1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 7
3De heer SWITTERS vraagt, wat bekend is over de andere klieren, die interne secretie hebben in verband met deze proefnemingen. De heer MICHAEL antwoordt, dat wat de transplantatie betreft, van de andere klieren hetzelfde geldt als van de geslachtsklier. De heer G. BAKKER merkt op, dat de i ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 8
4ten We nu na de reglementeering der prostitutie de reglemcnteering van het huwelijk krijgen?" Die ' ergeUjking acht hij onjuist. Veeleer zou hij de kwestie op óén hm willen stellen met die omtrent het al of niet geoorloofd zijn van het gebruik van alcohol. De heer GEZELLE MEERBURG merkt o ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 9
5 financieelc omstandigheden, goede naam en afkomst uit een goe-stverwant gezin, van zelf aan het geneeskundig onderzoek groote beteekenis toekomen. De goeden zullen het minst hebben te. vrceze/a, anderzijds kan voorkomen vi^orden, dat menig meisje bedrogen wordt. De heer HEIDEMA merkt op, dat na ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 10
6huwelijk op een plaats gesteld, die het om verschillende redenen, zooals in de conclusies 3 en 5 aangeduid, niet toekomt. De geneeskundige bepalc er zich toe in deze raad te geven of onderzoek in te stellen, indien hiervoor reden is of indien hem er om gevraagd wordt. Aangezien de heer DU ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 11
7 spr, hierop met verwijzing naar de conclusies 1, 3 en 5. Hij stelt er prijs op nog mede te deelen, dat de „Nederl. verecniging tot bestrijding der geslachtsziekten" dit jaar heeft besloten het streven van de vereeniging „Comité ter bevordering van geneeskundig onderzoek vóór het huwelijk" niet ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 12
De beteekenis der Verjongingsleer van Steinach door Dr. P . R. M I C H A E L Nadat in de laatste jaren de verschijnselen „dood" *) en „uitsterving" ^) in dezen kring onderwerpen van bespreking zijn geweest, beihoeft het geen verwondering te wekken, wanneer thans het vraagstuk der ,,verjonging" aa ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 13
9 onzer kennis" ^), of als een opgaan in een Nirwana, dan wel als een overgang naar een geheel nieuw, bewust, gelouterd leven, steeds is üe vrees voor het naderend einde weer te vinden, Rousseau heette te liegen, ieder, die beweerde den dood zonder vrees tegemoet te zien. Schopenhauer beschouwde ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 14
10Ihet gebruik van zulke levensmiddelen, waardoor de rotting ïn het darmkanaal werd tegengegaan, Terloops merkte hij op, dat men, niettegenstaande den grooten vooruitgang der Heelkunde, aan een verwijdering van den dikken darm nog niet mocht denken, doch achtte het waarschijnlijk, d ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 15
n nu over d« oorzaken van het verouderen niet wordt gesproken, moet wel een oogenblik bij de verschijnselen van den ouderdom worden stilgestaan. Zoo is het, helaas, dikwijls in de pathologie; over de oorzaken wordt gezwegen, omdat men die niet kent o! zeer weinig kent, over de symptomen wordt bre ...
1925 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 16
12en de secundaire geslachtskenmerken, waaronder men baardgroei, beharing der genitaliën enz. verstaat, blijven achterwege of zijn slechts gebrekkig ontwikkeld. Terwijl het intellect in den regei siechs weinig verandert, is dit wel met het karakter het geval; wreedheid, gebrek aan moed en ...