Voor een distel een mirt - pagina 135
DE ORTE VRAGENBIJPEN'H. UOOP.115moet geheel scheef voor de opvoeding staan. Dat de gronddwaling van Pelagius, en ten deele ook van de Arminianen en Doopers, maar een dwaling waaraan juist daarom in de Gereformeerde kerk geen oogenblik voet mag gegeven. Elk <r ...
Voor een distel een mirt - pagina 138
X.„De iehütjein den Hemel is ijeirourp.'*DE GETUIGENBIJDENDe GetuigeH.inDOOP.den hemelisgetrouw.Psalm 89:38.Soms treedt er bij den heiligen Doop ook een Doopgeluige op; docli, helaas, d ...
Voor een distel een mirt - pagina 139
ÜE GETUIGEN noo;nietblijven.hettotDaaromEnmocht zooof zuster, die alsDoop mogelijkteheiligBIJDEN119H. DOOP.Avondmaal warentoegelaten.kindeke niet ongedoopt moest er omgezi ...
Voor een distel een mirt - pagina 140
120DE GETUIGEN BIJ DENH. DOOP.Maar bij dit alles viel van den Doop nauwlijks sprake wierd aan het Doopgetuigenis bijna nimmer meer gedacht; en deed men wat men deed, niet omdat men Doopgetuige geweest was, maar omdat men peet over het kindeke was omdat het zijn naam droeg; en ...
Voor een distel een mirt - pagina 141
UE GETUIGENBIJDENH.DOOP.121En ze vindt zich rijk en gelukkig in de nieuwe die haar Jezus haar bereid heeft. Doch natuurlijk thans komt dat niet meer voor, of het moest bij een Joodsche proseliete wezen, of ook bij een Doop door zendelingen in het Heidenla ...
Voor een distel een mirt - pagina 142
122UE GETUIGENdoordrongenzijn,BIJdat de zielnieê voor zijn rekeningDEN vanH.DOOP,ditkindekebijGodligt.Een getuige die niet getrouw is, werpt zijn eere voor God en menschen weg. De Heere, onze ...
Voor een distel een mirt - pagina 146
VAN DEN126H.DOOP NAAK HETH.AVONDMAAL.zoeken, maar het voorts hierbij te laten en niet uit den Doop naar het Sacrament der voeding te gaan, is het wezen van Doop en Avondmaal beide verkrachten. Ge w^aart eerst gelijk aan het kindeke, u door den Heiligen Ge ...
Voor een distel een mirt - pagina 145
I.,,£eefiIa,IIjddefifoede:VAN DENH.tolinuuiren£eefS^^DOOP NAAR HET Als Ik vertredenbijH.AVONDMAAL.voorbijging, zoo zag Ik u, in uwen bloede, en Ik in uwen bloede: Leef, ja, Ik ...