1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52
44gevingen. Mevrouw NELLIE VAN KOL begint in haar boek „Moeder en kind" reeds met 't 4e jaar, en toont dan haar kindje „het kamertje in mama's lijfje, waarin het zoo langen tijd geslapen had". En tot het aankomende dochtertje zegt ze : „En nu nog een heel ernstig woord, kindlief! Ook voor ...
1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 53
45vinden; een geheel vreemde zullen de ouders natuurlijk minder gaarne zien optreden dan b.v. het hoofd der school waarop hun kinderen zijn. En deze avonden zouden zeker ook wel op de volksscholen kunnen worden gegeven. Voor rijken en armen blijft echter Gods Woord ook hier „de lamp voor o ...
1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 55
lefs over de logica in hel^ vifalisme van DRIESCH. QOORDr. D. H. Th. VOLLENHOVEN.In de „Abhandlungen zur theoretischen Biologie" onder redactie van Julius Schaxel uit Jena, verscheen bij de Gebroeders Borntrager (Berlijn) als derde aflevering een verhandeling van DRIESCH onder den t ...
1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 56
50 keninhouden die 't psychisch eener- en 't physisch ( = natuur-) terrein anderzijds biedt, beperkt hij 't voorwerp van onderzoek tot den vorm van 'n deel der empirische natuur-keninhouden, nl. de keninhouden der natuurwetenschap van 't organische, de biologie, en wil 't dan wel niet uitsluitend ...
1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 57
51 geen celleer. Doch wijl de overeenstemming zeer verschillend zal uitvallen al naar wat men als principium divisionis neemt, moet dit laatste eerst vastgesteld. Met geometrische begrippen begint men hier weinig: de praemorphologie van HAECKEL met haar indeeling naar symmetrische en asymmetrisch ...
1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 58
52 statische systematiek, ze is tot op zekere hoogte zintuigelijk waar te nemen als schema. B. De organische vorm in 't medium. Onder medium verstaat DRIESCH al 't empirische buiten 't organisme dat op een of andere wijze op 't organisme van invloed kan zijn. Hij onderscheidt absoluut, relatief e ...
1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59
53 der kikvorschiarve afhangt van de hoeveelheid en quaiiteit der voeding, is dat primaire adaptatie. Niet de darmlengte, maar 't vermogen deze te vormen in saamhang met het voedsel vertoont een zuiver vormbepalend en dus qualitatief karakter. b. Wederkeerig medium. Ieder deel van 't organisme on ...
1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 60
54 dan ook niet ruimtelijk „naast" 't andere, maar is evenals 't andere onmisbaar kenmerk van 't geheel. Wat is nu de beteekenis van „geheel" en „deel" in de logica der natuurwetenschappen? In eerster instantantie is een natuurkeninhoud „geheel" indien hij door het stellen van een logisch geheel ...
1920 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 61
55 't gezichtspunt der relatie : den categorischen, den hypothetischen en den disjunctieven vorm. Daaruit leidt hij de drie relatiecategorieën af: subsantialiteit, causaliteit en wisselwerking. Maar nu bestaat er nog een volledig conjunctief oordeel,'t definieerend oordeel. Uit dezen oordeelsvorm ...