1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 34
22<loor deze methode verkregen. Vandaar, dat m. i. de resultaten der thans bedoelde onderzoekingen niet veel vertrouwen kunnen inboezemen. Doch gesteld al, dat dergelijke afweer-fermenten tegen de milt in het bloed soms voorkomen, dan is het niet veroorloofd aan deze afweer-fermenten ee ...
1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 35
23aan DONATH en LANDSTEINER gelukte door eenvoudige laboratoriumproeven het wezen van deze aandoening te verduidelijken. Zij toonden nl. aan, dat men met het serum van dergelijke lijders, samengebracht met menschelijke roode bloedlichaampjes en een complement, haemolyse kan verwekken, wann ...
1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 36
24aanwezigheid en werkzaamheid van den auto-haemolytischen amboceptor. Het laat zich immers ook gemakkelijk indenken, dat deze amboceptor een oogenblik vrij en werkzaam aanwezig is, vóórdat hij zich aan de erythrocyten hecht, en dat korte oogenblik kan voldoende zijn voor het verwekken der ...
1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 37
25 diersoorten niet steeds precies gelijk is, van een principieel verschil tusschen de werkzaamheid van de organen van mensch en hooger georganiseerde dieren is nooit het bewijs geleverd. Dat bijv. de pepsine-afscheiding in den maag van een hond op andere vitale processen zou berusten als bij den ...
1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 38
26om dien reden een geheel eenige plaats in de schepping te willen doen innemen. VII. Ik hoop U, M H, zij het zeer onvolledig, dan toch in enkele hoofdtrekken te hebben aangetoond, dat ons lichaam, om gezond te blijven, een strijd heeft te voeren tegen vijanden van buiten en van binnen; ee ...
1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 39
27Ik kan thans niet verder ingaan op het probleem van den ouderdom. Te veel zaken hangen daarmede samen, om deze materie nu nog te kunnen behandelen. Toch roerde ik deze kwestie even aan. En wel hierom. Er zijn utopisten (men denke aan wijlen METCHNIKOFF), die meenen, dat het den mensch ee ...
1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 41
Enkele demografische gegevens. De geslachtsverhouding der bevolking heeft steeds de belangstelling getrokken van hen, die gaarne eenige aandacht wijden aan de bevolkingsstatistiek. „Met betrekking tot dit punt," aldus VERRIJN STUART op bladzijde 149 van zijne: Inleiding tot de beoefening der stat ...
1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 42
30Zuid-Holland 1059, Utrecht 1042, Groningen 1022, Zeeland 1014, Noord-Brabant 1003, Friesland 991, Gelderland 983, Overijsel 973, Limburg 965, Drente 913. Dit laatste cijfer berust waarschijnlijk op een rekenfout; bij een controle mijnerzijds heb ik voor al de provinciën dezelfde cijfers ...
1916-1917 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 43
31 gevolgd de indeeling des lands, welke voor het staatstoezicht op <ie volksgezondheid werd ingevoerd. Bij deze indeeling behouden de gemeenten van eenige beteekenis en omvang hunne zelfstandigheid, doch zijn de kleinere gemeenten samengevoegd tot complexen met ten hoogste 40000 inwoners. Bij ...