1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148
140 In den aanvang van het eerste artikel heb ik het Korte Inhoud ^^Q^^^ vooraf" besloten met den zin : „De toekomst eerste artikel ^^' '^^''^" . . . in welke mate deze schets van een streng dualistische creatianistische levensbeschouwing een beeld der werkelijke ervaring geeft." Mijne levensbesc ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149
141 Na de orgaanfunctie komt dan ter sprake de ontogenese en regeneratie en met name heb ik trachten aan te toonen, hoe de zoogenaamde bewijzen van DRIESCH voor het vitalisme mij onjuist voorkomen. Vervolgens behandelde ik het ontstaan der organismen uit andere, waarbij mijn erfelijkheidstheorie ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 150
142 of men de stoffelijke levensverschijnselen mechanistisch, dan wel vitalistisch verklaart. Dit is heel duidelijk, voor wie slechts oppervlakkig de Scholastische opvatting der natuur kent. Het is vrij onverschillig of God is een God van stoffelijke of van onstoffelijke natuurfactoren. Wil men m ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 151
143 dat de generatio spontanea zeer wel mogelijk was en men moet erkennen dat een pantheïstisch of deïstisch gedachte werkelijkheid volkomen hiermede in overeenstemming is. Bij de opvatting, dat verandering volgens wetten van gelijkwaardigheid plaats vindt, stelt men buiten en boven de natuur nor ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 152
144 genomen, dat ook de dierenpsyche op het dierenlichaam werkt, zelfs bestaat de mogelijkheid, dat het ei het orgaan van de dierenziel zou zijn en dus de ontogenese het resultaat van een instinctief leven; zooals een vogelnest of een mierennest het resultaat van instinctief leven is. In dit geva ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 153
145 is toch de oorzaak van een misdaad de verdorven natuur van den misdadiger en niet God. Men kan dit besluit bijv. uit de regels van MILL of uit de zeer te waardeeren beschouwingen van de conditionalisten (v. HANSEMAN en VERWORN) of uit die van HEIM afleiden. We zullen ons echter moeten beperke ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154
146 teleologisch doorwerkt is het pantheïsme. De denkbeelden van ARISTOTELES en na hem de SCHOLASTIEK zijn echt dynamisch teleologisch ; die van PLATO, AUGUSTINUS, DESCARTES, de occasionalisten, LOTZE, ULRICI en vele andere meer statisch teleologisch. In 't algemeen kan men zeggen, dat in de oudh ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 155
147 los trachten te maken van den knellenden band der Aristotelische wijsbegeerte. Ik behoef niet op te merken, dat deze denkers ook in onze kringen als beslist theïstisch worden aangezien, daargelaten hunne min of meer sterkere afwijkingen, van wat wij in onze beginselen handhaven. De hier in gr ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 156
148 aanleiding moet geven, dan het consequent vitalisme. Het materialisme moest ten minste nog voor het bewustzijn halt maken en wordt slechts in een moderne opvatting, waarbij de atomen ook bewustzijn wordt toegeschreven, nog eenigszins gehandhaafd. ') Bij het vitalisme, waar de ziel de vorm der ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 157
149 in de dingen ingeschapen" (BAVINCK 1. c), maar deze ideeën Gods zijn transcendent ten opzichte van de ziel. Stof en ziel zijn natuurfactoren, Gods ideeën zijn dit niet. Zij blijven als de ideeën-wereld van PLATO (zij het dan ook op andere wijze) transcendent ten opzichte van de natuur. Het vi ...