Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 272
Van268de 12. Artijckelen des Geloofs.sone onsen Heere. Die ontfangenisvan den Hey-ligen Geest, geboren uyt de Maget Maria. Geleden heeft onder Pontio Pilato, is gekruyst, gestorvenende begraven, nedergedaelt ter helle. Ten derden dage wederom opges ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 275
Vande Afdeylinge der 12. Artijckelen des Geloofs. 271A. Tot de menschen, die sulcks moghten van ons vorderen of willen weten: 1. Petr. 3. 15, 16. Ende zijt altijt bereyt tot verantwoordinge aen een yegelick die u rekenschap afeyscht van de hope die in u is.SONDAGHVIII. ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 274
270cccVande 12. Artijckelen des Geloofs.A. Dat weet men niet. V. Hebbense de Apostelen geschreven, en heeft elck Apostel het sijne daer toe gebracht? A. Neen. V. Wie seggen dat? A. Die van 't Pausdom. V. Zijnse van de Apostelen gelesen? A. Neen: dewijlse ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 278
,274 Van de Afdeylinge derd ddd12. Artijckelen des Geloofs.pinge des Soons ende des Heyligen Geests? En soo kan oock gevraeght werden van de Verlossinge des Soons, ende van de Heylighmakinge des H. Geests? A. Ja. V. Is'er onderscheyt in het werck selfs? A ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 276
Van272de Afdeylinge derV. Bewijst het van den Sone? A. Joh. 1. 3. Alle dingen zijn door het selve gemaeckt; en sonder het selve en is geen dinck gemaeckt, dat gemaeckt is. Col. 1. vs. 16. Hebr. 1. 2. V. Bewijst het van den Heyligen Geest? d A. Psal. 33. 6. Genes. 1. 2. Ende d ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 277
12. Artijckelen desV. A. V. A. V. A. V. A.273Geloofs.dan een ende deselve verlossinge? Ja: soo veel het effect des wercks aengaet. Is de HeyHge Geest alleen de Heylighmaker? Is hetNeen. Maeckt de Vader en de Soon ons oock heyligh? Ja.Bewijst van den Vader ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 279
Vanhet eenigh Goddelick Wesen.275A. Van den Vader. V. Hoe schept de H. Geest? A. Van den Vader ende van den Sone. V. Hoe verlost de Vader? A. Door den Sone. V. Hoe verlost de Sone? A. Van den Vader, door den H. Geest. V. Hoe verlost de Sone alleen, ende niet in gemeynschap me ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 281
,Van277het eenigh Goddelick Wesen.Kom. 1. vs. 19. Overmits het gene van Godt is: v^ant Godt heeft kennelick is in haer openbaer is het haer geopenbaert. Waerom oock de Oudtvader Augustinus seer wel seyt, dat men eerder sonde konnen gelooven dat in den mensche geen rede ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 280
Van276het eenigh Goddelick Wesen,voortgekomen; en soo sal men eyndelick bevinden, dat' er is een eerste oorsaeck, waer van daen sulcks alles gekomen is: Eom. 1. 19, 20. Overmits het gene van Godt kennelick is in haer openbaer is, want Godt heeft het haer geopenbaert &c. 2 ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 282
,Van278het eenigh Goddelick Wesen.V. Noemt my eens de namen Godts ? A. 1. Sommige namen beteeckenen het eenigh Goddelick wesen. 2. Sommige beteeckenen de persoenen in het eenigh Goddelick wesen. 3. Sommige beteeckenen de Goddelicke eygenschappen. V. Noemt my eens de na ...