DE VERBORGENHIED IN DE VERHARDING VAN ISRAËL.
Daar is in de „Oude Kerk" wrijving tusschen de geloovigen-uit-de-Joden, en de Christenen-uit-de-heidenen. Deze laatsten zijn geneigd, zichzelf op de borst te slaan, en zich boven „die Joodsche Christenen" te verheffen: wij zijn toch eigenlijk de 18-karaats-kerkledeni; die Joodsche geloovigen zijn ...