Oprecht berouw over de zonde.
IV. (Slot.)Cp de grooto vraag, waarover onze hizender licht zocht: of, bij wat we weten van een eeuwigen en onveranderlijken Raad Gods en van een onweerstaanbaar voorzienig bestel waardoor de Heere dien Raad uitvoert, wel plaats blijft voor waarachtig en innig berouw over de zonde, hebben ...