1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 158
150 Van daar dat de Aristotelische opvatting de Verband eenige houdbare vitalistische theorie is. Reeds me opya ingen yroeger heb ik uiteengezet, hoe" deze Aristotein onze Vereeniging. "^lische opvatting een deel is van een geheele natuurphilosophie, voor welker constructie ik de diepste e ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159
151 was, meer de problemen aan te geven, dan afgeronde oplossingen er van voor te dragen. Het is nu sinds de opkomst der nieuwere wijsbegeerte de vraag of men met de atomisten de werkelijkheid in een massa kleinere deeltjes ruimtelijk mag splitsen en of men haar (met DESCARTES) in den tijd in een ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 160
152 Dat dus de entropie van A + B voor de botsing kleiner is dan de entropie van A -|- B na de botsing, geeft ons niet de minste verheldering van het begrip van de werkzaamheid van A op B. Het zuiver logisch ontleden van het causaliteitsbegrip is de noodzakelijke voorwaarde voor al ons verder den ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 161
153 aardigheid, welke (volgens den Heer BRUIN) niet toegeschreven wordt aan de traagheid, maar welke traagheid genoemd wordt. In ieder geval, deze eigenaardigheid heeft een „oorzaak, welke men niet kent, ook niet pretendeert te kennen." Nog wil ik opmerken, dat men over deze „oorzaak,"' wanneer m ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 162
154 dan ook niet meer direct op de werkelijkheid toepassen. Eenige gevolgen van de „neue Mechanik" wil ik aan de hand van PoiNCARÈ zonder uitvoerige verklaring nog opsommen. „De massa van een lichaam is niet constant, maar hangt van zijn snelheid af". „De massa van een lichaam wordt oneindig groo ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 163
155 geheel of gedeeltelijk langs dien weg plausibel te maken. Overigens moet ik den Heer BRUIN tweeërlei opmerken. Ten eerste zal nooit de physiologic verhuizen naar de physica, zelfs al zouden alle stoffelijke levensverschijnselen aan physische wetten gehoorzamen. Immers de orde in de samenstell ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 164
156 'Deze totale opheffing van de mechanistische (materialistische) wereldbeschouwing is het doel van al mijne uiteenzettingen. Wanneer de Heer BRUIN het dan ook erg „simpel" vindt, wanneer men zou meenen, dat God tegenover een wereldmachine staat, welke Hij in bepaalde gevallen regelt en ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165
157 in en buiten de dingen mits men nadenke, wat „in" „buiten" en een „ding" beteekent. De anatomische bouw (blz. 61) van een volgroeid organisme is, blijkens mijn uiteenzettingen resultaat van de functie der embryonale cellen. Deze functie wordt bepaald door de s^rac^uür dier cellen. Metaphysisc ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 166
158 de lezing van de „Qemeene Gratie" en de latere Heraut-artikelen in deze opinie gesterkt worden. Ten derde wil ik nog even terugkomen op de beschouwingen der instincten en der bijenkolonie, omdat de uiteenzettingen van GEISTUNG in bijzondere mate mijn opvattingen versterken. Nogmaals moet ik e ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 167
159 het vitalisme in consequente en wetenschappelijke wijze is ontwikkeld. De leer der scholastici en die van DRIESCH komen hiervoor in aanmerking; REINKE niet, zooals we gezien hebben. De leer van een „levenskracht" is natuurlijk zelfs geen bestrijding meer waard. Interessant is het echter eenig ...