UIT DE SCHRIFT
Schapen Zjjner band. Het is een der groote Israëlietiscbe feestdagen; van alle kanten zijn de scharen samongestroomdi naar den tempel. Reeds staat 'men klaar om in plechtigen optocht de voorhoven des HEEREN binnen te gaan, als een uit de scharen, aangegrepen door d ...
UIT DE SCHRIFT
De nederbuigende goedbeid Gods aan David. Dit woord van David wordt vaak misverstaan. Men haalt het n.l. vaak aan, om daardoor de ge^ dachte te staven, dat God ons eerst verootmoedigen moet, voor Hij ons in de ruimte kan brengen, ons eerst klein moet maken, voor Hi ...
UIT DE SCHRIFT
Davids erkenning van Gods recht. De schuldbelijdenis, die David voor den HEERE uitspreekt, na zijn groote zonde met Bathseba, is in vele opzichten ons tot rijke leering. Vooreerst: onomwonden spreekt David van het schrikkelijk karakter der zonde. Hij gebruikt daart ...
UIT DE SCHRIFT
yDITDE> 5CnRHTl]Hoe wordt door deze enkele woorden d'e genade des HEEREN hemelhoog geprezen!Weer had Israël gezondigd. Vergeten was de nood en de uitredding onder Gideon, vergeten waren de werkingen des HEEREN onder Thola en Jaïr, Israël ging weer zondigen, weer verzaken den God ...
UIT DE SCHRIFT
Paalus' begeerte, dat de Heere Jezus gedurende ZOn leven weerkomt. Een der verwijten, die de Corinthiërs Paulus naar het hoofd slingeren, is, dat hij zoo zwak en nietig is naar het Uchaam, en dat verwijt wordC door den apostel aanvaard. Hij geeft toe, dat zijn uitw ...
UIT DE SCHRIFT
Ezechiëls klaaglied over Tyrns. Naar de Heilige Schrift was Israël een zanglustig volk en zong het bij allerlei gelegenheden: zoo verklankte Israël ook bij den dood zijn leed in een lied. Daar zijn in de Schrift talrijke voorbeelden van. Wij denken aan Davids klaag ...