1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 108
100 om alle gevolgen der koepokinenting, ook de schadelijke, te leeren kennen en op de juiste waarde te schatten; aangezien verder van tijd tot tijd door de pers of op andere wijze berichten verspreid worden omtrent schadelijke gevolgen der koepokinenting, van welke berichten de betrouwbaarheid n ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109
101 Etteringsprocessen in allerlei vormen, als erysipelas, sepsis door streptococcen en folliculitis, furunculosis, phlegmone, osteomyelitis pyaemie, impetigo door staphylococcen, aandoeningen, welke vroeger het leeuwenaandeel van de complicaties uitmaakten, vonden hier een verklaring, zoo ook en ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 110
102 voorkomen. Aan de mogelijkheid van een nephritis is te denken, al is geen enkel zeker geval bekend, zoodat rariora en curiosa terzijde latend, de gevaren dreigen van den kant van de huid. Reeds bestaande huidziekten, eczemen, prurigo, urticaria, erythemen kunnen verergeren. Omgekeerd kunnen d ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 111
103 dwang. Hij waardeert wat gedaan is om het inenten steeds minder gevaarlijk te maken, doch constateert het feit, dat niets of weinig gedaan is om de groep van gevaren, waartoe het ongeval van zijn kind behoort kleiner te doen worden. Algemeene beweringen als van FURBRINGER, dat de „Impfschaden ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 112
104Aan den Staat wordt de zorg opgedragen voor goede lymphe en voor voorschriften, bij het inenten in acht te nemen; verder tot plicht gesteld controleering bij de openbare inentingen. Aan den arts wordt de eisch gesteld, dat hij kennis draagt van het wezen en de waarde der enting, van de ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 113
105 enkele gevallen, waarbij het toevallige van het ongeval in het oog springt, als een weliswaar beklagenswaardig, echter onvermijdelijk ongeluk. Een niet te loochenen feit noemt PAUL, het ontoereikend onderricht van de in de practijk optredende artsen, over de anomaliën en complicaties van het ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 114
106 van pokstof op een meest eczemateuse huid, oorzaken dus, die tot de vermijdbare te rekenen zijn en v. n. 1. hen treffen, die spotten met de gewone eischen van reinheid. Directe doodelijke besmetting komt dan misschien voorbij 1 op de millioen. Stellen we daartegenover de gevaren van chlorofor ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 115
107 X 203 = 4060 overleden, thans 185. In die 10 jaren zijn dus, dank zij de vaccinatie minstens 3875 levens gered, dus per jaar 387. Stel, dat jaarlijks 15 aan de kunstbewerking sterven, dan is het nuttig effect nog altijd 372 levens per jaar. In werkelijkheid moet het veel, zeer veel grooter zi ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 116
De apgumenfen en de sfpijdwijze dep vaccinafiebesfpijdeps. Verbetering van hygiëne, het isoleeren der zieken en het nalaten der inoculatie zijn de drie argumenten, die steeds naar voren worden geschoven. De Hygiëne. „Lees de stukken maar", schrijft LOHMAN, ^) „daaruit blijkt wel, dat gedurende de ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 117
109eersten relatief hooger: 62.4 % tegenover 61.34 % bij de soldaten. Overtuigender dan bepaalde voorbeelden, is het inzicht in de beteekenis der hygiëne zelf, ten opzichte van ziekten met een vluchtig contagium als mazelen, diphtherilis, roodvonk en pokken. Met rioleering, kanalisatie, wa ...