1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 113
Van voorhisfopische dieren en planfen.Er was eens een tijd, waarin de aarde er geheel anders uitzag' dan thans. Nog niet vele duizenden van jaren geleden, bloeiden er machtige rijken, waar thans slechts nomadenstammen rondzwerven ; vond men wetenschap en beschaving, waar nu onkunde en ruwe ...
1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 114
106 Hier zijn het echter dikwijls geheele soorten, die verdwenen en verdwijnen en eene leegte achterlaten, die wij gewoonlijk wel niet bespeuren, doch waarvan de gevolgen voorzeker niet geheel gelijk nul mogen gesteld worden. Hierbij moet men in het oog houden, dat planten en dieren eene langere ...
1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 115
107 periode van de vorming onzer aardkorst vond en wel in Canada. In 1858 werd dit v o o r w e r p d o o r W I L L I A M E D M O N D LOGAN ( 1 7 9 8 —1875) o n t d e k t ; J. W . D A W S O N ( 1 8 2 0 - 1 8 9 9 ) onderzocht en b e schreef het in 1865, kwam tot het besluit, d a t men hier t ...
1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 116
108 of mollusca, waartoe o. a. mossels en slakken behooren; de schalen der Crustacea of kreeftachtige dieren; de beenderen, tanden, schubben, horens der gewervelde dieren. Slechts zelden zijn deelen der huid, haren, veeren en overblijfsels van vleesch en van ingewanden gevonden. De inwendige ruim ...
1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 117
109Wijl de indruksels der voeten anderhalven meter van elkaar verwijderd zijn, moeten de vogels, waaraan men ze toeschrijft, ongetwijfeld reusachtige afmetingen gehad hebben. Gelijk bekend is, onderscheidt men in de geschiedenis der aardkorst vier perioden. Deze zijn: 1. de aloude geschied ...
1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 118
110den, die gewoonlijk gescheiden worden, hoewel men de grens tusschen die beide moeilijk kan trekken. Deze ondertijdperken heeten: tertiare of derde en quartaire of vierde tijdvak. De formaties der tertiaire periode zijn : eoceen, mioceen en plioceen, welke woorden ongeveer beteekenen : n ...
1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 119
Ill archegosaurus, hoewel dit woord eigenlijk beteekent stamvaderhagedis. Sommige soorten van dit geslacht, b.v. archegosaurus decheni, die bij Saarbrücken gevonden is en anderhalven meter lang werd, vereenigen kenmerken van hagedissen, salamanders en visschen; zulke soorten van dieren noemt men ...
1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 120
112 poda, waarvan thans nog slechts weinig soorten leven. Zij hebben met de plaatkieuwigen het bezit van twee schelpen gemeen, doch terwijl men die bij de laatste rechter en linker schelp noemt, moet men ze bij de vastzittende en van twee spiraalvormig opgerolde vangarmen voorziene armpootigen al ...
1910-1911 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121
113 schriftsteenen, die tot de hoofdgroep der holtedieren of coelenterata en wel tot de klasse der kwalpolypen gerekend worden. Men heeft ze o.a. gevonden in Zweden, in Bohème, in den Harz, in de Fransche provincie Bretagne en in Engeland. Hunne fossiele resten, die bij honderdduizenden tusschen ...