hebben; tot de op zichzelf staanden jongeman
hebben; tot de op zichzelf staanden jongeman of jongedochter, die geregeld het loon of het salaris in eigen handen krijgt; tot den militair, die soms aan soldij heel wat opsteekt, vooral toen hij nog in „Indië" diende; en ga zoo maar door. Ook tot ieder, die van steun leeft, of van „Drees" ontvan ...
Aangaande mij en mijn huis
Hier is een woord des Heeren, van den trouwen God des Verbonda, van onzen God tot elk van Zijn kinderen, dat inkomsten heeft; tot den vader van het huis, die voor zijn gezin heeft te zorgen; tot de zoons of dochters des huizes die al wat verdienen, waarover ze, met goedvinden hunner ouders, zelf ...