„Van uwen houthouwer tot uwen waterputter.”
Uwe kinderkens, uwe vrouwen en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uwen houthouwer tot uwen waterputter toe. Deut. 29: ii. In onze dagen is Engelands gewezen Minister een houthouwer, en water uit onze waterleiding in een kruik opvangen kan ook ee ...