1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 44
36meer met elkander hebben. Anderen denken aan een bepaalde verandering in den bloedsomloop, maar men is het er eigenlijk nog niet recht over eens of men moet denken, dat deze te wijd of te nauw worden, dus of er te veel of te weinig bloed naar de hersenen stroomt. Ten slotte zijn er velen ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 45
37 niet zoo groot is als het schijnt en dat in den droom vaak het leven van den dag min of meer wordt voortgezet. Hoe wonderlijk het ook in den droom moge toegaan, de aanleiding wordt meestal geleverd, door iets wat wij wakend hebben beleefd. Niet ten onrechte heeft dan ook een Fransch onderzoeke ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 46
38 voorkomen, want men ziet veel meer in den droom dan men hoort of voelt. Merkwaardig is, dat men vaak een groot aantal gelijke voorwerpen, dieren of menschen in den droom ziet, b.v. bloemen, vlinders, vogels, die meestal snel in het gezichtsveld van plaats veranderen. Men is geneigd het optrede ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47
39 gehoord had dan den hoefslag van een paard, dat onder zijn raam voorbij galloppeerde. Een ander voorbeeld, waaruit blijkt hoe de prikkeling gedurende den slaap geheel anders in den droom wordt waargenomen is het volgende. Een meisje droomde, dat zij en een vriendinnetje, dat haar daags te vore ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 48
40voedsel, waarvan men walgen moet. En dat seksueele prikkels grooten invloed uitoefenen op den inhoud van het droomleven, is aan de meeste menschen wel uit eigen ervaring bekend. De natuurlijke behoeften van het lichaam schijnen zich in den slaap dikwijls aan te kondigen door waarschuwend ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 49
41 Het zinnelijk leven oefent dus zonder twijfel grooten invloed uit op den inhoud van den droom, maar dit verklaart de verschijnselen niet voldoende. Telkens toch komen er droomen voor, die toegeschreven moeten worden aan een voortgezette werkzaamheid van den menschelijken geest, waarbij vooral ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 50
42de derde dag daarbij de voorkeur hebben. Indrukken, die ons denzelfden dag bijzonder sterk aangegrepen hebben, blijven dan niet zelden op den achtergrond. Van een beminden doode zal men in den regel niet de eerste dagen droomen, als de ziel nog geheel door droefheid is vervuld. En het wo ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 51
43wordt gezegd van den goddelooze, dat hij zal wegvliegen als een droom, dat men hem niet meer vinden zal. Soms schijnt het alsof de droom daarom zoo spoedig vergeten wordt, omdat hij meestal geen diepen indruk op ons gemoedsleven maakt. De ervaring leert echter, dat men dikwijls juist de ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52
44worden beschouwd. De mensch is altijd geneigd om logisch verband te leggen in zijn verhalen en dit is ook met den droom het geval. Soms heeft men den inhoud van den droom bij het wakker worden niet alleen onthouden, maar twijfelt men zelfs niet aan de waarheid van het gedroomde. Het is b ...
1914-1915 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 53
ü 45 tot zwijgen is gebracht, want zonder eenige wroeging pleegt men soms al droomende moord en doodslag, roof en diefstal en toont er zich in het minste niet verwonderd over. Miss COBBE verhaalt van een droom, waarin iemand met een onschuldig en zachtmoedig karakter zijn vriend met een zwaard do ...