Van de Kerk.
LXVII. Alzoo houde ons een ieder mensch, als dienaars van Cliristus, en uitdeelers der verborgenheden Gods. I Cor. rv: 1. Al was met den ingang der twaalfde eeuw de Kerkelijke macht, die van de Papale hoogheid te Rome uitging, genoeg ...
Van de Voleinding.
CCXCIV. ACHTSTE REEKS. XXXIX. En ik zag den grooten troon, en dengene die daarop zat, van wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvlood, en geene plaats is voor die gevonden. Openb ...
Van de Kerk.
XXXIV. Daarom ziet, God is met ons aan de spitse, en zijne priesteren met de trompetten des geklanks, om tegen u alarmgeklank te maken. O kinderen Israels, strijdt niet tegen den Heere den God uwer vaderen ; want gij zult geen voorspoed hebben. II Kron. XIII : 12. ...
Van de Voleinding.
CCLXXXVI. ACHTSTE REEKS, XXXI. En de vrouw, die gg gezien hebt, is de groote stad, dieiiet tejmnfcrfk heeft over dekonin- ^n der aarde.- Opesb. XVn : 18. In verband met wat voorafging, levert he ...
„Van de Kerh”.
I. Welke zijn lichaam is, en de vervulling desgenen, die alles in allen vervult. Ef. I : 23. Als opschrift boven deze artikelenreeks kozen we de formule: Van de Kerk, en , niet van de Gemeente, zooals met het oog op onze Statenoverze ...
Van de Voleinding.
CLXV. VIJFDE REEKS. XXVII. Doch de stenune antwoordde mij ten tweede male uit den hemel: etgene God gereinigd heeft, ïult gij niet gemeen maken. Hand. 11 : 9.Toch zij uit Paulus optreden in Euro ...
Van de Kerk.
XXVII. En sommigen uit hen geloofden, en werden aan Paulus en Silas toegevoegd, en van de Godsdienstige Grieken eene groote menigte, en van de voornaamste vrouwen niet weinige. Hand. XVII: 4. In zake de beteekenis en aanwending van d ...
„Mijn raad zal bestaan.”
[OUDEJAARSAVOND 1918.] Die van den beginne aan verkondig het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; die zeg: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal a! mijn welbehagen doen. Jesaja XLVI: 10. Zelfs de oudsten in jaren ...