1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 118
110wijzen de nog geregeld voorkomende epidemieën van diphtheritis en roodvonk, infectieziekten, welke op gelijke wijze zich verspreiden. Hoe zou dan de hygiëne wel de pokken kunnen voorkomen en tegen deze ziekten vrijwel machteloos staan ? Een redelijk antwoord op deze vraag blijft dan ook ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 119
Ill is er niet meer. Is in peststreken de uitdrukking aan de ervaring ontleend, niet spreekwoordelijk geworden, dat men voor pest niet veiliger is dan in het pesthuis. Met ziekten met een vluchtig contagium is het anders gesteld. Hoe ideaal de hygiëne wordt toegepast, de bron der besmetting blijf ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 120
112 „Het uitvoerig rapport, loopende over tal van jaren, bevat de feiten van verspreiding der pokken uit dit ziekenhuis naar de woningen in de nabijheid." „Ook een andere commissie kwam tot dezelfde slotsom : „dat de groote pokkenhospitalen brandpunten van besmetting zijn, en dat de mate van vers ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121
113 Dat isoleeren als hulpmiddel in den strijd tegen de pokken niet versmaad mag worden blijkt o.a. ook uit de studie van de pokkenepidemie te Leicester (1892—93). In de huizen waar direct het eerste geval werd verwijderd, kwamen nog 85 nieuwe gevallen voor onder de 915 bewoners = 9.2 "/oIn de ov ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 122
114 Bovendien kan van isoleeren eerst sprake zijn als het ziektegeval bekend is en de practijk leert dat dit vaak niet of veel te laat bekend wordt. Volgend pokkenverslag ') — één uit vele — is in dit opzicht overtuigend : „In 29 ziektegevallen werd geneeskundige hulp in het geheel niet ingeroepe ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 123
115 langer tijd van beschutting door de vaccinatie, en het besef dat de pokken vermijdbaar waren, medegewerkt hebben tot bereiking van dit resultaat. Vóór de beantwoording der vraag of de vaccinatie direct, dan wel slechts indirect gunstig gewerkt heeft, ga een bespreking over de inoculatie voora ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 124
116 door de pokken gekregen hebben. Want ofschoon besmettelijk, liet men deze in open lucht wandelen en onder de menschen verkeeren. In Amsterdam, Leiden en andere plaatsen werd ter voorkoming van het gevaar voor de gemeenschap, het verbod van inoculeeren gegeven in tijden als er geen epidemie he ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125
117 brek, dat deze pokken of ingeënt moesten worden op eene plaats, die van de overige menschen was afgescheiden, of de inenting geheel vermijd moest worden buiten eene epidemie dezer ziekte, omdat zij dit altijd met de natuurlijke pokken gemeen hadden, dat zij wel degelijk besmette, dat zij dus ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 126
118 en ANDREW HEWITH uit Engeland propaganda maken voor de Suttoniaansche wijze van inenten ; doch tot een algemeen worden van de kinderpokinenting heeft dit geen aanleiding gegeven. B. v. in Gouda werd de kinderpokinenting voor het eerst in 1785 toegepast bij 13 personen, in 1789 tijdens een epi ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 127
119 getal eerrige 6 tallen zeggen ! en hoe het causaal verband op te maken! Zooveel is zeker het heroïke middel werd toegepast omdat de pokken zoo heftig heerschten. Daardoor alleen reeds wordt de verklaring van het ophouden der epidemieën, tengevolge van het ophouden der inenting met kinderpokke ...