Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 142
138Yandes Menschen Ellende.A. Haer substantie of personen voor so veel die van God geschapen zijn. V. Waerom moet ghy die quade menschen meer liefhebben, als een koe ofte paert of eenigh ander ,c,cbeest? A. Om dat sy zijn van mijn vleesch ende bloe ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 143
, ,Vandes Menschen Ellende.139A. Godt. V. Moet ghy dan niet doen al het gene sy u belasten, alwaer het tegens Godts woort ? A. Neen. V. Maer ghy moet u Ouders in allen gehoorsaem zijn ?A. In alle dingen, die tegen Godt endesijnwoortniet en s ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 145
,,,VandesMenschen Ellende.141A. Voor de herborene ende onherborene. V. Zijn dan de herborene van naturen oock genegen om Godt ende haren even-naesten te haten ? A. Ja. V. Haet ghy Godt? A. Neen. V. Mooght ghy wel seggen Mijnen sin mijn voornemen , mijn lust is G ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 144
,:Van140des Menschen Ellende.A. Inwendigh ende uytwendigh. V. Hoe inwendigh? A. Met een goede affectie ende genegentheyt hem toe te dragen, d V. Hoe uytwendigh? A. Met alle wercken der liefde aen hem te betoonen: 1. Joh. 3. vs 18. Mijne kinderkens en laet ons niet lief ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 147
Vandes Menschen Ellende.143V. Welck is die quade genegentheyt ende verdorventheyt ? A. De erfsonde. V. Waer uyt soudt ghy bewijsen, dat de menschen niet alleen van naturen geneyght zijn maer sónder de besondere genade Godes haer selven soo verderven, datse met der daet Godt e ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 146
,,Van142des Menschen Ellende.mensch, dat hy geneyght is Godt ende sijnen naesten haten? A. Neen. V. Maer een Papist ende Remonstrant sal seggen, d Ghy zijt een deughniet ende een goddeloos mensch, want ghy bekent het zelfs ende dat seght ghy oock in uwe gebeden? A. Dat ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 149
,Van de Oorsake145der Ellende.V. Hoe betoonen de menschen, dat sy Godt ende den naesten haten? A. Als sy 1, Godt niet liefhebben, ende volgens dien hem niet gehoorsamen dewijle hy ons anders ,gebiedt: Deut. cap. 32. vs. 41. Indien ick mijn glintserende sweert we ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 153
Van149de Oorsake der Ellende.V. Heeft Godt oock de boomen de beesten ende andere creaturen goet geschapen ? A. Ja Godt sagh al wat hy gemaeckt hadde ende siet het was seer goet. Genes. 1. 31. V. Heeft Godt voor den val het fenijn ende verscheurende beesten geschapen? A. Ja. V ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 150
Van146de Oorsake der Ellende.A. 1. De oorsake van dese verdorventheyt ende ellendigheyt des menschen, Vrage 6.7. 2. De grootheyt van dese verdorventheyt, Vrage 8. V. Hoe wort dat eerste onderdeelt? A. In twee deelen: 1. Wie de oorsaeck niet en is van onse ellendigheyt, Vrage ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 151
Vande Oorsake der Ellende.Hadde hy den menscheV.niet147konnen bevestigen insijnen staet?A. Ja. V. Waerom heeft hy het niet gedaen? A. Het heeft hem niet belieft. V. Volght hier uyt, dat Godt een oorsaeck is van desen val der menschen? A. Nee ...