1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 186
180 is de gedachte opgekomen, dat men hier te doen heeft met afbeeldingen van gemaskerde menschen. Reinach, die in het algemeen aan de magie eene groote plaats toekent bij het verklaren der palaeolithische kunst, heeft hierin navolgers gevonden en zoo ziet men in de anthropomorphe figuren afbeeld ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 187
181 Luquet ^) beweert, dat men zelfs niet aan eene vermomming hoeft te denken, maar aan de normale kleeding der jagers. Bij de bisonjacht en de rondedans op de rots te Cogul zijn de menschen, mannen en vrouwen, ook gekleed. Natuurlijk komt men dan voor de vraag te staan, waarom dan vele menschfig ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 188
182 én evenzoo verraden de z.g. tot bidden opgeheven armen de gelijkenis met de voorpooten. De geringe ontwikkeling der borsten bij figuren en profil en de sterke ontwikkeling der buik zijn volgens L. aan dezelfde oorzaak te danken. Anderen hebben in die vooruitstekende buik slechts een middel ge ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 189
183 en daarna met de kleurstof eene lijn langs den omtrek van de hand getrokken; het meest evenwel is de hand tegen de muur gedrukt en daarna de poedervormige verf tegen de muur gestrooid, zoodat men eene ongekleurde handvormige figuur op den geverfden ondergrond krijgt. Zeer eigenaardig is het, ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 190
184 dier, daardoor eene onzichtbare, maar ook onweerstaanbare macht over zoo'n dier heeft. Deze gedachte is ook niet speciaal Australisch, maar kwam zelfs bi] ons nog in de Middeleeuwen voor bij bijgeloovige menschen. Bekend is het toch, hoe toen bij toovenaars heil gezocht werd om zich te ontdoe ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 191
185 De schilderijen op de rotsen brengen Spencer en Gillen ook in verband met de totemcultuur. De plaatsen, waar deze zijn, zijn niet toegankelijk voor vrouwen, kinderen en oningewijden. Reinach ziet in dit alles analogie met de grotten, waar de figuren ook gevonden worden, niet aan den ingang, w ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 192
186 verwacht hebben. Trouwens de geheele ontwikkeling hunner kunst wijst op eene vrij hooge cultuur en dit wordt ook bevestigd door de enkele menschenresten, die men gevonden heeft, daar men hieruit kan leeren, dat de quaternaire menschen hunne dooden bijgaven meegaven, zoodat zij zeker geloofden ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 193
i87heeft gewijzigd en ontwikkeld, hebben Breuil e.a. het werk uit de verschillende grotten vergeleken, maar ook nauwkeurig gelet op de teekeningen, die over elkaar zijn aangebracht, 't Komt n.l. vaak voor, dat over eene bestaande teekening eene andere is geteekend, nadat de eerste al of ni ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 194
188 profil voorstelt. Later werd die lijn verbreed en ontstond een band van kleur langs den omtrek; doordat de gekleurde band voort durend breeder wordt, beslaat zij tenslotte de geheele silhouet, De figuur herinnert soms aan onze houtskoolteekeningen. De schilderij gaat nu ook gepaard met gravee ...
1909-1910 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 195
189 nog aanwezig, n.l. teekeningen met den vinger in de klei getrokken. Ook deze zijn uitstekend bewaard gebleven. Soms zijn heele muren en een plafond met dergelijke elementaire teekeningen bedekt. Meestal zijn het grillige arabesken, een enkele maal dierfiguren. Sommige figuren zijn zoo groot, ...