„Een hoorn der zaligheid”
[KERSTFBBST 1893.] En heeft eenen hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, zijnen knecht. Luk. 1 : 69. „God, zoo jubelde eens de koninklijke hjrpenaar, nadat de strikken des doods van hem waren genomen — God is mijn ...
Dan de Engelen.
XXII. Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Jïij neemt het zaad Abrahams aan. Hebr. 2 : i6. De vraag die thans aan de orde komt is, of er al dan niet zekere betrekking tusschen de engelen en den Christus bestaat, en indi ...
Het gebruik van de Wet.
ZOIOAGSAFÖBELIKS XLIV6. Er is in de liefde geene vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten; want de vrees heeft pijn, en die vreest is niet volmaakt in de liefde. I Joh. 4 : i8. V. {Slot.) Als de liefde komt, wijkt ...
„De eeders die Hij geplant heeft."
De booiiien des Heerea worden verzadigd, de cederboomen van Libanon, die Hij geplant heeft. Psalm 104:16. Nog siijii er breede streken op onze aarde, waar niemand woont, en waar elk spoor van menschelijke werkzaunheid nog geheel ontbreekt. Denk slechts aan Stanley, ...
„Maar ik was steeds in het gebed."
Voor mijne lietde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed. Ps. 109:4 David heeft ook vloekpsalmen als uit zijn toornend gemoed uitgescheurd. Vreeslijke psalmen, die wij nauwüjks lezen, laat staan zingen kunnen, zonder dat een huivering over onze ziel ...
„Want de goedertierenheid des Heeren is in der eeuwigheid.”
Looft den Heere want Hij is goed: zijn goedertierenheid duurt ia eeuwigheid. Psalm 136 : i.Hij leest niet licht, hij zingt niet gemakkelijk, die Psalm met het referein die als de 136ste in onzen bundel staat.Hij maakt allicht dan indruk van langdradig, hij geeft ongemerkt een gevoel ...
„De mensch die in waarde is.“
De mensch, die in waarde is, eii geen verstand heef: ordt gelijU als de beesten, die vergaan. Psalm 49 : 21.In de algemeene schatting staan volstrekt niet alle kinderen der risenschen gelijk.Er 7ijn er duizenden bij duizenden in allerlei steden en dorpen verspreid, die nauwlijks mee ...
„Doch op u zijn mijne oogen.”
Doch op U zijn mijne oogen, HeA-e, HBEBE! op U betrouw il-k, ontbloot r\lhnnt miinp ijne ziel yïp niet. Psalm 141 : 8. De zuivere religie staat zoo hoog. Er is in den zuiveien en onbevlektengodsdienst nooit sprake van een vergelijk; van een voor lief nemen; van een ...
„De Heere bewaart de vreemdelingen.”
De Heere bewaart de vreemdelingen, liij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddeloozen weg k? ert Hij om. Ps. 146 : 9.Alleen in Christenlanden, nt aithns in landen, die onder het oppergezag van hristen-rijken staan, is het reiden veilig. n landen daarentegen, die nog de machtige ...
„Zalig zijn ze die treuren.”
Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden. Matth. 5 : 4. Er is een bijna ondoorgrondelijk mysterie des kijdens.Dit mysterie des Iijdens schuilt hierin, dat wezenlijke smart zoo bitter om te dragen is, en dat toch aan den stengel dier smart de ...