eigen land hebben hun daartoe aanleiding verschaft. De oor zaak van dit optreden m ...

De Nederlandsche Gereformeerden en het Independentisme in de zeventiende eeuw - pagina 32
36TOESPRAKENvan het menschelijk hart vervulling vinden. Het is een in vele opzichten booze tijd, dien wij meemaken. Uiterlijk, naar den mensch gesproken, zijn ook voor U de vooruitzichten niet bijster gunstig te noemen. Eén ding zal daarom bovenal noodig zijn, dat wij namelijk op de ...