1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 166
160 zonlichtstalen, maar zóó, dat het zonlicht overal getemperd wordt. Meer dan tot nu toe moet bij de verwarming gelet worden, dat deze gelijkmatig zij, en geen kind last heeft van de stralende warmte. De gedachte, dat door de hygiëne ons geslacht verzwakt, moet onder ons gebannen, als een gedac ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 167
Palaeolifhische indusfpie en kunsf in Wesf-Europa.Behalve uit mondelinge overleveringen en schriftelijke oorkonden kunnen wij de geschiedenis der menschheid leeren kennen uit archaeologische en ethnographische gegevens. De z.g. praehistorische archaeologie kan in saamwerking met geologie e ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 168
162 Daar -"vij nog steeds leven onder de hypnose van het evolutiedogma, mag men verwachten, dat de palaeontologen ons de oudste mededeelingen over de geschiedenis van het menschdom kunnen verstrekken, 't Loont daarom wel de moeite eens na te gaan, in hoeverre de palaeontologie in dit opzicht de v ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 169
163 producten van menschenhand, dan was de vraag beslist. Lang waren de meeningen hierover zeer verdeeld, daar velen de bewuste eolithen slechts beschouwen als toevallige vormen, die brokken vuursteen hebben aangenomen. Deze meening vindt vooral steun in het onderzoek van Breuil. ^) Deze toch hee ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 170
164 blijken, dat „les causes naturelles" uitgesloten zijn en uit keukenafval of haarden moet blijken, dat de mensch er leefde. Dit klemt te meer, als men ziet, dat onder de pseudomorphoses niet enkel eolithen zijn, maar ook goed geslaagde nabootsingen van industrieele typen uit het palaeolithicum ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 171
165 periode leefden dieren als Elephas antiquus, Rhinoceros Mercki en Hippopotamus, die met het kouder worden van het klimaat werden vervangen door dieren uit koudere streken, zooals Elephas primigenius (mammouth) en Rhinoceros tichorhinus; kudden bisons en wilde paarden, holenbeer (Ursus spelaeu ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 172
166 Maar ook de menschen schijnen vervangen te zijn, daar men een geweldige omkeer ziet in kunst en industrie, die zich niet laat verklaren als eene ontwikkeling der palaeolithische, maar als eene geimporteerde door andere volksstammen, die eene andere beschaving hadden. In de plaats van de vreed ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 173
167 scies, pointes en feuille de laurier, pointes k cran, pergoirs et poin<;;ons, becs-deperroquets, burins, lames, mortiers, lissoirs etpolissoirs allen van steen; cassures et sciages, os a encoches, spatules et poincjons, aiguilles, pointes de sagaie et de harpon, etc. van been. De namen wij ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 174
168 spoedig het evenzoo het dere dieren. gebezigd om graveeren.ivoor der tanden van mammouth en olifant gebruikt, gewei der rendieren en de beenderen van allerlei anOok de kunstenaars hebben dit verschillend materiaal hunne beelden er uit te maken of hunne figuren op teFig. 1 Rendie ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 175
169 gen bekend waren, was het moeilijk een juist overzicht te krijgen en 't is dan ook niet te verwonderen, dat Piette wel eens mistastte of te gauw conclusies trok, die door andere opgravingen onjuist bleken. Volgens Piette zou de beeldhouwkunst de oudste kunstuiting zijn en hij meende, dat dit ...