1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 116
1084denking van den natuurlijken oorsprong der taal maar twee wegen volgen. Op den eersten weg vervalt men slechts in de erkenning van onze gebrekkige kennis, waardoor de taaioorsprong, zooals WuNDT schrijft (I, 2. p. 613), een onbegrenst probleem wordt. De andere weg leidt tot de l ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 117
Tig 2 Meer of minder regelmatig afgebrokkelde kwartsfragmenten uit het tertiair, die door sommige geleerden ten onrechte als werktuigen van den mensch worden beschouwd Naar O en A. de MortiUetFig 3 Afb (28-29) is een werktuig van de oudste menschelijke beroepsvaardigheid, dadelijk doelmati ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 118
110 stoffelijke overblijfselen. Op dit gebied is de samenwerking van den geoloog, zoƶloog en phytoloog niet voldoende; de hulp van den ethnoloog en van den psycholoog is onontbeerlijk geworden. Wij kunnen in de ontwikkeling van de menschelijke beroepsvaardigheid tijdperken onderscheiden, die even ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 119
Ill vindt men in diluviale formaties en ook bij enkele levende volkeren, als primitiefste werktuigen allerhande onbewerkte steenen, doch hieraan zijn de gebruikssporen zeer duidelijk zichtbaar. Plaat 3 vertoont de oudste steenen werktuigen uit de oudste lagen van het diluvium, die zonder uitzonde ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 120
112 kan men zich gemakkelijk een zeer uitgebreid en duidelijk beeld vormen van de progressie en decadentie in de ontwikkeling van de menschelijke beroepsvaardigheid. De uiting openbaarde zich dus in een plotselingen oorsprong en dadelijk doelmatig. De ontwikkelingsgeschiedenis van het gebruik der ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121
113 groot geduld noodig geweest zijn, terwijl onze voorhistorische voorouders bovendien het succes zouden moeten hebben voorzien. Wij kregen dus onze huisdieren oorspronkelijk niet door een doelbewuste domesticatie of door een natuurlijke ontwikkeling van een hondenras, maar bij het verschijnen v ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 122
114 progressie wordt in de literatuur dikwijls' en op velerlei wijze in de descendentieleer ingeweven, doch zonder dat men eenig detailbewijs van progressieve descendentie kan bijbrengen. In de volgende critiek zal zooals tevoren medegedeeld geen gebruik worden gemaakt van de reeds bestaande zeer ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 123
115 Het beenderig worden van sommige lichaamsdeelen, bijv. van de chorda, wordt dikwijls als progressie beschouwd. Wanneer men dit beenderig worden nader beschouwt in verband met de ontwikkeling van het geheele dier in zijn soort, vervalt elke gedachte aan progressie. In zulke gevallen wisselt de ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 124
116als de tegenwoordig levende afstammelingen en in scherp te onderscheiden van alle andere diersoorten, al verloren deze dieren intusschen eenige kenmerken. Bovendien zijn sommigen tegenwoordig geneigd om met een schouderophalen de vraag te stellen, waarnaar wij progressie of degeneratie ...
1915-1916 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125
117 de eerste oorzaak van den natuurlijken gang der dingen tracht te verklaren, doch het proces der ontwaarding is even onzichtbaar en onmeetbaar als pangenen, dominanten of determinanten. In het woord ontwaarden ligt evenals in het woord descendentie een algemeen begrip van afstamming doch het e ...