1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 76
64er gezegd wordt, dat er dagelijks wonderen gebeuren, dat de wereld vol is van wonderen enz. Ik denk er niet aan te kort te willen doen aan den eerbied en schroom, aan de diepe bewondering, waarmede wij tegenover de levende en levenlooze natuur, als schepselen Gods, vervuld moeten zijn, m ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 77
65 beurtenis niet voor herhaling vatbaar is, of men met een wonder te doen gehad heeft of niet. Men kan dus ook nooit de mogelijkheid ontkennen, dat er een wonder heeft plaats gehad. Als de zaak zoo wordt opgevat, is het constateeren van een wonder eigenlijk voor een physcus een onmogelijkheid. I ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 78
66 scheid maken tusschen een eigenlijk en een pseudo-wonder, — een kriterium om te beslissen, waarmede men in een bepaald geval te doen heeft, lijkt mij niet aan te geven. Een afwijking van de macroscopische natuurwetten, b.v. een spontane ontmenging van twee gassen, laat zich evenmin reproduceer ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 79
67te geiooven. We mogen ons duizend malen voorhouden, dat we geen recht hebben de mogelijkheid te ontkennen, dat b.v. een steen, dien we opgeworpen hebben, na zijn hoogste punt bereikt te hebben, niet gaat vallen, maar blijft zweven, — toch zouden we, als iemand ons vertelde dat gezien te ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 80
68 de vermenigvuldiging der brooden. Het is een betrekkelijk eenvoudig voorbeeld. We hebben hier met de anorganische natuur te maken en zijn dus min of meer op het terrein van den natuurkundige. Beproeven we ons nu eens in te denken, hoe we hier een verklaring zouden moeten zoeken: onze gewone an ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 81
69er nu nog wonderen? Uitdrukkelijk moet er nog eens gewezen worden op wat vroeger reeds gezegd is: dat het hier gaat om wonder in den strengen zin van het woord; gebeurtenissen, die wij niet verwacht zouden hebben, b.v. een plotselinge omkeer in een gevreesde ziekte of iets dergelijks, wo ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 82
70 zeer juist, indien we het woord „manifestation" mogen opvatten als een bijzonder klaarblijkelijke openbaring van Gods macht. Zoo kom ik vanzelf tot de beantwoording van de tweede der genoemde vragen: hoe zullen we uitmaken of we met een wonder te doen hebben? Uit het vorige volgt al, dat er, p ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 83
71 feit ooit langs natuurkundigen weg zullen kunnen verklaren en ofschoon we dit nooit zullen kunnen bewijzen, denk ik, dat de felste wonderbestrijders het hierin met ons eens zullen zijn, dat deze gebeurtenis terecht een wonder genoemd wordt. Maar het is niet op physisch-wetenschappelijke gronde ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 84
72echter een wonder ook niet aan nader onderzoek onderwerpen. Bij alle natuurkundig onderzoek moet men de mogelijkheid van een wonder buiten rekening laten. Men moet leeren in de gewone verschijnselen ook openbaring van Gods macht te zien en niet alleen Gods macht op te merken in die bizon ...
1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 85
Over „hef wonder", uit geneeskundig oogpunf bezien.')Wanneer thans, m. de voorz. na den theoloog en na den natuurphilosoof door mij als medicus het woord zal worden gevoerd om te spreken over „het wonder", dan is die volgorde in de rij der sprekers voor mijn besef niet willekeurig, maar me ...