1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 176
170 quefois la gravure des yeux, de la barbe, des naseux était si profonde et si modelée qu'elle passait ii la sculpture". Zoo dacht Piette zich de overgang van sculptuur in bas-relief en van bas-relief in gravure. Breuil, die het standpunt van Piette uitvoerig heeft behandeld i) en nagegaan, hoe ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 177
171 IS van zulk eene volmaaktheid, dat men niet anders onderstellen kan, dan dat een dergeUjk resultaat door gedurige oefening verkregen werd. Zoo vindt men ook stukken, die er op het eerste gezicht vrij onaesthetisch en verward uitz'en als een hoop dieren door elkaar, terwijl bij nader onderzoek ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 178
172 Let men op de soort dieren, die afgebeeld werden, dan ziet men, dat ze maar niet alle bekende dieren voorstelden. Gewoonlijk graveerden zij de dieren, die hun het noodige voedsel verschaften, b.v. paarden, bisons en rendieren, ook mammonths, bokken en zwijnen, niet daarentegen deFig 2. ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 179
173 op vele gravures voorkomen ; hij beschouwde ze als symbolen, die later letters werden en wees op de gelijkenis dier teekens met sommige letterteekens van bekende alphabeten. Volgens Piette was er steeds tweeërlei strooming in de kunst: eene realistische en eene meer phantastische. Eerst was d ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 180
174 waren aangebracht. Behalve dier-figuren vond hij nog geometrische figuren van voor hem onbekende beteekenis. S. had zijne ontdekking ook meegedeeld aan den bekenden archaeoloog E. Cartailhac, maar deze vertrouwde de zaak niet. Het zou ook niet de eerste maal geweest zijn, dat men de archaeolo ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 181
175 dat ons modern licht nauwelijks in staat is de wanden zóó te belichten, dat men de figuren goed kan zien. Veelal neemt men aan, dat de troglodyten scherper gezicht hadden dan wij en beter in het halfdonker konden zien.i) Wat de onnauwkeurigheden in de figuren van uitgestorven dieren betreft, ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 182
176 niet aan de verf en valt het gemakkelijk af. Op plaatsen, waar de stroom van het neersijpelend water sterker was, is de verf wel eens mechanisch weggewischt. maar ook dan blijft er bij bepaalde lichtval eene glinsterende figuur op de overigens matte rotswand te zien. In 1880 wist men echter n ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 183
177 dikke laag koolzure kalk haast onzichtbaar gemaakt werden, zoodat ze zeker niet van recenten datum konden zijn. De vondsten van Daleau waren echter meer overtuigend en het gevolg hiervan was, dat de arcliaeologen veel belang gingen stellen in het vraagstuk. Men ging verschillende grotten in d ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 184
178 del Rio in de Spaansche grotten. De bedoelde figuren waren aan den eigenaar van het terrein, die 50 M. verder een pannenbakkerij heeft, al meer dan 50 jaren bekend, maar men had 't eigenaardig karakter der figuren slechts oppervlakkig opgemerkt en de muur Roca del Moro genoemd. Toen het echte ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 185
179 ren, jacht op bisons en een hartenjacht — vullen deze figuren de grotfiguren aan, omdat ze ons een blik geven op de gewoonten en het sociale leven van de quaternaire menschen. In Noord-Afrika zijn ook al eenigen tijd oude schilderijen en gravures op rotsen bekend, zoodat Breuil het vermoeden ...